Foto: Pim Ras
actueel

Hoogleraar Michiel Baud: ‘Willem-Alexander vond mij maar lastig’

Sterre van der Hee,
11 december 2018 - 08:23

Hoogleraar Michiel Baud (65, Latijns-Amerikaanse studies) hield onlangs zijn afscheidsrede over het begrip ‘confianza’. Zo’n achttien jaar geleden werd hij bekend wegens een geheim onderzoek naar Máxima’s vader. ‘Ik vond dat Nederlanders niet zo hoog van de toren moesten blazen.’

In de grote, tjokvolle boekenkast op de kamer van Michiel Baud (65) is één plank ingericht met kleine voorwerpjes: flessen drank, sigaartjes uit de Filipijnen en een veertig jaar oude editie van het South American Handbook. ‘Dat is mijn altaar,’ zegt Baud, hoogleraar Latijns-Amerikaanse studies. ‘Dat boek, een reisgids, is mijn topstuk. Daaraan kun je pas echt zien hoe Latijns-Amerika veranderd is. Toen ik er onderzoek begon te doen lag het gebied nog heel ver weg en kon je nog niet zo makkelijk naar huis bellen.’

 

Baud, ook achttien jaar directeur van het Centrum van Studie en Documentatie van Latijns-Amerika (Cedla), gaat met pensioen. Tijdens zijn carrière – hij studeerde in Groningen, promoveerde in Utrecht en was hoogleraar in Leiden en Amsterdam – deed hij onder meer onderzoek in de Dominicaanse Republiek, en werkte en woonde hij korte tijd in Ecuador, Noordoost-Brazilië en Argentinië. Onlangs hield hij zijn afscheidsrede, over ‘confianza’, het Spaanse woord voor vertrouwen en een begrip dat essentieel is in Latijns-Amerikaanse relaties (zie kader).

‘Confianza’ in Latijns-Amerika

Baud hield zijn afscheidsrede over ‘confianza’, het Spaanse woord voor vertrouwen en een begrip dat essentieel is voor Latijns-Amerikaanse relaties en in politieke en economische netwerken. Een voorbeeld – op kleine schaal – is de vertrouwensrelatie met de vrouw in het dorp bij wie alle mannen voor het weekend hun geld brengen, zodat ze het niet besteden aan drank. Baud pleit voor meer begrip van dit concept, ook in Nederlandse instituties: volgens hem zou meer vertrouwen in de creatieve, energieke ‘confianza networks’ een omgeving met meer diversiteit, heterogeniteit en dialoog opleveren. Ook instellingen als de universiteit kunnen dit concept volgens hem goed gebruiken, zeker aan de UvA, waar ‘men niet het gevoel heeft dat er na de Maagdenhuisbezetting veel veranderd is’. Lees de hele rede hier (pdf).

Baud kreeg vooral bekendheid door de zaak-Zorreguieta. Voor het huwelijk van koningin Máxima en koning Willem-Alexander vroeg het kabinet hem om onderzoek te doen naar Máxima’s vader Jorge, die staatssecretaris en minister van Landbouw was geweest tijdens het dictatoriale regime van president Jorge Videla. ‘Ik ben nooit zo geïnteresseerd geweest in de monarchie,’ zegt hij daar nu over. ‘Het was een soort gek toeval dat ik daar opeens ingegooid werd.’

 

U heeft geschiedenis gestudeerd in Groningen. Hoe raakte u geïnteresseerd in Latijns-Amerika?

‘Na mijn kandidaatsexamen was ik 22 en ben ik een jaar gaan reizen: eerst tabak plukken in Canada, waar toen veel Nederlandse boeren zaten, en later door naar Centraal-Amerika. Daar ging ik Maya-ruïnes af, las ik veel boeken, en is de werkelijke belangstelling begonnen. Later ging ik master- en promotieonderzoek doen in de Dominicaanse Republiek, kreeg ik er vrienden en vriendinnen, leerde ik over de politiek. Je wordt niet één met het land, maar wordt er een onderdeel van en kunt je een mening vormen.’

 

U bleef eigenlijk een buitenstaander, zegt u.

‘Ik hield mijn basis in Nederland en keek dus met afstand naar de dagelijkse beslommeringen. Ik heb nooit de stap genomen om voor tien jaar te emigreren met het gezin, dus dan blijf je een buitenstaander, ja. Dat is niet erg, je hebt een rol. Soms bestaan er gespannen verhoudingen tussen westerse onderzoekers met een hoog salaris en toegang tot de wereldliteratuur, en Latijns-Amerikaanse collega’s met drie bijbaantjes. Dat is interessant en goed om je te realiseren. Een Latijns-Amerikaanse vriend schreef eens: ‘Westerse onderzoekers beschouwen de lokale wetenschappers meer als informanten dan als collega’s.’

 

(Lees verder onder de video van Michiel Baud tijdens een van zijn reizen in Xela, Guatamala)

Oud-premier Wim Kok gaf u in 2000 de opdracht om onderzoek te doen naar Jorge Zorreguieta. Het lijkt alsof u daar pas de laatste jaren wat uitgebreider over spreekt in de media.

‘Het onderzoek was geheim, dus mocht ik het niemand vertellen, zelfs mijn Cedla-collega’s niet – ik was toen net aangenomen als directeur. Ook mijn kinderen die destijds 9 en 7 waren, wisten nergens van. Zij hebben me dat later nog wel ingepeperd. Tot maart 2001 moest ik het stilhouden, daarna mocht ik er formeel gezien over praten. In de loop van de tijd wordt het makkelijker om er meer over te zeggen, het onderwerp heeft geen politieke repercussies meer.’

Foto: Graciela Rossetto (RVD)
Willem-Alexander en Máxima na de bekendmaking van hun verloving in 2001

Hoe kreeg u de opdracht van Kok?

‘In de zomer van 2000 bleken Willem-Alexander en Máxima een relatie te hebben. Op het Cedla zagen we wel in dat een Argentijnse vrouw wel iets zou gaan betekenen voor de belangstelling voor Latijns Amerika. Ik ben toen gebeld door secretaris-generaal Ad Geelhoed van het ministerie van Algemene Zaken. Na wat omwegen – ze wilden weten wat voor vlees ze in de kuip hadden – kreeg ik de opdracht een geheim onderzoek te doen. Het voordeel: ik kende nog niemand bij het Cedla, dus ik had een vrije agenda. Mensen hebben vast gedacht: goh, een nieuwe directeur, wat zien we hem weinig.’

 

Dat lijkt me een gekke situatie.  

‘Het was raar. Ik ging met collega Arij Ouweneel drie weken naar Argentinië om in het geheim archiefonderzoek te doen, terwijl ik tegen iedereen zei dat ik naar Ecuador ging. We probeerden een periode terug te halen op basis van wat we vonden. Zodra bekend zou worden dat Wim Kok opdracht gaf tot onderzoek naar Máxima’s vader, zou de indruk gewekt worden dat het ging om een officiële verloving, wat tumult in de Kamer zou opleveren. Het onderzoek was bedoeld om Kok te adviseren.’

 

U concludeerde uiteindelijk: Zorreguieta zat vijf jaar in de regering en moet van het moorddadige regime geweten hebben, maar het is onwaarschijnlijk dat hij er zelf actief aan meewerkte. Hoe reageerden Willem-Alexander en Máxima daarop? 

‘Toen ik de eerste versie presenteerde, in januari, waren ze wel verontwaardigd. Willem-Alexander vond me gewoon lastig – hij zat duidelijk niet op zulk nieuws te wachten. Hij was boos op alles en iedereen, wilde zich gewoon verloven. Later heeft hij in New York gezegd dat er “ook andere meningen waren”, daar heeft Wim Kok hem nog een standje voor gegeven. Máxima was vooral verbaasd. Ze verdedigde haar vader en wist niets van de boekverbrandingen, bijvoorbeeld. Dat Zorreguieta uiteindelijk niet bij het huwelijk was, was het directe gevolg van het rapport. Ik heb steeds geprobeerd uit te dragen: het gaat niet over jou, maar over je vader, en ik oordeel niet over de consequenties.’

‘Later bleek dat Zorreguieta wel wat denigrerend over “dat professortje uit Nederland” heeft gesproken’

Hoe reageerde Zorreguieta zelf?

‘Ik heb hem ook gesproken, in New York. Ik vond het gek om onderzoek te doen naar iemand en hem zelf niet te spreken. Het was een gekke situatie: ik zat met oud-politicus Max van der Stoel in een chic hotel aan Central Park, en toen kwam Zorreguieta binnen. Hij was precies zoals ik me had voorgesteld: vriendelijk, goede sociale vaardigheden, duidelijk lid van het establishment. Mijn indruk was dat hij veel stukken uit het rapport, dat snel in het Spaans vertaald was, niet had gelezen. Hij leek niet te beseffen – of hij deed alsof – wat het doel van het bezoek was. Na het eerste deel werd ik weggeleid en begon het echte onderhandelen. Toen heeft Van der Stoel duidelijk gemaakt dat Zorreguieta beter niet op het huwelijk kon komen.’

‘Later bleek dat Zorreguieta wel wat denigrerend over “dat professortje uit Nederland” heeft gesproken. Het was ook apart: ik was veel jonger dan hij, en hij vond echt dat ik het onderzoek goed had gedaan, maar besefte later pas welke consequenties het had. Ik heb de zaak-Zorreguieta weleens een Shakespeariaanse tragedie genoemd: zijn grootste triomf, het koninklijke huwelijk van zijn dochter, was ook zijn ondergang.’

 

(Lees verder onder de video die RTL Nieuws over het leven van Jorge Zorreguieta)

Was u zelf bij het huwelijk?

‘Ik was uitgenodigd, maar ben niet geweest. Dat vond ik niet passen bij mijn positie, ik heb altijd afstand bewaard. Later ben ik Máxima nog enkele keren tegengekomen in mijn professionele leven. Ik geloof niet dat er scheve gezichten zijn, het is puur zakelijk. In het rapport heb ik ook geprobeerd te verduidelijken dat het regime ook een Argentijns probleem was waar Nederland mee worstelde. Nederland leverde wapens aan de militairen en we hadden een ambassadeur die een grote vriend van Videla was. Dus Nederlanders hoefden niet zo hoog van de toren te blazen.’

‘Ik was uitgenodigd bij het huwelijk, maar ben niet geweest. Ik heb altijd afstand bewaard’

Als u kijkt naar uw academische carrière, bent u dan het meest trots op deze zaak of eerder op uw onderzoeken aan de universiteit?

‘Dat is lastig te beantwoorden nu we zo lang over Zorreguieta hebben gesproken. Ik denk dat ik trotser ben op mijn masterstudenten en promovendi, en op een aantal dingen die ik heb geschreven. En op het Cedla: dat heeft moeilijke tijden gekend – zoals elk instituut dat opgeheven kan worden. Het Cedla is een convergentiepunt van Latijns-Amerikastudies in Nederland gebleven. Het heeft ook steeds meer een belangrijke maatschappelijke functie gekregen. Ik ben ook wel trots op het Zorreguieta-rapport, ik geloof dat de conclusie qua argumentatie en retorisch heel mooi en afgewogen is opgebouwd, en ik ben daar ongelooflijk intensief mee bezig geweest.’

 

U bent per 1 december officieel uit dienst. Wat gaat u nu eigenlijk doen?

‘Ik zit hier volgende week wel weer. Mijn werk is nog niet afgelopen! Ik geniet het meest van het verdwijnen van het verantwoordelijkheidsgevoel. Nu kan ik zeggen: voor de komende tien jaar is Cedla veilig, en hoef ik niet per se de mail te lezen. Heerlijk. Ik heb nu mijn eindrede geschreven, misschien ga ik nog wel met dat onderwerp door.’

 

Zou u niet het liefst gewoon naar Latijns-Amerika verhuizen?

‘We zullen zien, ik had vooralsnog altijd goede redenen om het niet te doen. Ik ken de samenleving daar goed, ik kan vanuit het continent naar mezelf en naar Nederland kijken. Misschien ligt mijn rol meer hier in Nederland. Het stoort me als mensen met vooroordelen of met roze of zwarte brillen naar de regio kijken. Ik bedoel: probeer eerst te begrijpen wat dáár gebeurt.’