Foto: Monique Kooijmans (UvA)
actueel

Eerste portret van vrouwelijke hoogleraar in faculteitskamer rechtenfaculteit

Dirk Wolthekker,
6 november 2018 - 13:52

De rechtenfaculteit heeft een portret van voormalig hoogleraar strafrecht Derkje Hazewinkel-Suringa onthuld. Het wordt het eerste portret van een vrouw in de faculteitskamer en moet een stap zijn naar meer zichtbaarheid van vrouwelijke wetenschappers die van groot belang zijn voor de rechtswetenschap.

De onthulling van het schilderij heeft een lange voorgeschiedenis. Die historie begon vijf jaar geleden met een actie van een groepje jonge vrouwelijke facultaire promovendi en onderzoekers. Zij stoorden zich aan het feit dat de toenmalige faculteitskamer in de Oudemanhuispoort vol hing met schilderijen van mannelijke hoogleraren, maar dat vrouwelijke portretten in geen velden of wegen te bekennen waren.

 

Toenmalig promovendus Evelien van Roemburg gaf toenmalig decaan Edgar du Perron symbolisch een fotoportretje van Derkje Hazewinkel-Suringa (1889-1970) cadeau op een kerstborrel. Hazewinkel-Suringa werd in 1932 hoogleraar strafrecht aan de UvA en schreef studieboeken die nog decennia na haar dood – in geactualiseerde versies – werden gebruikt. Haar benoeming bleef niet zonder kritiek: in die tijd was het gebruikelijk vrouwelijke ambtenaren te ontslaan zodra ze trouwden en kinderen kregen.

Foto: Monique Kooijmans (UvA)

Tegenwicht

Het was de bedoeling dat er vanaf 2013 steeds meer vrouwelijk wetenschappers uit heden en verleden zichtbaar zouden worden, maar het bleef bij het fotoportretje. Tot nu. Decaan André Nollkaemper: ‘Ik weet niet zeker waarom het toen gebleven is bij de foto, maar ik vond die kleine foto onvoldoende tegenwicht bieden tegen al die mannen. Via-via ben ik in contact gekomen met de familie, heb ik betere foto’s gevonden en daarna een schilder.’ Het schilderij van Hazewinkel-Suringa, dat werd gemaakt door kustenares Irma Braat, komt te hangen in de faculteitskamer, die nu is gevestigd in gebouw-A van de REC.

‘Historische argumenten wegen maar beperkt als het gaat om keuzes die uiteindelijk draaien om moreel en ethisch handelen’

‘Er is natuurlijk een historisch argument waarom de dingen zijn zoals ze zijn,’ zegt Nollkaemper in een toelichting. ‘Maar historische argumenten wegen maar beperkt als het gaat om keuzes die uiteindelijk draaien om moreel en ethisch handelen. De beperking van visuele representatie van de faculteit tot twintig portretten van de mannelijke macht uit het verleden, dat kan niet meer. Zeker niet als we beseffen dat het juist die macht was die in de weg heeft gestaan – al was het onbewust – aan eerdere gelijkheid en inclusiviteit. Dit moet anders – een schilderij is nog niet veel – maar we moeten ergens beginnen en elke beweging begint met een eerste stap. Het zal niet bij dit ene schilderij blijven. Er zullen meer vrouwen zichtbaar worden gemaakt.’

 

Ontslagen

Nadat Hazewinkel-Suringa hoogleraar was geworden, werd ze in 1939 ook nog decaan van de rechtenfaculteit, als eerste vrouwelijke decaan van de UvA. In 1942 diende Hazewinkel-Suringa het voorstel in om de universiteit te sluiten nadat Joodse hoogleraren werden ontslagen. Dit voorstel werd echter niet aangenomen, en Hazewinkel werd ontslagen. Na de oorlog pakte ze haar functie weer op. In 1959 ging ze met emeritaat.