Foto: Stella Vrijmoed
actueel

Studeren op latere leeftijd: ‘Ik stond ook tot drie uur ’s nachts in de Gieter’

Stella Vrijmoed,
12 maart 2019 - 07:54

Angèle Goosens, Iain Howard en Dave Vittali studeren aan de UvA. Dat klinkt niet bijzonder, totdat je weet dat ze respectievelijk 67, 52 en 48 zijn. ‘Van oudere mensen krijg ik best vaak een jaloerse opmerking, zoals: “Hmm, dat had ik ook wel willen doen.”’

Angèle Goossens (67) studeert kunstgeschiedenis

‘Ik ben zeven jaar geleden begonnen. Ik heb eerder een universitaire studie andragogiek afgerond in Nijmegen en ben daarna gaan werken. Maar een jaar of tien geleden begon het te kriebelen. Ik had behoefte aan nieuwe inspiratie. Er waren meerdere mogelijkheden; uiteindelijk heb ik gekozen voor kunstgeschiedenis en heb ik nooit spijt gehad. Om de studie mogelijk te maken ben ik als zzp’er gaan werken. Dat deed ik eerst fulltime om een buffer op te bouwen en daarna in deeltijd om flexibel te kunnen zijn voor de studie.

Foto: Stella Vrijmoed
Angèle Goossens in haar studeerkamer

In het begin van mijn studie moesten we allemaal kunstwerken uit ons hoofd leren: wie de kunstenaar was en van welk materiaal het gemaakt was. Daar had ik wel moeite mee, omdat ik wat ouder ben. Toen wist ik ook even niet of ik het wel leuk vond. Maar toen er werkstukken geschreven moesten worden en er werkgroepen kwamen, begon ik het interessanter te vinden.

‘Ik snap drie jaar bachelor en één jaar master eigenlijk niet: ik vind het veel te kort’

Ik vind het heel inspirerend om met jonge mensen samen te werken, maar ik weet niet of het andersom ook zo is. Ze kijken toch op een andere manier tegen de wereld aan. Dingen die ik inmiddels vanzelfsprekend vind, vinden zij minder vanzelfsprekend en daar zetten ze dan vraagtekens bij.

 

En verder… ik heb zeven jaar fulltime over mijn eerste studie gedaan en ik was een van de eersten die afstudeerde. Dat kon nog in die tijd. Het programma is nu heel erg ingekort. Ik snap drie jaar bachelor en één jaar master eigenlijk niet: ik vind het veel te kort. En de meeste studenten werken nu. Wij werkten er bijna niet bij. Als we wat deden was het vrijwilligerswerk, maar niet betaald werk om rond te kunnen komen. Ik zie nu mensen die avond na avond moeten werken en daardoor stress krijgen.

 

Ik ben heel erg stressbestendig, maar ik heb een aantal jaren als projectmanager gewerkt en dan weet je hoe je met je tijd om moet gaan. Ik voel de werkdruk wel: ik heb bijvoorbeeld ook moeite met het 8-8-4-systeem. Dat je dus in week 7 nog een college hebt en stof moet bestuderen en het dan ineens de week erna verwerkt moet hebben als je nog een tentamen zou hebben. Dat is eigenlijk wat ik mis: de tijd om informatie te verwerken.’

 

(Lees verder onder de afbeelding)

Foto: Stella Vrijmoed
Iain Howard bij de Oudemanhuispoort

Iain Howard (52) uit Engeland doet een master Media Studies aan de UvA

‘Voordat ik hieraan begon, was ik huisvader voor mijn twee kinderen in Liverpool. Volgend jaar zullen zij uit huis gaan, dus om het empty nest syndrome te voorkomen, besloot ik om me alvast weer bij te scholen en mijn studie weer op te pakken. Ik studeerde eind jaren negentig al Media Studies aan de Sheffield University. De UvA heeft een goede reputatie in mijn vakgebied. Bovendien zijn we vaak op vakantie geweest in Nederland en de gevel hier van de Oudemanhuispoort sprak me altijd erg aan. Het leek me leuk om ook de cultuur van Amsterdam te ervaren tijdens mijn studie.

‘Ik mis mijn vrouw wel, dat is wel het moeilijkste denk ik. Maar we Skypen nu elke dag’

Studeren gaat nu veel sneller dan dat ik gewend was. Door het internet wordt van je verwacht dat je alle informatie meteen bij de hand hebt. Maar begrijpen wat je hebt gelezen is nog best moeilijk. Toen het proces van literatuur zoeken nog langzamer ging, had je meer tijd om informatie te absorberen.

 

Ik merk niet zoveel van leeftijdsdiscriminatie. Maar binnen de academische wereld zijn mensen wel geneigd om altijd de white middle-aged man de schuld te geven van alles. En ook al ben ik er zo een, ik ben niet verantwoordelijk voor dat alles. Het voelt als een makkelijk antwoord voor elk probleem in de wereld.

 

Mijn kinderen waren heel enthousiast dat ik weer wat zou gaan doen. Het is eigenlijk vooral hun schuld dat ik hier ben. Ik mis mijn vrouw wel, dat is wel het moeilijkste denk ik. Maar we Skypen nu elke dag. De steun van je familie helpt om de stress te verminderen. Als je het helemaal in je eentje moet doen, lijkt me dat best lastig. Maar ik moet het wel allemaal dit studiejaar halen, want de internationale studiegelden stijgen volgend jaar met tienduizend euro. En ik heb al 8.000 euro moeten lenen van de bank om deze studie te kunnen doen.’

 

(Lees verder onder de afbeelding)

Foto: Stella Vrijmoed
Dave Vittali bij de faculteitsingang van het Amsterdam UMC

Dave Vittali (48) studeert geneeskunde en begint in augustus aan zijn co-schappen

‘Als je net van de middelbare school komt, weet je nog helemaal niet goed wat beroepen inhouden. Dus je kiest maar iets waar je goed in bent. Dat was bij mij informatica. Dan ga je studeren, je gaat werken, en eigenlijk kom je dan in een soort trein terecht waar je niet meer uit kan stappen. Want ja, je doet dat nou eenmaal, je verdient veel geld, alles loopt. Uiteindelijk kan dat gaan knellen. Dan denk je, dit is het gewoon niet, dit wil ik niet de rest van mijn leven doen. Ik liep er intellectueel en emotioneel een beetje door leeg.

 

Ik was 39 toen ik besloot iets anders te doen. Ik vond geneeskunde heel interessant, zat er in mijn vrije tijd al boeken over te lezen. Ik dacht: ik kan nu tien jaar studeren en nog twintig jaar werk doen wat ik heel leuk vind. Of ik kan dertig jaar werk doen wat ik goed kan en waar ik goed mee verdien, maar waar ik niet zoveel voldoening uit haal.

‘Ik heb ook gewoon tot drie uur ’s nachts in de Gieter gestaan’

Ik had goed gespaard, omdat ik in de informatica werkte. Dat ging goed, totdat mijn vriendin bij me wegging. Toen werd dat potje snel kleiner, omdat we de kosten van het huis niet meer deelden. Ik had niet genoeg geld meer om die drie jaar co-schappen te overbruggen. Daarin werk je zonder geld te verdienen. Ik heb daarom weer een tijdje moeten werken. Toen werd mijn huis ineens heel veel waard, dus ik dacht: als ik dat verkoop en ga huren heb ik geld zat. Dus dat heb ik gedaan. Anders had ik wel een paar jaar door moeten werken, en dan duurde het wel heel lang.

 

Aan het begin van de studie had ik meegedaan aan de introductieweek om mensen te leren kennen, zodat je niet zo plompverloren in die collegezaal zit. En dat bleek heel leuk te zijn. Ik heb ook gewoon tot drie uur ’s nachts in de Gieter gestaan. Mensen zijn open, gezellig, geïnteresseerd. Vanaf dag één was het al de normaalste zaak van de wereld: hey, dus jij studeert ook geneeskunde. Het sociale aspect tijdens studeren is best belangrijk, omdat je altijd in groepjes zit te studeren en samen werkstukjes moet maken. En je kan elkaar vragen stellen.

 

Als ik straks co-schappen loop vind ik het prima als er artsen die jonger zijn dan ik. Zij hebben er verstand van, en ik kan van ze leren, toch? Je moet gewoon naar ze luisteren en niet gaan wijsneuzen en denken dat je beter bent. Ik kan me wel voorstellen dat het soms bij patiënten tot verwarring kan leiden. Dat heb ik nu al bij mijn bloedprikbaantje. Dan zegt een patiënt “Oh, daar komt de dokter al!”

 

De meest gehoorde opmerking die ik krijg, is eigenlijk: ‘Goh, wat cool dat je dit doet’. En van oudere mensen krijg ik best vaak een jaloerse opmerking van “Hm, dat had ik ook wel willen doen.”’

Lees meer over