Foto: Quintalle Nix
actueel

Alumnus Revka (32) schreef millennial-debuutroman: ‘De lulligheid, daar houd ik wel van’

Sterre van der Hee,
2 januari 2019 - 06:00

Oud-UvA-student Revka Bijl (32, media & cultuur) schreef de roman Gapen onder water, over een afgestudeerde jonge vrouw in de grote stad die worstelt met het opbouwen van het langverwachte glorieuze bestaan. ‘Ik voelde me een amateur, een sukkel in het dingen-niet-voor-elkaar-hebben.’

‘Je bent mijn eerste interviewer, dus ik heb geen idee of ik dit onder controle heb of niet,’ zegt oud-UvA-student Revka Bijl (32) als ik haar aan het eind van het interview vraag of ze nog aanvullingen heeft. ‘Het kan nog helemaal escaleren. Sturen we allemaal woedende e-mails over en weer. Maar goed, dat is dan iets voor later.’


Bijl publiceert in januari haar debuutroman Gapen onder water bij uitgeverij Nieuw Amsterdam, over een jonge, afgestudeerde vrouw die haar weg moet vinden in de grote stad. Een eerste boek gaat kennelijk altijd heel erg over jezelf, zegt ze daarover. ‘Ik ben het natuurlijk niet helemaal, maar het is wel een wereld die ik goed ken, waarin zij leeft.’ Bijl studeerde zelf journalistiek in Utrecht en deed een master filmstudies aan de UvA, waar ze in 2012 afstudeerde – ‘midden in crisistijd. En dan ben je filmwetenschapper, dus…’

Prijsvraag

De boekpresentatie van Gapen onder water is op 10 januari in boekhandel Scheltema aan het Rokin 9 in Amsterdam. Een exemplaar winnen? Beantwoord dan de volgende prijsvraag over de geboorteplaats van Revka Bijl: (I) Amsterdam, (II) Parijs, (III) Berlijn. Inzendingen kunnen gericht worden aan redactie@folia.nl. Afzenders met een uva-mailadres krijgen voorrang.

Dus?
‘Het was een lastige periode. Ik werkte in de catering met een team van zes veel te slimme mensen die allemaal een of twee masterdiploma’s hadden. Daarnaast begon ik als freelancer met kleine klusjes hier en daar, maar soms was het gewoon heel spannend om te pinnen bij de Albert Heijn. Ik schaamde me een beetje: ik voelde me een sukkel in het dingen-niet-voor-elkaar-hebben. Nu heb ik superveel werk, dat is heel luxe. Ik slaap bijna nooit meer, haha. Dat is de andere kant.’


Hoe lang duurde die periode?
‘Zeker twee jaar. Dat is best wel lang eigenlijk. Als je structureel geldtekort hebt schijnt dat iets met je hersenen te doen. Een kleine gebeurtenis, zoals een lekke band of de waterschapsbelasting, geeft je veel te veel stress omdat je denkt: hoe gaan we dit nu weer oplossen, dat kan ik niet gebruiken, en mijn zus is ook nog jarig.’

 

Jouw boek gaat over iemand in een soortgelijke situatie, toch? Iemand die...
‘Ja, iemand die een beetje “over” is. Een soort restje. Ik denk dat wij de eerste generatie zijn die altijd hebben gehoord: je kunt alles doen wat je wil, als je maar een diploma hebt, want de directeur van Philips heeft ook maar kunstgeschiedenis gestudeerd. Tegelijkertijd zijn we de eerste generatie die het slechter krijgt dan hun ouders, die armer is, en die dat niet meer gaat inhalen. Ik woon in Amsterdam, en alle single mensen die ik ken wonen met volwassen huisgenoten. Daar hoeven we niet romantisch over te doen omdat het in New York ook zo is, want het is gewoon armoede. Dat zit ook wel in het boek, dat het een krabbelende generatie is.’

‘In het boek zit ook een moment waarop de hoofdpersoon denkt: had ik maar een handleiding voor het leven. Maar waarschijnlijk had dat ook niet geholpen, want ze leest nooit handleidingen’

Bijls boek gaat over een jonge vrouw in de grote stad, die samenwoont met twee huisgenoten die volop carrière maken in grote kantoorgebouwen en business-achtige opleidingen hebben gevolgd. Zelf is ze zoekende. Ze heet Veda – een naam die vaak misverstanden oplevert, zegt Bijl daarover. ‘Ik houd van die kleine dingen, omdat ik zelf ook een gekke voornaam heb. Het is een teken dat elke nieuwe ontmoeting een beetje raar begint.’ 

Gapen onder water (Nieuw Amsterdam)

Op een dag ontmoet Veda een meisje van elf, buiten bij de muziekschool. Er ontstaat een vriendschap, waarna de werelden van die van Veda en die van haar huisgenoten steeds verder uit elkaar lopen. ‘Ik zou niet zeggen dat het helemaal goed afloopt,’ zegt Bijl, ‘want dat is niet hoe de wereld in elkaar zit. Niets loopt echt goed af, voor niemand, dus dat zou ook niet een goed einde zijn.’

 

Dat klinkt best een beetje zwaar.
‘Nou, het is zeker geen zwaar boek. Ik houd niet van erg hoogdravende taal, maar meer van korte zinnen, opgeruimde stukken tekst. Ik schrijf ook graag korte verhalen. Een auteur hoeft mij niet te laten zien wat-ie allemaal weet, zoals in die boeken waarin de hoofdpersoon over een pleintje loopt en opeens van alles vertelt over de geschiedenis ervan. Ik houd vooral van mensen. Ik vind het gevoel van vervreemding een van de leukste dingen om over te schrijven. Als je erover nadenkt zijn veel situaties heel vervreemdend: iedereen hier heeft vannacht geslapen, is opgestaan, en nu doen we allemaal alsof het niet is gebeurd. Het is toch gek dat we het daar niet over hebben! Dat is een soort regel, net als dat ze in films nooit naar de wc gaan.’

 

Gaan ze in jouw boek wel naar de wc?
‘Veda gaat niet naar de wc, hoewel ze wel vaak lummelt, in de spiegel kijkt en gaapt. Gewoon die lulligheid, daar houd ik wel van.’


Het onderdeel met het elfjarige meisje, is dat ook autobiografisch?
‘Ik heb het elfjarige meisje nooit in mijn eigen leven ontmoet, maar het leek me leuk om…’ Ze denkt even na. ‘Kinderen kunnen echt iets doorbreken. Als je in een bus zit, en iedereen zit te zwijgen en voor zich uit te staren, gaat een kind gewoon oogcontact maken, wars van alle sociale conventies. Het leek me leuk om de hoofdpersoon die vrijheid mee te geven.’

‘Ik voel ook een beetje aversie tegen de millennial-term en al dat gedoe erover. Dan denk ik ook: wat een jankerds’

Even over je schrijfproces: hoe lukt het je in die financieel moeilijke periode eigenlijk om te schrijven? Had je een bepaalde schrijfroutine?
‘Nee, omdat ik bezig was met allemaal baantjes en rondkomen, en met mijn sociale leven. Ik heb ook veel spijt gehad dat ik aan het boek begonnen was. Ik wou echt dat ik hier kon zitten van,’ – ze trekt een uitgestreken gezicht en leunt achterover – ‘ik ben een schrijver, buhbuhbuh. Maar ik heb vaak genoeg gedacht: dit moet je niet willen, dit wordt niks, niemand zit erop te wachten en er zijn al genoeg boeken geschreven.’


Is dat gevoel niet tekenend voor millennials? ‘Dit wordt niks, niemand zit op mij te wachten...’
‘Ja. Je moet ook eigenwijs zijn om zo’n project af te maken. Een groot onderdeel van mij is dat ik gewoon supergoed ben in twijfelen. Ik twijfel al als ik een pak crackers koop als ik boodschappen doe. Ik was net nog aan het twijfelen of het kon om hier in het café mijn nagels te lakken. Ik kwam tot de conclusie van niet. Die twijfel was er ook heel erg toen ik dit aan het maken was.
Tegelijkertijd voel ik ook een beetje aversie tegen de millennial-term en al dat gedoe erover. Dan denk ik ook: wat een jankerds. Zo van, boehoehoe, we zijn allemaal opgegroeid in vrede en welvaart en nu hebben we zo’n pijn in onze nek. Gaat het een beetje? Je moet het ook niet te groot maken of te serieus nemen.’

‘Al krijg je honderd afwijzingen, lijkt niks te lukken, het is ook maar een soort van bizar spel waar iedereen in terechtgekomen is’

Het lijkt of je balanceert tussen ernst en zelfspot.
‘Ik vind het moeilijk om vanuit slachtofferschap, welke soort dan ook, een pragmatische aanpak te vinden. Ik denk dat ik daarom niet graag zeg dat we zielig zijn, want dat riekt niet naar “we gaan ermee dealen”, terwijl dat me wel de meest zinnige benadering lijkt. Zo van: dit zijn de feiten, het is niet optimaal, maar laten we doorgaan. We kunnen moeilijk in bed gaan liggen jammeren. Ik denk dat het ook wel helpt om het allemaal niet te persoonlijk op te vatten. Al krijg je honderd afwijzingen, lijkt niks te lukken, het is ook maar een soort van bizar spel waar iedereen in terechtgekomen is. Het is niet dat jíj het bent, of jóuw opleiding, maar sommige mensen hebben meer mazzel of pech. En het helpt me ook om bij meningen van anderen te denken: ik laat het bij jou. De ander weet het ook vaak niet. Het is niet zo dat een deel van de mensen goddelijk is en een deel amateurs.’

 

Je zegt eigenlijk: carry on, maar wees niet te hard voor jezelf.

‘Ja. Op een gegeven moment denkt mijn hoofdpersoon: mijn gedrag is net als gapen onder water, want je krijgt geen lucht binnen, niemand ziet je het doen en je hebt er zelf vooral heel veel last van. Het is een supereenzame, domme bezigheid, dus doe het niet.’


Hoe voel je je nu?
‘Ja, wel goed. Dit wordt een beetje therapie zo, haha. Nee, ik heb veel werk, veel verschillende soorten werk, en het is een spannende tijd omdat dit boek naar buiten komt. Tegelijkertijd begin ik steeds meer de lol van het hele geheel in te zien.’


Van het leven.
'Ja. Ja, ik denk dat dat wel het grootste verschil is met toen ik dacht dat iedereen behalve ik de expert was. Nu denk ik: eigenlijk is het meeste ook best wel om te lachen.‘

Lees meer over