Foto: Bart (cc, via Flickr)
actueel

Folia 70: NS doodsbenauwd voor invoering ov-jaarkaart

Marleen Hoebe,
21 oktober 2018 - 09:04

Folia bestaat 70 jaar. Deze maand blikken we dagelijks terug met een artikel uit ons archief. Vandaag: vervoersbedrijven zijn bang voor het grote aantal studenten dat recht krijgt op een ov-kaart. Toch blijft het gissen hoeveel studenten het gaan gebruiken. Veel studenten blijken juist het meest tevreden te zijn zonder jaarkaart. 

Vervoersbedrijven tasten in het duister

Studenten en de familie spoor

23 februari 1990 - Judith Spruit

 

Als de inwoners van Rotterdam met zeshonderdduizend tegelijk in de trein zouden stappen, wat gebeurt er dan? Een even groot aantal beursstudenten komt volgend jaar, als de plannen doorgaan, in het bezit van een ov-jaarkaart. De Nederlandse Spoorwegen huiveren bij de gedachte dat de overbevolkte treinen ook nog eens wagonladingen vol studenten op hun dak krijgen. Die werden juist met de jongerenkaart zo handig buiten de ochtendspits gehouden. Amsterdam herbergt met zijn twee universiteiten en acht hogere beroepsopleidingen alleen al ruim 60 duizend studenten. Driekwart van hen heeft als voltijdstudent recht op een ov-kaart. Folia nam alvast een voorschotje en localiseerde de woonplek van de 25 duizend UvA-studenten.

 

In de rookcoupé van de trein die om 8.42 Zaandam verlaat ligt de gemiddelde leeftijd ver onder de dertig. Toch zijn het vooral werkende jongeren, aio's, wetenschappelijk personeel en een enkele hbo-student die zich op de harde bankjes samenpersen. ‘Het is beter dan in de file staan’, merkt een mts'er op die gebogen zit over een computeruitdraai. Hij is blij met de ov-jaarkaart: ‘Het scheelt me flink elke maand. Van het uitgespaarde bedrag kan ik in het weekend weer een leuk tripje maken.’

Foto: Henk Thomas

‘Een trein vol studenten, hier in de Randstad? Ik zou het niet weten. Je kunt dat niet aan de gezichten aflezen. Ze zitten gewoon tussen de anderen.’ De NS-conducteur haalt onverschillig zijn schouders op. Studenten in de regio Amsterdam hebben niet de gewoonte om met z'n allen op één tijdstip massaal in de trein te springen. Daarvoor moet ie op een willekeurige vrijdagavond eens naar kleinere universiteitssteden gaan. ‘De treinen van Leiden naar Utrecht, van Groningen naar Zwolle en van Nijmegen naar Arnhem zitten na zeven uur 's avonds — want dan kun je met je jongerenkaart een weekendretour kopen — bomvol studenten,’ weet de conducteur.


In Amsterdam volgen 62 duizend studenten een opleiding aan een van de twee universiteiten of acht hogere beroepsopleidingen. Daarvan studeren er twaalfduizend aan de Vrije Universiteit, 24 duizend in het hbo en 26 duizend aan de UvA. Maar wat in de hoofdstad de gevolgen zullen zijn van een plotseling vrijkaartje voor het openbaar vervoer, daarvan hebben de Spoorwegen, de busbedrijven en het Gemeentelijk Vervoerbedrijf niet de flauwste notie.

 

Nog drukker in de spits

Wat de Nederlandse Spoorwegen met enige zekerheid weten bevestigt hun bange vermoedens: ruim één op de vijf beursstudenten is van plan om ook tijdens de ochtendspits te gaan reizen. Dat betekent dat het nog meer dringen wordt op de drukste lijnen, die nu al acht procent te weinig ruimte hebben. De overbezetting loopt dan op tot bijna twintig procent.


Hun gegevens kregen de Spoorwegen door 250 studenten alvast gratis zes maanden lang een ov-jaarkaart uit te reiken. In ruil daarvoor hielden de proefpersonen een dagboek bij over hun reisgedrag. Uit de dagboeken bleek dat ze vijftig procent vaker de trein pakten dan voorheen. Wie zich dus bijvoorbeeld eerst vier keer per jaar een retourtje Utrecht aanschafte deed dat nu zes keer.

‘We weten niet op welke tijden studenten in de trein stappen. Het is allemaal natte vinger werk’

Het wordt dus nog drukker tussen zeven en negen uur 's morgens op de perrons in de Randstad. Op welke spoorlijnen rondom Amsterdam dat te merken zal zijn durven de spoorwegen niet te zeggen. ‘We weten niet op welke tijden studenten in de trein stappen. Het is allemaal natte vinger werk,’ meldt perschef Nancy van Berkel van de Nederlandse Spoorwegen in Amsterdam.


Nu kunnen ze in één opzicht een zucht van verlichting slaken: het grootste deel van de UvA-studenten (62 procent, omgerekend 15.500 studenten) woont in Amsterdam, Diemen of Amstelveen en pakt in het ergste geval vooral in de weekeinden de trein. Van het deel dat overblijft, wonen er ruim vierduizend zo ver weg dat het onwaarschijnlijk is dat ze elke dag op en neer reizen. De gevaarlijkste groep bestaat eigenlijk uit de 34 procent die op ongeveer één uur reizen van de hoofdstad afzit: in de regio Zuid-Holland, Utrecht en de rest van Noord-Holland. Concentraties bevinden zich in het Gooi waar 1250 studenten wonen, de Zaanstreek (750) en het gebied rondom Haarlem (1500). Het zal dus vooral druk worden op het spoor richting Alkmaar, de Intercity naar Haarlem en de stoptrein naar Hilversum. Hoe het de provinciale busmaatschappijen zal vergaan blijft ook nog onduidelijk. Hun commentaar lijkt als twee druppels water op dat van de NS-collega's: ‘We hebben geen flauw idee, maar we zijn reuze benieuwd.’

Foto: Henk Thomas

UvA-student lijkt kieskeurig

Een flink deel van de potentiële student-reizigers wordt — door de bril van de vervoersbedrijven bekeken — onschadelijk gemaakt doordat ze geen recht hebben op de ov-kaart: zo'n vijfduizend staan er bij de UvA ingeschreven als deeltijder, bijvakker, contractstudent, auditor of extraneus.


Omdat zes van de tien UvA-studenten in de stad woont, lijkt vooral het Gemeente Vervoerbedrijf GVB de gevolgen van de ov-jaarkaart te ondervinden. Als enige wil voorlichter Herman Wals van het GVB wel iets kwijt over de gevolgen van de invoering: ‘Anderhalf jaar geleden hebben we ooit onderzocht hoeveel gebruik studenten van het stadsvervoer maken, en wat daarin zou veranderen na de ov-kaart. Nu bestaat ongeveer één tiende deel van ons totale reizigersbestand uit studenten. We verwachten een flinke extra toeloop, van een paar procent.’ Vooral tijdens de spits op de tramlijnen 1, 2, 16 en 25 denkt Wals in de problemen te komen: ‘Die gaan allemaal naar de binnenstad.’ Ook op de bussen naar de VU en op de lijnen langs de grote studentenflats aan de rand van de stad voorspelt de voorlichter een grotere drukte. ‘We rekenen erop dat we capaciteitsproblemen krijgen. In de spits zitten we al op het maximum. Het is mogelijk dat we extra bussen en trams inzetten.’

 

Bijna de helft van alle UvA-studenten streek neer binnen een straal van drie en een halve kilometer van de Dam. De nieuwbouwwijken in Osdorp, Noord, Diemen, de Bijlmer en Amstelveen scoren vooral nog een beetje dankzij de studentenflats. Kieskeurig lijkt de UvA-student zeker. Op een winderige plek als het westelijk havengebied wonen welgeteld acht studenten. Het populairst zijn de oude negentiende-eeuwse wijken als De Pijp, de Kinkerbuurt, Oud-Oost en de binnenstad. Het grachtengordel-circuit biedt plaats aan ruim vierduizend UvA-studenten.

'Ov-jaarkaart is verplichte winkelnering'

Het actiecomité Studenten tegen ov-kaart heeft afgelopen dinsdagnacht veertig treinstellen beschilderd met leuzen als ov no way en ov is verplichte winkelnering. Minister Ritzen wil de ov-kaart voor studenten op 1 januari 1991 invoeren. De actiegroep eist dat Ritzen studenten de keuze laat of ze een kaart willen hebben.

 

Volgens de actiegroep is de ov-kaart een bezuiniging op de basisbeurs. De kaart wordt verplicht opgelegd aan alle studenten, die er veertig tot zestig gulden per maand op achteruit gaan. ‘de kaart kent een hoge graad van betutteling en levert de minister en passant 63 miljoen op. Dit bedrag doet hij cadeau aan de instellingen voor hoger onderwijs terwijl het geld in het stelsel van studiefinanciering thuishoort,’ aldus de actiegroep in een persverklaring. (JSt)

Kans groot dat student fiets pakt

Het blijft gissen met welk vervoermiddel de stadsbewoners zich naar de collegezalen (waarvan het grootste deel in het centrum geconcentreerd zit) gaan verplaatsen. Afgaand op geografische spreiding zullen de studenten zich beperken tot de tramlijnen 1, 6, 16 en 24. Die uitkomst verschilt niet zoveel van de GVB-bevindingen. Maar de kans lijkt het grootst dat de doorsnee student op de fiets stapt. De berg oud wielerroest rondom de universitaire gebouwen, het nijpend gevecht om een parkeerplek aan de paal en de levendige handel in junkfietsen doen vermoeden dat het rijwiel onder studenten het meest gebruikte vervoermiddel is. Niet zo verwonderlijk, voor wie ooit meedeed aan een door de Intree georganiseerde race door de stad. Van alle gebruikte methoden (tram, taxi, lopend of fiets) bleek de laatste verreweg het snelst.

 

Een weinig representatieve steekproef onder toevallige bezoekers van universitaire gebouwen leert dat het gros van de studenten nog het meest tevreden is zonder jaarkaart. Invoering ervan kost een thuiswonende beursstudent maandelijks 42,50 gulden, terwijl een uitwoner er per maand zestig gulden voor moet inleveren. LSVB-voorzitter Jaap de Bruijn toonde zich vorige week ‘hoogst verontwaardigd’ over de afspraken die de ministers Ritzen en Maij-Weggen met de vervoersbedrijven maakten. Stimuleren van het openbaar vervoer is OK, maar de studenten moeten daar niet toe gedwongen worden, vindt hij.

‘Ik vind dat de studenten zelf mogen kiezen of ze nu wel of niet zo'n kaart willen’

Op het met fietsen bezaaide terrein van het voormalige Binnengasthuis, waar Crea, de mensa, een dependance van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten en een groot aantal studierichtingen zijn gehuisvest, rammelt een geschiedenisstudent zijn slot los. ‘Fiets kopen?’, sist een voorbijgaande man. ‘Zullen we naar de politie gaan?’ antwoordt de jongen gevat. Aan de ov-kaart heeft hij geen boodschap: ‘Mijn ouders wonen in Amsterdam, ik ga nooit uit en ik doe alles altijd op de fiets. Ik vind dat de studenten zelf mogen kiezen of ze nu wel of niet zo'n kaart willen.’

 

Een groepje voorbijlopende corpsleden ziet de jaarkaart wel zitten: ‘We gaan lekker stappen in Antwerpen,’ melden ze vrolijk. Rechtenstudent Riccardo Wijngaarde, die met zijn saxofoonkist zojuist de Oudemanhuispoort verlaat, ziet geen andere oplossing dan er na de gedwongen invoering er maar het beste van te maken: ‘Ik kan leuk naar popconcerten, tentoonstellingen en het filmfestival in Rotterdam. Hoewel... ik ga er financieel flink op achteruit. Dan sta je eenmaal voor de deur van zo'n zaal terwijl je geen geld meer hebt om de toegang te betalen!’