Foto: Stella Vrijmoed
actueel

Lydia (24) werkt op de snijzaal: ‘De eerste keer is het wel spooky’

Stella Vrijmoed,
6 december 2018 - 14:45

Wekelijks vertelt een medewerker, student, bestuurder, docent of hoogleraar over zijn of haar werkplek. Deze week: Lydia Schonewille (24), masterstudent geneeskunde en anatomiedocent op de snijzaal. 

Wie ben je en wat doe je?

‘Ik ben Lydia, ik ben 24 jaar en masterstudent geneeskunde. Ik doe dus co-schappen, maar ik ben ook part-time docent anatomie op de snijzalen. Dan geef je vier maanden per jaar les aan vooral bachelorstudenten geneeskunde, maar ook wel tandheelkunde, psychobiologie en andere paramedische beroepen. We zijn met een groep van ongeveer dertig student-assistenten, en elke keer een beetje een wisselende samenstelling van vijf tot acht docenten die één vak geven.’

‘De eerste keer dat je op snijzaal komt is het wel een beetje spooky, maar dat heeft elke student’

‘Mensen die hun lichaam na hun dood aan de wetenschap hebben gegeven, komen bij onze afdeling terecht waar de lichamen geconserveerd worden en worden gemaakt tot wat wij een preparaat noemen. Daardoor kun je bijvoorbeeld de maag heel goed bekijken, of de bloedvaten die door het hele lichaam lopen of de spieren. We laten de studenten vooral heel veel zelf naar preparaten en modellen kijken, wat zie ik allemaal, wat herken ik, hoe ligt de lever bijvoorbeeld naast de maag, of aan welke botten zit deze spier allemaal vast? En dan is er ook altijd een gedeelte waarin wij specifieke dingen uitleggen. Bijvoorbeeld wat voor ziektebeeld kun je hebben als er een gat in je maag zit, hoe werkt dat dan en wat voor klachten krijg je daarbij? Zo proberen we zowel de anatomie te doen, evenals de relatie naar hoe je dat in de praktijk dan tegenkomt.’

Foto: Stella Vrijmoed
Lydia en collega in het assistentenkantoortje

Waar is je werkplek?

‘Ik werk in het AMC op de afdeling L2. We hebben hier een gang met aan de ene kant tien snijzalen waar we de lessen geven, en aan de andere kant de kantoortjes van iedereen die hier werkt. En als assistenten hebben we ook ons eigen kantoortje waar we kunnen lunchen en chillen. Er zijn ook studiezalen waar we onze lessen voorbereiden, presentaties oefenen, of de stof nog een keer doornemen, want wat wij in ons eerste jaar hebben geleerd is soms ook wel een beetje weggezakt. Dus dat halen we allemaal weer even op voordat we het uit gaan leggen. Maar het grootste deel van de tijd sta je op de snijzalen met modellen en preparaten en een heleboel studenten om ze weer wat wijzer te maken.’

‘Als je snapt hoe de mens helemaal in elkaar zit, dan is het ook makkelijker om te beredeneren waar iets fout is gegaan’

Wat vind je leuk aan je werkplek?

‘De gezelligheid die je met alle studentassistenten, maar ook met de stafleden hebt. Elk vak sluiten we af met een soort vrijdagmiddagborrel om gewoon even gezellig te doen. En als student-assistenten gaan we ook heel vaak op maandag pubquizzen om niet alleen bezig te zijn met het werk. Eigenlijk zijn we ook gewoon allemaal vrienden van elkaar. En ik vind het werk fantastisch om te doen. Je krijgt vanaf je eerste jaar als geneeskundestudent al practica op snijzaal en dat vond ik meteen al heel gaaf en heel leuk en bijzonder om te zien.

 

De eerste keer dat je op snijzaal komt is het wel een beetje spooky, maar dat heeft echt elke student, maakt niet uit welke opleiding hier binnenkomt. Maar we hebben altijd een introductiepraatje waarbij we heel duidelijk uitleggen hoe dat proces van tevoren gaat voordat er zo'n preparaat op snijzaal komt. En dan ga je als docent, als je studenten voor het eerst hebt, heel rustig het preparaat uitpakken. Preparaten liggen altijd onder een handdoek en een zeil, en dan stap voor stap haal je dat eraf en geef je heel veel ruimte voor reacties die mensen daarop hebben. En als je dat eenmaal hebt gehad, dan zie je vooral hoe waardevol het is. Nu is het helemaal niet meer spooky.

Foto: Stella Vrijmoed
De aanwijsstok

Wat vind je minder leuk aan je werkplek?

‘We hebben nu een nieuw curriculum en daarin worden de snijzaalpractica een beetje ingekort en verminderd. Dat vinden we eigenlijk wel heel erg jammer, omdat het heel leerzaam en nuttig onderwijs is. Als je snapt hoe de mens helemaal in elkaar zit, dan is het ook makkelijker om te beredeneren waar iets fout is gegaan. Maar ja, de opleiding heeft bedacht dat we op een andere manier goedkoper of sneller kunnen leren. Als je het prepareert ben je best wel lang bezig voordat je één bloedvat helemaal hebt bestudeerd. Zij denken dat als je de computer of modellen erbij gebruikt en zelf de boeken induikt, je het dan ook moeten kunnen leren.

 

Ik denk dat de meeste studenten ons wel streng vinden, want het is wel belangrijk dat je op tijd komt, met respect omgaat met elkaar en de preparaten, en dat je geen gekke grappen maakt. Maar ik denk dat de meeste wel blij zijn dat we die practica nog hebben zo. Het is gewoon heel fijn om het zo in het echt te kunnen zien en rustig daar de tijd voor te nemen.’