Foto: Publiek domein
actueel

Vijftigjarige opleiding Hebreeuws zit niet te wachten op dertig eerstejaars

Dirk Wolthekker,
19 oktober 2018 - 12:42

De opleiding Hebreeuws bestaat deze week vijftig jaar. Reden voor een feestje met een terugblik en een vooruitblik. Zes vragen over een unieke opleiding aan hoogleraar Irene Zwiep.

Waarom zijn ‘joodse studies’ aan de UvA belangrijk gebleken?

‘Dat heeft verschillende redenen. Vijftien jaar geleden werd er aan zes faculteiten in Nederland nog een opleiding verzorgd die redelijk op de onze leek. Nu zijn we nog de enige, voor zolang het duurt, zeg ik erbij, want ook wij hebben te maken met teruglopende financiering. Wat zeker ook meetelt is dat onze opleiding een goed ingebed clubje is in een stad met een rijke joodse cultuur en geschiedenis, musea en een mooi joodse culturele erfenis, deels ondergebracht bij de afdeling Bijzondere Collecties.’

 

‘We zijn klein, maar stabiel. In tegenstelling tot veel andere talenopleidingen is onze kleine omvang niet van de laatste jaren, maar zijn wij altijd klein geweest’
Foto: UvA
Irene Zwiep

Zo’n unieke opleiding brengt verplichtingen met zich mee.

‘De unicumstatus roept bij mij gemengde gevoelens op. Ik vind het een mixed blessing. Ten eerste betekent het dat je in den lande weinig collega’s hebt. Als je dan niet oppast, dreigt zo’n opleiding toch een soort kasplantje te worden en dat moet natuurlijk niet. Maar ik denk wel dat de faculteit haar biodiversiteit koestert. Daar hoort Hebreeuws natuurlijk bij. De uniciteit brengt dus een verplichting aan beide kanten met zich mee.’

 

Is er een relatie tussen het bestaan van de opleiding en de (afloop van de) oorlog?

‘Niet zo direct als je het nu stelt. Wij gaan juist niet over de holocaust, het antisemitisme of het zionisme. Wel is het zo dat er vanaf de jaren zestig – en dan vooral sinds de Zesdaagse Oorlog van 1967 tussen Israël en haar Arabische buurlanden – in christelijke kring een zekere fascinatie ontstond voor het jodendom. Dat is de jaren daarna, waarin de multiculturele samenleving steeds meer vorm kreeg – verder versterkt, maar dan vooral als rijke historische cultuur die intens verweven is met de Europese cultuur.’

Hoe groot is die fascinatie nog? De instroom bij Hebreeuws is klein.

‘Reken maar dat wij klein zijn, erg klein zelfs. Maar ik zeg altijd: we zijn klein, maar stabiel. In tegenstelling tot veel andere talenopleidingen is onze kleine omvang niet van de laatste jaren, maar zijn wij altijd klein geweest, met dien verstande dat we vroeger veel meer ouderen trokken en de vrijblijvendheid groot was. Nu trekken we meer jongeren en is de vrijblijvendheid veel minder. Als alleen de cijfers zouden tellen dreigt een monocultuur en daar is niemand bij gebaat. Overigens hebben we dit jaar een instroom van maar liefst elf studenten in de masterfase. Als ik dat aan mijn Europese collega’s vertel slaan ze steil achterover.’

‘Als ik aan mijn Europese collega’s vertel dat we elf eerstejaars masterstudenten hebben slaan ze steil achterover’

Veel ‘kleine studies’ staan steeds onder druk, maar Hebreeuws weet de dans te ontspringen. Waar heeft dat mee te maken?

‘Laten we zeggen: er is geen talenopleiding die zo goed over zichzelf nadenkt als onze opleiding, juist omdat we al zo lang zo klein zijn. We zitten permanent op onze koffers, maar op reis hoeven we gelukkig niet. Dat komt misschien ook omdat we met de tijd mee willen gaan. We willen geen versteende discipline zijn, maar meebewegen en dat kan vaak goed als je klein bent. Verder proberen we ten dienste te staan aan de faculteit en niet andersom. Don’t ask what the faculty can do for you, but what you can do for the faculty, dat is ons credo.’

 

De master is ondergebracht bij Midden-Oostenstudies. Is dat een goede keuze geweest?

‘Jazeker. Ik vind dat daardoor een mooi, breed en pragmatisch kennislabel is ontstaan. Joodse studies vormen niet een discipline op zich, maar horen onder een paraplu waar van alles onder valt en dat is goed voor onderwijs en onderzoek. Onze internationale oriëntatie en uitwisselingen met het buitenland is heel aantrekkelijk voor studenten. Maar goed, dertig eerstejaars zou natuurlijk ondenkbaar zijn. En ook onwenselijk trouwens: het zou de arbeidsmarkt ontwrichten.’