Foto: Publiek domein
actueel

Folia 70: wat had een student in de jaren tachtig te besteden?

Mina Etemad,
16 oktober 2018 - 17:00

Folia bestaat 70 jaar. Deze maand blikken we dagelijks terug met een artikel uit ons archief. Vandaag: hoe zag het huishoudboekje van een student eruit begin jaren tachtig? Folia vroeg het aan drie studenten en kwam tot de conclusie dat de ouders nog best wat bijspringen. 

Studentenbudget: een jaar gehakt eten voor een deux-chevaux

Financieel afhankelijk van pa en ma rekent de student zijn huishoudboekje vol

22 november 1980 - Jos Dohmen

 

‘De eerste paar keer overvalt je een licht gevoel van schaamte als je lege flessen bij de kruidenier inlevert zonder iets voor het statiegeld te kopen. Maar dat gaat al gauw over.’ De maand is bijna om, het geld op en Peter (vierdejaars geschiedenisstudent) wil nog met de bus naar zijn ouders om een beroep te doen op hun mededogen. Zoals veel van zijn medestudenten is hij financieel afhankelijk van die ouders en is hij arm. Maar Peter kan zijn eigen vrienden kiezen, mag gerust PSP stemmen en wellicht stopt zijn moeder een bankje van vijfentwintig in zijn zak.  Dan kent de Dienst Studenten Welzijnszorg wel andere gevallen: ‘Sommige ouders geven hun studerend kind geen cent als hij of zij er niet iedere zondag is om mee naar de kerk te gaan.’

 

Dat het studentenbudget doorgaans laag is, weet iedereen. Hard cijfermateriaal over de financiële positie van de Nederlandse student is er echter nauwelijks. Statistisch betrouwbare gegevens over de inkomsten en het bestedingspatroon ontbreken, terwijl zij toch onontbeerlijk zijn in de discussies over de hoogte van studietoelagen, de huurverhogingen in studentenflats, de stijging van de maaltijdprijzen in de mensae of de invordering van promessen. De maximale rijksstudietoelage voor uitwonende studenten bedraagt momenteel 9780 gulden (exclusief college- en inschrijfgeld). Dat is aanzienlijk minder dan het minimumloon of de bijstandsuitkering voor alleenstaanden. Een vergelijking die toch zeker is gerechtvaardigd. Immers, kan niet elke volwassen Nederlander, die in zodanige omstandigheden verkeert dat hij of zij niet beschikt over de middelen om in de noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, een beroep doen op de Algemene Bijstandswet? Alleen studenten en hun gezinsleden blijken daarvan te worden uitgesloten.

 

De hoogte van de maximale rijksstudietoelage blijft - zeker de laatste jaren - uit in vergelijking met de ontwikkeling van bijstandsuitkeringen en wettelijk minimumloon. Daarbij moet worden aangetekend, dat de bedragen van de uitkeringen nog worden verhoogd met woonkosten, ziekenfondspremie en vakantie-uitkering. Wat echter belangrijk is in dit verband, is dat slechts 15 procent van de studenten over een maximale toelage beschikt. Hoeveel de overigen te besteden hebben, is niet te zeggen. Juist hier tast men wegens gebrek aan cijfers in het duister. Hoeveel weet de student zelf te verdienen met allerlei baantjes? In ieder geval elk jaar minder – het werk ligt tenslotte niet meer voor het opscheppen. Hoeveel dragen de ouders bij aan de kosten van levensonderhoud van hun studerend kind?

‘Je leert van zo’n absoluut minimuminkomen rond te komen. Als ik nu bijvoorbeeld kleding nodig heb, maak ik het óf zelf óf ik zoek heel lang tot ik iets echt goedkoops vind’

Huishoudboekje

Representatief materiaal over wat de gemiddelde student te besteden heeft is er dus niet. Geheel in de lijn van de huidige journalistieke trends doet daarom ook Folia de huishoudboekjes van willekeurige individuen open. Drie studenten maakten een maandoverzicht van hun inkomsten en uitgaven: Koos (20 jaar, sociale geografie), Else (25, pedagogiek) en Harry (27, filosofie).

 

In deze staatjes valt vooral op hoe dicht de inkomsten en de uitgaven bij elkaar liggen. Deze drie studenten komen ‘rond’ van hun budget. Toch betalen zij daar een prijs voor. Harry: ‘Ik zou echt meer geld willen besteden aan films en vakantie. Ook zou ik meer abonnementen op tijdschriften en kranten willen nemen. Daarvoor kan ik natuurlijk op zoek gaan naar nog meer bijverdiensten, maar dan houd ik nauwelijks tijd over voor mijn studie.’ Ook bij Koos zijn het de hobby’s en de vakantie die erbij moeten inschieten. ‘Als ik te veel probeer bij te verdienen en ze pakken me, ben ik mijn beurs kwijt.’ Else: ‘Je leert van zo’n absoluut minimuminkomen rond te komen. Je stemt je wensen erop af. Als ik nu bijvoorbeeld kleding nodig heb, maak ik het óf zelf óf ik zoek heel lang tot ik iets echt goedkoops vind. Zoals gezegd: je leert ernaar te leven, maar moet dat nou?’

 

(Lees verder onder de infographic)

Beknibbelen

Studenten blijken soms verrassend goed te zijn in het beknibbelen op dingen die algemeen als primaire behoeften worden gezien. Zo kan iemand het klaarspelen om één jaar lang gehakt te eten en vieux van de Spar te drinken om een deux-chevautje te kunnen aanschaffen. Al te vaak wordt smalend gesproken over wagenparken bij de studentenflats en de kostbare stereo-installaties die de 3-bij-4-meter kunnen bedienen als betrof het een verenigingszaal. Toch gaat het dan om uitzonderingsgevallen. Studentendecaan Piet Havermans: ‘Er staan altijd veel auto’s bij de studentenhuizen, en dat zijn lang niet altijd wrakken. Kijk maar eens naar Meer en Vaart. Nu wonen daar veel aankomende tandartsen, die al leningen kunnen afsluiten die best goed zijn voor een Toyota. De gemiddelde student staat er echter heel wat minder rooskleurig voor.’

 

De decanen van de Dienst Studenten Welzijnszorg krijgen de mensen over de vloer die financieel echt ten einde raad zijn. ‘Soms komen hier mensen die de huur en het eten niet meer kunnen betalen. Een enkeling kunnen wij helpen met een bijdrage uit het noodfonds. Dat fonds is echter ook maar heel beperkt en structurele problemen kunnen we er zeker niet mee oplossen,’ aldus decaan Jan Bekhof. ‘Het is voor studenten steeds moeilijker een baantje te vinden en aan arbeidsbemiddeling kunnen wij helaas niet doen.’ Welke hulp kunnen de DSW-decanen dan wél bieden aan al die studenten in hun financieel zwakke positie?

‘Als er iets snel moet veranderen aan dit systeem dan is het wel dat de afhankelijkheid van de student tegenover zijn ouders er volledig uit gehaald wordt’

‘Het hoofdprobleem bij vrijwel alle mensen die naar ons toe komen ligt in hun afhankelijkheid van de ouders. Bijna elke student heeft er moeite mee zijn hand te moeten ophouden. Door de ouders wordt vaak een zekere dwang uitgeoefend, die kan variëren van het eisen van tentamenresultaten tot de verplichting om zondags naar huis te komen en mee naar de kerk te gaan. Als daarnaast de student feitelijk niet weet hoe zaken als kinderbijslag, belastingaftrek en studiefinanciering zijn geregeld, is zijn afhankelijkheid compleet. Vaak weet een student niet eens dat er uit de kinderbijslagen relatief redelijke bedragen komen. We kunnen zo iemand uitleggen hoe de regels zijn en dat kan zeer verhelderend werken. Je hebt al een betere positie in een gesprek met je ouders als je wéét dat zij minder géven dan ze voor het levensonderhoud van een studerend kind ontvángen,’ aldus Bekhof.

 

Voorlichting op het gebied van alle ondoorzichtige regelingen betreffende studietoelagen, kinderbijslag, onderhoudsplicht en onafhankelijkheid – ziet de DSW daarom als zijn belangrijkste mogelijkheid wanneer een student om hulp aanklopt. Bekhof: ‘Er zijn zo veel regels die door de betreffende instanties niet of onvoldoende naar buiten worden gebracht. Wij zijn wel gedwongen om die taak op ons te nemen.’

 

Havermans: ‘De student kan op geen enkele manier vat krijgen op het huidige studiefinancieringsstelsel. Alles gebeurt buiten hem om, maar híj moet de gevolgen dragen. De meeste studenten redden het wel, maar het systeem is vreselijk slecht. Wij worden hier geconfronteerd met de uitwassen van dat systeem en wat we zien stemt ons bijzonder somber.’

 

‘Als er iets snel moet veranderen aan dit systeem,’ aldus Jan Bekhof, ‘dan is het wel dat de afhankelijkheid van de student tegenover zijn ouders er volledig uit gehaald wordt.’