Foto: Folia
actueel

Waarom deze studenten geen smartphone hebben: ‘Ik zat uren te scrollen’

Sterre van der Hee,
29 mei 2019 - 06:00

Klaar met WhatsAppgroepen, Snapchatmeldingen, Instagramposts en andere notificaties? Sommige studenten doen bewust hun smartphone weg. We spraken er vier. ‘Als ik verdrietig ben, ben ik gewoon verdrietig, zonder afgeleid te worden door mijn telefoon.’

Stan Litjens (23, cultuurwetenschappen), heeft een Nokia 130

‘Ik had eerst een iPhone, maar het leek me chill om die weg te doen. Ik voelde een discrepantie tussen het leven dat ik leidde en het leven dat ik wilde leiden. WhatsAppgroepen vond ik heel vermoeiend: ze creëren de illusie dat je duizend vrienden hebt en midden in het leven staat, maar de meeste mensen zie je amper. Ik had contact met oude vrienden die me totaal niet interesseerden. Toen mijn telefoon gestolen werd, kwam het moment om ermee te stoppen. Dat bevalt goed: ik ben meer in de wereld, minder afgeleid en heb geen impuls om inwisselbare informatie op mijn telefoon te checken; alsof het filter is verdwenen.

‘Ik snap niet dat anderen niet dezelfde conclusie trekken. Misschien vinden ze het confronterend: de maatschappij is gevormd door technologische vernieuwing en als je je daaraan onttrekt, valt er iets weg. Ik zocht die confrontatie. Ik wilde weten wie mijn echte vrienden waren en ben nu veel bewuster van het contact dat ik nodig heb. Ik merk ook dat we op het “vrije internet” steeds meer contact hebben via platforms van Facebook, een bedrijf dat er hyperkapitalistische principes op nahoudt – en dan praat ik nog niet eens over privacy. Ik vind dat eng en wil dat niet als vanzelfsprekendheid in mijn leven.

‘Mijn sociale leven is nu individueler. Met bepaalde mensen heb ik een persoonlijkere band opgebouwd en ik spreek met individueel met mensen af. Ook word ik meer geconfronteerd met gevoelens en gebeurtenissen waarmee ik iets moet: als ik verdrietig ben, ben ik gewoon verdrietig. Ik denk dat het dan heel makkelijk is om je smartphone te pakken als afleiding van jezelf en wat er speelt in je hoofd. Als ik alleen ben, ben ik nu echt alleen, en ik wil dat gewoon voelen. Die smartphone ging daar tussen zitten.’

‘Vroeger zat ik zelf ook uren te scrollen, wat niet slecht is, maar vaak dacht ik achteraf: wat heb ik nu gedaan?’

Luana Lenz (20, klassieke talen) heeft een Alcatel One Touch 2035

‘Op mijn twaalfde kreeg ik een Blackberry van mijn oom. Sindsdien heb ik altijd smartphones gehad, maar vaak gingen ze stuk of raakten ze kwijt. Toen de laatste in oktober kapotging, kocht ik een Alcatel – ik had ook vrienden met een dumbphone en die zagen er best gelukkig uit. Het was even wennen: ik had geen Google, kon geen foto’s maken en had geen Snapchat als ik me verveelde.

‘Nu merk ik dat ik mensen meer te vertellen heb. Mijn concentratie is ook verbeterd: eerst las ik met moeite dertig pagina’s, nu lees ik makkelijk een boek uit. Als ik met vrienden in een restaurant zit, verbaast het me dat iemand na twee seconden stilte zijn telefoon pakt – alsof je niet tegen stilte kunt.

‘Vroeger zat ik zelf ook uren te scrollen, wat niet slecht is, maar vaak dacht ik achteraf: wat heb ik nu gedaan? Smartphones geven je het gevoel dat het nuttig is. Ik wil dat niet meer, tenzij het noodzakelijk is, voor werk of zo. Het komt weleens voor dat ik iets mis, bijvoorbeeld in de WhatsAppgroep van mijn studie. Laatst had iemand een vertaling gevonden die we moesten voorbereiden, dat ontdekte ik twee dagen later. Toen had ik het zelf al vertaald.’

‘Ik wil niet telkens bereikbaar zijn. Ik zie hoe mijn vrienden en ouders erdoor worden beïnvloed: zitten we in een café, zijn ze direct afgeleid’

Laura Lubbers (24, geschiedenis) heeft een Samsung GT-E1150

‘Vrienden vinden mijn roze klapmobiel – een ladyphone – grappig en nostalgisch. Ze denken dat ik over een tijdje niet meer zonder smartphone kan. Het wordt inderdaad lastiger om bijvoorbeeld treinkaartjes offline te kopen.

‘Ik heb zelf nooit een smartphone gehad. Dat is geen statement, het kwam er gewoon niet van en ik vind het fijn zo – mijn vriend heeft er ook geen. Ik hoef geen twintig WhatsAppgroepen en wil niet telkens bereikbaar zijn. Ik zie hoe mijn vrienden en ouders erdoor worden beïnvloed: zitten we in een café, zijn ze direct afgeleid.

‘Mijn telefoongedrag maakt dat mijn richtingsgevoel erg goed is: ik bekijk thuis Google Maps en onthoud de route. Mensen vragen vaak hoe ik dat doe, maar ik heb het getraind omdat ik wel moet. Mensen zien niet hoe internet je manier van leven verandert en welke schade het aanricht op onze psyche. In mijn hockeyteam heeft iemand de speciale taak om mij te sms’en als de tijden veranderen of we iets speciaals moeten meenemen, maar verder heb ik er geen last van. Ik ben geen vriendschappen verloren en heb geen fear of missing out. Alleen om op de hoogte te blijven moet je soms meer je best doen.’

‘Ik verdwaal soms inderdaad, maar ik vind dat heel leuk – je kunt weer eens aan iemand de weg vragen’

Iris Kater (22, filosofie) heeft een Nokia 300

‘Toen ik mijn smartphone kwijtraakte heb ik wegens geldgebrek een Nokia gekocht. Daarop kun je niks, alleen Snake, en dat wordt snel eentonig. Later kreeg ik weer een smartphone toen ik als woonbegeleider van statushouders in Amsterdam-Noord werkte. Ik merkte direct hoe afhankelijk ik werd: ik was heel snel afgeleid, alsof ik niet in de werkelijkheid leefde. Nu heb ik weer een Nokia.

‘Het beste is dat ik veel meer lijk te leven. Ik ben niet “leeg” aan het scrollen maar heb altijd een boek in mijn tas. Ik denk dat veel studenten hun smartphone als een lichaamsdeel zien. Het kan heel belangrijk voelen om alle informatie bij de hand te hebben, maar we zijn er teveel aan gehecht geraakt. Het zorgt voor stress en steeds meer mensen in mijn omgeving willen ermee stoppen. Maar het is net als met vegetariër worden: “Ik zou het doen als ik het kon,” zeggen ze.

‘Ik hoor vaak dat mensen Google Maps zouden missen, en ik verdwaal soms inderdaad, maar ik vind dat heel leuk – je kunt weer eens aan iemand de weg vragen. Ik vind altijd een manier om het op te lossen. Mijn vorige telefoon, een klapmobiel, heb ik ooit in een Zweeds meer laten vallen. Toen ik hem de volgende dag opdook deed-ie het gewoon nog.’

Lees meer over