Foto: Anefo
actueel

Oud-UvA-student Joke (77) blikt terug op eerste homodemonstratie in Europa

Dirk Wolthekker,
17 januari 2019 - 14:20

Volgende week is het precies vijftig jaar geleden dat de eerste homodemonstratie in Nederland werd gehouden. De eis: afschaffing van het discriminerende wetsartikel 248bis. Toenmalig UvA-student politicologie Joke Swiebel was erbij en blikt terug. ‘Evangelicals zijn wereldwijd bezig met het terugdringen van verworvenheden uit de jaren zestig en zeventig.’

Na de Nashville-verklaring klinkt het misschien eigenaardig, maar 2019 wordt in homokringen beschouwd als ‘jubeljaar’, althans zo wordt het aangekondigd door de internationale homobeweging. Zo wordt over een paar maanden herdacht dat vijftig jaar geleden in New York de Stonewall-rellen plaatsvonden, achteraf algemeen beschouwd als de start van de moderne Amerikaanse homo-emancipatiebeweging.

 

In eigen land begint het jubeljaar deze maand al: op 21 januari is het vijftig jaar geleden dat op het Binnenhof de eerste homodemonstratie in Nederland en zelfs in Europa plaatsvond. Rond de honderd homo’s waren naar Den Haag gekomen om voorafgaand aan een vergadering van de vaste commissie voor Justitie aandacht te vragen voor artikel 248bis van het Wetboek van Strafrecht, een hoogst discriminerend wetsartikel uit 1911 dat luidde:

 

‘De meerderjarige die met een minderjarige van hetzelfde geslacht wiens minderjarigheid hij kent of redelijkerwijs moet vermoeden, ontucht pleegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar.’

 

Daarmee was de leeftijdsgrens voor homoseksueel contact 21 jaar, terwijl dat bij hetero’s 16 jaar was. Een homoseksueel stel waarvan de een ouder was dan 21 en de ander jonger dan 21 werd daarmee strafbaar. Bovendien gebruikte de politie het artikel vaak om bijeenkomsten van homo’s te verbieden, omdat het zou kunnen leiden tot overtreding van artikel 248bis.

‘Gezellig samen naar het Binnenhof met gekleurde ballonnetjes en borden met opschrift. Bijna honderd vrolijke homo’s in twee dubbeldikke rijen’

Het was een onschuldige demonstratie over een schuldig onderwerp, zo blijkt uit een verslag in De Telegraaf, die spreekt van ‘een paar uurtjes demonstreren met de homofielen’. De krant schrijft: ‘Gezellig samen naar het Binnenhof met gekleurde ballonnetjes en borden met opschrift. Bijna honderd vrolijke homo’s in twee dubbeldikke rijen. Jonge volwassenen, oudere kinderen. Een paar lesbische meisjes.’ Een van die lesbische meisjes was de toen 27-jarige studente politicologie Joke Swiebel, die uiteindelijk roerganger zou worden binnen de homobeweging en politiek actief zou worden, onder meer als Europarlementariër voor de PvdA.

Joke Swiebel: ‘Ik wist überhaupt niet hoe ik met andere lesbische vrouwen in contact moest komen, laat staan dat ik de wet kon overtreden’

Hoe belangrijk was die demonstratie?

‘Die demonstratie was vooral belangrijk als signaal aan de politiek dat we zelf wilden beslissen over onze seksualiteit. De betutteling van de staat, die optrad als zedenmeester, dáár waren we vooral tegen. Het blokkeren van de eigen keuze door de staat was niet langer acceptabel. Op zich had artikel 248bis zichzelf eigenlijk al overleefd, dat vonden juristen en andere deskundigen ook. De demonstratie was eigenlijk een uiting van ongeduld. Uiteindelijk moesten we nog twee jaar wachten voordat het wetsartikel werd geschrapt.’

 

Naast ‘signaal’ was er toch ook sprake van pure homodiscriminatie?

‘Natuurlijk. Dat hele wetsartikel kon zelfs tot idiote situaties leiden. Ik zal een voorbeeld geven van twee mannen: als de een achttien was en de ander twintig, dan konden ze seks hebben, want beiden minderjarig. Zodra de oudste eenentwintig werd was hij in overtreding, want seksuele handelingen tussen een meerderjarig en een minderjarige waren verboden. De meerderjarige man kon dan worden vervolgd, want die was schuldig aan “de verleiding”, zoals dat heette. De verleiding was het grote kwaad, want de homoseksuele verleiding kon leiden tot de homoseksuele praktijk. Heteroseksuelen daarentegen waren op zestienjarige leeftijd seksueel meerderjarig.’

 

U spreekt over ‘mannen’. Deze praktijk gold niet voor vrouwen?

‘Voor vrouwen gold natuurlijk dezelfde wet, alleen vrouwen werd sowieso geen seksualiteit toegedicht, laat staan lesbische seksualiteit. Vrouwelijke seksualiteit was niet zichtbaar, er waren ook vrijwel geen vrouwencafés, terwijl er veel cafés voor homoseksuele mannen waren. Die waren veel zichtbaarder en dus makkelijker te betrappen op wetsovertredingen. En dan nog: toenmalig COC-voorzitter Benno Premsela ging pas in 1965 met zijn gezicht op de televisie. Voor die tijd zat een homoseksueel met de rug naar de camera om maar niet te worden herkend.’

U overtrad artikel 248bis zelf ook wel eens?

‘Ik wist überhaupt niet hoe ik met andere lesbische vrouwen in contact moest komen, laat staan dat ik de wet kon overtreden. Toen de demonstratie plaatsvond was ik 27, maar toen ik 19 was en ging studeren wilde ik al lid worden van het COC. Ik kreeg te horen dat dit niet kon: ik moest wachten tot ik 21 was. Het ontbrak aan informatie over homoseksualiteit en er een boek over kopen of lenen bij de bibliotheek durfde je niet zomaar.’

 

Dus deelname aan die demonstratie was eigenlijk heel moedig.

‘Zo keken we er toen niet naar. We vonden dat we deel uitmaakten van een veel grotere emancipatiebeweging. De luiken van de hele samenleving moesten worden open gezet: seksualiteit, verzuiling, religie, democratie. Wij waren maar één van die luikjes, hoe belangrijk ook.’

Foto: Anefo
Twee Kamerleden (links) bij de demonstraten op het Binnenhof

Ontstond er op de UvA iets van een homobeweging naar aanleiding van de demonstratie?

‘Er ontstonden geleidelijk studenten-homogroepen die de heteronormativiteit van de universiteit aan de kaak stelden onder het motto: niet wij moeten veranderen, maar de maatschappij. Studentenartsen, -psychologen en pastors zagen homoseksualiteit toch nog als een medisch-psychisch probleem van mensen die ziek, gevaarlijk of zielig werden gevonden. Het uit de wereld helpen van die vooroordelen kwam langzamerhand op de agenda van bestuurders en beleidsmakers. Curricula werden nog niet aangepast – dat kwam pas later – maar gefaciliteerd door studentenvereniging Unitas ontstond wel een homogroep, waarvan de leden samen discussieerden, feesten op touw zetten en uit gingen. Ludiek was in die tijd het zogenoemde “danspeloton”. Studenten gingen dan met meerdere man-vrouwkoppels naar een club om te dansen. Op een afgesproken moment wisselden de koppels van partner en gingen de jongens met de jongens en de meisjes met de meisjes dansen. Dat was niet alleen maar ludiek: er ontstonden hele vechtpartijen.’

‘We moeten erg alert zijn, want evangelicals zijn wereldwijd bezig met het terugdringen van verworvenheden uit de jaren zestig en zeventig’

Voor vrouwen lag de zaak nog ingewikkelder. Die streden ook tegen de onderdrukking van de vrouw, toch?

‘Vrouwen hadden inderdaad ook een hele andere strijd te voeren: tegen vrouwenonderdrukking in het algemeen. Vrouwen hadden en hebben op veel terreinen een achterstand. Witte homomannen hebben zich veel makkelijker in kunnen voegen in bestaande heteronormatieve structureren dan vrouwen.’

 

In 1969 vond ook de eerste en iconische Maagdenhuisbezetting plaats. Daar waren jullie ook bij?

‘De Maagdenhuisbezetting was bij ons buiten beeld. Ik denk dat het een kwestie van verdeling van tijd en aandacht was. Zij bemoeiden zich met de bevrijding en democratisering van de universiteit als instituut, wij met de bevrijding van seksueel onderdrukte mannen en vrouwen. Ik denk dat wij iets braver waren en zij misschien iets linkser. In mijn perceptie hadden wij ook niet het gevoel dat zij echt onze bondgenoten waren. De meisjes moesten de broodjes smeren tijdens de bezetting. Die stereotype rolverdeling was precies waar wij tegen streden.’

 

Aandacht voor homoseksualiteit lijkt extra belangrijk in tijden van ‘Nashville’.

‘Dat is het zeker. We moeten erg alert zijn, want evangelicals zijn wereldwijd bezig met het terugdringen van verworvenheden uit de jaren zestig en zeventig. De rechter moet er maar over beslissen, maar ik zie de verklaring van Nashville als het ophitsen van mensen tegen homoseksuelen.’

 

Ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van de afschaffing van artikel 248bis uit het wetboek van Strafrecht houdt Joke Swiebel komende maandag 21 januari een bijzondere Mosse-lezing onder de titel ‘1969: roze revolutie of verloren strijd’. Locatie: OBA Theater, zevende etage. Aanvang: 17.30 uur.

Bekijk hieronder beeld van VPRO-programma Andere Tijden van de demonstratie in 1969.