Foto: Gemeente Amsterdam
actueel

Halsema: ‘Wetenschappers, geef eens les aan kinderen’

Sterre van der Hee,
29 maart 2019 - 17:40

Vrijdagmiddag vond de twintigste Kohnstammlezing– een ‘porseleinen jubileum’ – plaats in de Oude Lutherse Kerk aan het Singel. Burgemeester Femke Halsema sprak over burgerschap in het onderwijs en spoorde wetenschappers aan eens voor een klas te gaan staan. ‘Burgerschap begint met dat vlammetje in jezelf. Goede docenten kunnen dat aanwakkeren.’

De organisatie van de Kohnstammlezing had in juli vorig jaar voorzichtig vertwijfelde gevoelens bij de burgemeestersbenoeming van Femke Halsema – de vastgelegde spreker voor 2019. ‘We waren heel blij met de nieuwe burgemeester en verkneukelden ons stiekem voor onze geweldige keuze,’ aldus een van de organisatoren op het podium in de Oude Lutherse Kerk. ‘Maar we dachten ook: zou ze nog wel tijd hebben?’
 
Halsema lacht. ‘Ik wist zeker dat ik dit niet zou afzeggen, omdat de eer zo groot was.’ Ze zet haar bril op en blikt omlaag naar de toespraak. ‘Maar ik hoop dat ik u niet teleurstel, want het is inderdaad een drukke baan. En ik was twee minuten voor vertrek pas zo’n beetje klaar.’

‘Er lijkt een wedloop in gekrenkte identiteiten, in publiekelijk uitgemeten slachtofferschap’

Die luchtige toon blijft, ook al is de toespraak van Halsema – over burgerschap in het onderwijs – inhoudelijk en serieus. Waarom is burgerschap zo belangrijk? En welke rol kan het spelen in het onderwijs? Hoe zorg je ervoor dat nieuwe generaties zich om democratie en het algemeen belang bekommeren? ‘Dat gaat verder dan staatsburgerschap – een paspoort, stemrecht– ook al is dat geen vanzelfsprekendheid. Burgerschap gaat over samenwerking, debat, maatschappelijke betrokkenheid.’ Daarin spelen bijvoorbeeld ouders, grootouders en buren een rol, zegt Halsema, ‘en de meest voor de hand liggende plek: het onderwijs.’
 

Minimaatschappij
Halsema refereert meermaals naar de school als ‘minimaatschappij’: ‘een plek om kennis op te doen, kritisch te denken, tegenspraak te geven en ontvangen met andersdenken en andersgelovigen’ en ‘een “veilige plek” waar ook “onveilige meningen” gehoord kunnen worden’. Ze verwijst naar de Griekse vertaling van het woord ‘school’ (σχολή) dat iets als ‘rust’ en ‘vrije tijd’ betekent. ‘Daar kun je de tijd nemen om te ontdekken hoe de wereld in elkaar steekt en zelfvertrouwen op te doen. De vraag is: lukt dat voldoende?’

De klas weerspiegelt de problemen in de samenleving, stelt Halsema. ‘Volgens onderzoek ervaart de helft van de Nederlanders spanningen tussen groepen in de directe omgeving. Er lijkt een wedloop in gekrenkte identiteiten, in publiekelijk uitgemeten slachtofferschap. Kan die maatschappelijke polarisatie worden teruggedrongen? […] Maatschappelijk burgerschap gaat uiteindelijk over hoe we ons tot elkaar kunnen verhouden.’
 
Ze verwijst naar het toenemende opleidingsniveau van Kamerleden en toenemende concentratie van inkomen, kennis en macht. ‘Dat staat haaks op het idee dat elk individu zich vrij kan ontwikkelen. Nemen we de belofte van gelijke kans serieus? Willen we de muren neerhalen die ons het zicht benemen op onze gezamenlijke overeenkomsten? En als dit volwassenen al zoveel moeite kost, hoe zit het dan in de “minimaatschappij”?’

‘Wie niet gelooft in zichzelf of in de democratie, wie niet gezien of gehoord wordt maar enkel wordt opgeleid voor de arbeidsmarkt, ontwikkelt apathie en afzijdigheid’

Complottheorieën
Halsema ziet drie ‘zorgelijke ontwikkelingen’ op scholen: de toename van categoraal onderwijs in Amsterdam (‘dat kinderen met elkaar naar school gaan, ongeacht bijvoorbeeld talent of etniciteit, dient het maatschappelijk belang’), het feit dat er meer tijd en geld is voor kansrijke kinderen (‘Gymnasia zijn niet compleet zonder Rome-reis, op het vmbo gaan ze naar de Achterhoek’) en de veiligheid in de klas (‘op sociale media zien we alle conflicten, ruzies en polarisatie, wat zijn weerslag heeft op de klas en onderlinge verhoudingen’). ‘Docenten rapporteren vaker extreme uitingen van kinderen en zien vaker geloof in complottheorieën. Zwaar belaste docenten lijken vaak te kiezen voor het vermijden van botsingen.’
 
In de klas, een ‘unieke ruimte tussen privé en publiek’, moet een klimaat heersen waar iedereen veilig een mening kan geven, zegt Halsema, ook al is die mening op zichzelf onveilig, ‘zoals een vooroordeel’. ‘Als je niet openlijk van mening kunt wisselen, leer je die mening nooit aan te passen en ontbeer je vaardigheden daartoe, ondanks dat feiten de andere kant op wijzen.’ Het gevoel van burgerschap begint met het gevoel dat je verschil kunt maken. ‘Wie geen geloof heeft in zichzelf, of in het democratische kunnen, wie niet gezien of gehoord wordt maar enkel wordt opgeleid voor de arbeidsmarkt, ontwikkelt apathie en afzijdigheid.’

‘Zelfvertrouwen krijgen, en je realiseren dat je ertoe doet. Dat aanwakkeren is wat goede docenten doen’

Juf Patricia 
Burgerschap begint met dat vlammetje in jezelf, zegt Halsema. ‘Zelfvertrouwen, en je realiseren dat je ertoe doet. Dat aanwakkeren is wat goede docenten doen.’ Later, als het publiek vragen mag stellen, begint ze over het ‘complimentenmeldpunt’ dat onderwijswethouder Marjolein Moorman heeft geïnitieerd als reactie op het ‘indoctrinatiemeldpunt’ van Forum voor Democratie. ‘Ik heb een compliment gegeven aan juf Patricia die mijn tienjarige zoon zelfvertrouwen gaf op een moment dat hij dat echt ontbeerde.’
 
Als een ander vraagt wat wetenschappers kunnen doen, doet ze een oproep. ‘Wetenschappelijke instituten lijken – in algemene zin – soms met de rug naar de samenleving te staan. Dat wordt versterkt door wetenschappelijke competitie, de noodzaak om te publiceren. Met al uw kennis en vaardigheden, en talenten die u hier gebracht hebben: onderwijst u alstublieft kinderen. Ga naar scholen, geef les, al is het maar een paar dagen per jaar.’
 
En studenten? Ze lacht. ‘Ik moet meteen denken aan dat versje van Annie M.G. Schmidt: Doe nooit wat je moeder zegt. Niet naar mij luisteren, bepaal zelf wat je wil. Wees kritisch.’  

 

Correctie: in een eerdere versie van dit artikel stond abusievelijk dat Halsema wetenschappers opriep ‘een paar dagen per week’ les te geven aan kinderen. Dit moest zijn ‘een paar dagen per jaar’. Het artikel is aangepast.