Foto: Henk Thomas
actueel

Folia 70: in het park of op het station slapen door het kamertekort

Marleen Hoebe,
22 oktober 2018 - 12:50

Folia bestaat 70 jaar. Deze maand blikken we dagelijks terug met een artikel uit ons archief. Vandaag: studenten doen veel om een kamer te krijgen, want het kamertekort blijft groter worden. Toch willen studenten nog steeds allemaal aan de gracht wonen, in plaats van buiten het centrum.

Gewekt door een hond die zijn poot optilde

Kamerjacht geopend

16 augustus 1991 - Judith Spruit

 

Seks, honderden guldens beloning en lekkere etentjes. Dakloze studenten bieden bijna alles aan om een kamer te vinden. Alleen al aan de Universiteit van Amsterdam schrijven zich dit jaar zo'n vijfduizend nieuwe studenten in. Daarvan is zeventig procent van plan om op kamers te wonen. De eerstejaars van de drie hogescholen die de stad rijk is en de Vrije Universiteit doen daar nog eens een paar flinke scheppen bovenop.

De vijfdejaars student politicologie sliep tijdens de Intreeweek op het Centraal Station ‘tussen de spuiters’

Hij was na de zoveelste ruzie met zijn ouders uit Purmerend vertrokken en vond tijdens de Intree een hokje in de Bijlmer. Niet voor lang. Al na twee dagen stonden Daniël Bende (22) en de twee vrienden die bij hem logeerden midden in de nacht in hun onderbroek op straat. Eruit gebonjourd door een iets te potige huisbaas. ‘Dat mag helemaal niet volgens het huurrecht, maar dat wisten we toen nog niet,’ vertelt hij. De vijfdejaars student politicologie en voormalig coördinator van het Asva-kamerbureau sliep de rest van de Intreeweek op het Centraal Station, zijn vrienden zochten hun toevlucht in het Oosterpark. ‘Daar slaap je tussen de spuiters, maar gelukkig lieten ze me uitslapen. De Oosterparkvrienden werden 's morgens gewekt door een hond die zijn poot optilde. We kwamen weinig andere eerstejaars tegen 's nachts.’


Daniël Bende bewoont nu, jaren later, een aardige nieuwbouwetage in Amsterdam-Oost. Portieken en parken worden in deze augustusmaand voornamelijk beslapen door platzaktoeristen en zwervers. De meeste dakloze eerstejaars vinden die eerste weken iets comfortabeler slaapplekken: bij hele vage bekenden, in de kelder van het centraal gelegen Asva-kantoor, of gewoon thuis in de provincie.

 

Studenten verkiezen zelfstandige woonruimte
De Nederlandse Woonbond meldde deze maand dat het tekort aan kamers onder studenten opnieuw weer groter is. Volgens stafmedewerker en onderzoeker René van Genugten komt dat omdat het aantal studenten nog steeds groeit. Bovendien verkiezen vooral steeds meer studenten uit het middelbaar beroepsonderwijs zelfstandige woonruimte boven het ouderlijk huis, ov-kaart of niet. Tegelijkertijd loopt het aanbod terug. Woonruimte voor jongeren bouwen staat niet op het verlanglijstje van woningbouwverenigingen en gemeenten. Nieuwe studentenflats en HAT-eenheden verrijzen vrijwel nergens meer, en de oude vertrouwde hospita krijgt steeds minder zin om haar leegstaande logeerkamer aan zo'n lawaaiige student te verhuren. De woonbond schat dat er in het hele land 200 duizend kamers bij moeten komen om aan de vraag tegemoet te komen. Harde cijfers ontbreken echter. Ook in Amsterdam waar de situatie volgens Van Genugten wordt verergerd doordat de voorraad slechte oude woningen, waar jongeren voor een prikje onderdak hadden, drastisch geslonken is nu de gemeente bijna alles heeft omgebouwd tot dure gezinswoningen. De mogelijkheden tot kraken zijn ook uitgeput.

‘Ze willen allemaal een kamer aan de gracht’

Wie het antwoordapparaat beluistert van woonstichting De Doelen, waarin de voormalige Stichting Studentenhuisvesting opging, wordt er niet vrolijker op. Twaalf maanden bedraagt de wachttijd voor de flats in Osdorp en Diemen, voor Amsterdam-Noord geldt een stop, en wie in het centrum wil wonen moet bijna twee jaar geduld uitoefenen. Net als voor het CASA, een bijna aan de snelweg gelegen torenhoog hotel dat buiten de zomermaanden vierhonderd kamers verhuurt. De wachtlijsten zijn langer dan voorgaande jaren, omdat bijna niemand zin heeft om te vertrekken. ‘We hebben weinig opzeggingen en veel aanmeldingen,’ aldus CASA. ‘Het is hier leuk, wie hier eenmaal zit, gaat niet zo snel meer weg.’

 

Studenten willen in centrum wonen

Bijna vierduizend kamers verhuurt De Doelen. Het kamerbestand is met bijna tweeduizend geslonken na de sloop van de beruchte studentenflat De Zilverberg in Amsterdam-Noord. Bovendien verruilde de voormalige SSHA haar 1100 kamers in Uilenstede met de VU voor 450 woningen in het centrum. De renovatie van een aantal panden maakt het aanbod tijdelijk nog kleiner. Plannen voor nieuwbouw heeft De Doelen niet. De stichting probeert in het centrum van de stad en de negentiende-eeuwse wijken goedkopere woningen te bemachtigen. Ook bespreekt De Doelen met de gemeente of leegstaande bedrijven, kantoren en bejaardentehuizen omgetoverd kunnen worden om de eerste nood van de nieuwkomers te lenigen.


De nood valt volgens algemeen directeur Henk Draaisma overigens hard mee. ‘De studenten staan niet te trappelen om aan het eind van lijn 1 te wonen, of in een nieuwbouwwijk in Lelystad. Na drie maanden is onze wachtlijst voor de flats buiten het centrum opeens flink geslonken. Ze willen allemaal een kamer aan de gracht. Elk jaar weer. Maar de mensen die daar zitten hebben helemaal geen zin om te vertrekken. Ze blijven gewoon op hun mooie goedkope kamer in het centrum zitten, ook nadat ze zijn afgestudeerd en een goede baan gevonden hebben. Dat irriteert mij wel eens. Ik vind dat zij de morele plicht hebben iets anders te zoeken.’

 

De bemiddelingsbureaus van de Asva en van het Amsterdams Steunpunt Wonen ASW zijn net als de ruim dertig commerciële kamerbemiddelaars in de stad afhankelijk van particuliere verhuurders. Kamers bij een hospita zijn minder in trek vanwege het gebrek aan vrijheid. Huisbazen schrikken er bovendien vaak niet voor terug om te hoge huren te vragen voor hun kamers. De doorstroming is groot. Ronald van het Asva-kamerbureau schat dat de meeste studenten er na een jaar vertrokken zijn. ‘De mensen die bij ons langskomen verwachten niets. Ze nemen alles aan, ook al hebben ze geen kookgelegenheid of kunnen ze er zo afgegooid worden.’

‘Zorg ervoor dat je op de radio komt en vertel daar dat je een kamer zoekt. Opvallen, daar gaat het om’

En toch loopt het storm. De Asva heeft op elke tien studenten één kamer te verloten. Bij het ASW melden zich elke dag bijna vijftig studenten om mee te doen met de loting voor gemiddeld niet meer dan twee kamers. Medewerkster Ellen Melk verwacht dat dat aantal tijdens de Intree zal oplopen tot honderd. ‘Dan komen de mensen terug van vakantie en realiseren ze zich dat ze een plekje nodig hebben. Ik denk dat de ergste drukte pas begin oktober voorbij is.’

 

Het commerciële bureau Apartment Services kan slechts één op de twintig studenten aan een kamer helpen. Makelaars merken weinig van de aanstormende studenten. Het makelaarskantoor Rappange op de Prinsengracht krijgt twee keer per maand ouders over de vloer die een appartement voor hun studerende zoon of dochter zoeken.

 

Kamerwerfactie

Begin september begint het ASW samen met de Asva en de studentenvakbond van de Vrije Universiteit, gesteund door de UvA en de Hogeschool Amsterdam, een kamerwerfactie, erop gericht om bonafide particuliere verhuurders over de streep te helpen. ‘Er zijn mensen bij die dit al jaren doen, oude bekenden van ons. Gewoon, om te helpen. Ze vinden het leuk. Vorige week belde er een mevrouw die na jaren haar eerste slechte ervaring kreeg. Toch durft ze ons weer te bellen.’

Vorige week kreeg de Asva telefoon van een man die vierhonderd kamers aanbood op de Van Brederodelaan. Ronald: ‘Dus stuurden wij er mensen op af. Bleek de Van Brederodelaan helemaal niet te bestaan’

Nieuw is, dat woningbouwverenigingen naar het ASW toestappen met zelfstandige HAT-eenheden. Helaas is daarvoor wel een urgentiebewijs vereist. De echte beginnelingen vallen daarmee af. Een pijpenla van vier bij twee ergens in Osdorp of Amsterdam-Noord, pal onder de neus van een armlastige hospita met gebruik van keuken en douche tegen de roodgloeiende prijs van 350 gulden per maand zul je via de niet-commerciële kamerbureaus minder vaak tegenkomen. Ellen Melk: ‘Wat er in advertenties in de krant wordt aangeboden is vaak slecht. Dat zijn de kamers ie verhuurders zelfs niet via via kwijt kunnen. Daarvoor waarschuwen we de mensen. Wees op je hoede, en ga niet te snel met ze in zee. Want er lopen hele rare mensen rond in die wereld. De kwaliteit van de kamers die we hier krijgen is heel verschillend. We proberen zo goed en ze kwaad als het lukt de allerslechtste kamers, waar bijvoorbeeld veel te hoge huren gevraagd worden, te schiften.’ Maar het is niet altijd te voorkomen. Vorige week kreeg de Asva telefoon van een man die vierhonderd kamers aanbood op de Van Brederodelaan. Ronald: ‘Dus stuurden wij er mensen op af. Bleek de Van Brederodelaan helemaal niet te bestaan. Dat soort narigheid is heel normaal als je een kamer zoekt.’

 

Iedere kamerzoeker vindt na een tijdje wel een dak boven zijn hoofd. ‘Maar vraag niet hoe,’ verzucht Ellen Melk. ‘Zonder relaties ben je nergens. Informele contacten leveren het meeste op.’ Daniël Bende belandde na het Centraal Station via de Asva op een kamer bij een ‘vreselijke’ hospita aan de Admiraal de Ruyterweg, waar hij een jaar bleef. ‘In het begin wist ik niet eens dat er zoiets bestond als een studentenflat. Maar in dat jaar heb ik wel geleerd hoe je een huis moet vinden. Je moet de boekjes van de Gemeentelijke Dienst Herhuisvesting lezen, je zo snel mogelijk inschrijven in de stad zodat je een urgentiebewijs krijgt, en je opgeven bij woningbouwverenigingen.’

 

Ronald heeft een andere tip: ‘Ik zou proberen een stunt uit te halen. Zorg ervoor dat je op de radio komt en vertel daar dat je een kamer zoekt. Opvallen, daar gaat het om.’