Foto: Folia
actueel

Folia 70: UvA'ers op studiereis zitten vast in Washington na 9/11

Sterre van der Hee,
25 oktober 2018 - 13:23

Folia bestaat 70 jaar. Deze maand blikken we dagelijks terug met een artikel uit ons archief. Vandaag: UvA’ers op studiereis zaten vast in Washington nadat ze getuige waren van de aanval op het Pentagon op 11 september 2001. 

Dinsdagmorgen, 8.45 AM 

21 september 2001 – Aaf Brandt Corstius

 

‘Met mij gaat het goed, met Amerika minder’, meldt UvA-docent Herman Beliën twee dagen na de aanslagen vanuit Washington D.C. Achttien studenten Amerikanistiek en twee docenten zouden op de dag van de ramp terugreizen naar Nederland.

 

Beliën zag op de ochtend van 11 september het New Yorkse deel van de aanslagen op tv in zijn hotel. ‘Ik dacht: een vreselijke ramp.’ Maar het was in New York, dus ging hij rustig op stap met zijn collega, oud-UvA-docent Gerard Visser.

UvA herdenkt ramp

Amerikaanse studenten die aan de UvA studeren houden op donderdag 20 september een bijeenkomst in de aula van de universiteit. Tijdens de herdenking, die begint om 17.00 uur, zal de pledge of allegiance – een eed aan de Amerikaanse vlag – worden uitgesproken. Enkele studenten zullen hun verhaal vertellen en er worden gedichten voorgelezen. Collegevoorzitter Noorda en een afvaardiging van het Amerikaanse consulaat zullen de herdenking bijwonen.

‘We maken jaarlijks een studiereis naar een grote Amerikaanse stad. De studenten kijken vooral naar monumentale gebouwen en analyseren de boodschappen die die gebouwen overbrengen.’ Een toepasselijk onderwerp. ‘De laatste dag was een vrije dag. We namen de metro naar de Library of Congress, waar we een tentoonstelling zouden bezoeken. Maar daar aangekomen zagen we al enorme bruine rookwolken achter het Capitol opstijgen. Er waren ook al veel verslaggevers en met hen hebben we een tijd staan kijken.’

 

De politie wist inmiddels dat er misschien nog een vliegtuig onderweg was naar Washington en vroeg de toeschouwers zich veilig te stellen in woonwijken. ‘Toen zijn we naar de jeugdherberg gegaan waar onze studenten logeerden’, zegt Beliën. ‘Die herberg ligt tussen federale gebouwen, dus in een risicovol gebied.’

 

Quirine Dongelmans (21) is een van de studenten. ‘Die ochtend wilde ik mijn moeder bellen, en ik zocht op straat naar een telefooncel. Ik merkte dat veel mensen uit het centrum kwamen lopen, maar verder dacht ik er niet over na.’ Na lang zoeken vond ze een telefoon die het deed. ‘Mijn moeder was al ongerust en vertelde me over de crash in het Pentagon.’ Half in paniek ging Dongelmans terug naar de jeugdherberg. ‘Het was er vreselijk vol, want iedereen moest blijven. Gelukkig kon dat. Die avond was er ook een avondklok, om acht uur, maar daar kwam om elf uur alweer een eind aan.’

 

Inmiddels zijn de studenten ondergebracht in een hotel verder van het Pentagon. ‘Ik was eerst echt bang, heb ook huilend mijn ouders en mijn vriendje gebeld’, vertelt Dongelmans. ‘Maar nu heb ik ook wel zoiets van: I've been there. Voor een student Amerikanistiek is dit natuurlijk wel heel interessant. De Amerikanen gaan op zo’n bijzondere manier met de ramp om.’

 

‘Over alles wat we hier nu zien, zouden we een jaar college kunnen geven’, aldus Beliën. Sommigen van zijn studenten waren de ochtend van de elfde richting New York vertrokken om daar nog enkele dagen aan hun reis vast te knopen. ‘Drie studenten zijn teruggekeerd naar ons. Maar van vier anderen heb ik nog niets gehoord. Het kan niet dat ze New York vóór de ramp hebben bereikt, maar ik vind het toch vervelend’, aldus Beliën. 

 

Vorige week donderdag was nog niet duidelijk wanneer de UvA’ers terug konden keren naar Nederland.

 

Mara Yerkes uit Minnesota, 25, volgt aan de UvA een Social Sciences Masters bij de ISHSS:

‘Ik stond onder de douche toen ik om tien over vier werd gebeld door een vriendin uit Singapore. Ik zette meteen de tv aan. Het leek wel een film. Eerst was ik tien minuten verdoofd. Toen besefte ik dat een vriendin van me vlakbij het WTC werkte. Een andere vriendin werkte in het Pentagon. Mijn oom is daar ook vaak om contracten met de marine af te sluiten. Gelukkig was hij daar die dag niet, hoorde ik.

Uitiendelijk heb ik de broer van die vriendin die bij het WTC werkte, te pakken gekregen. Op weg naar haar werk zag ze op het grote tv-scherm op Times Square wat er aan de hand was. Op haar werk is ze naar het kantoor van haar chef gelopen dat uitzicht heeft op het WTC. Ze hadden de radio aan. Mensen belden vanuit het WTC naar radiostations om te zeggen dat ze de reddingswerkers zo bewonderden. Ze zijn er bijna, zei een man, die op de tachtigste verdieping zat. Minuten later zag mijn vriendin de toren ineenzakken.

De vriendin in het Pentagon werkte op de afdeling waar het vliegtuig invloog. Ik dacht dus dat ze dood was. Maar twee dagen ervoor was ze verhuisd naar een andere afdeling, zoals later bleek. Ze stond bij haar oude werkplek naar de televisie te kijken, maar de situatie was zo penibel dat ze het beter vond om naar haar nieuwe afdeling terug te keren. Twee minuten later was haar oude afdeling weggevaagd.

Het heeft tot half negen ’s avonds geduurd voor ik zeker wist of ze nog leefden.’

 

Caroline Hill uit Seattle, 22, volgt aan de UvA een masters in International Relations:

‘Last year, while living in the former Soviet Union, a place not considered secure by many Americans, I was always asked by people back in the States if I felt unsafe due to political problems there. They had the typical American attitude that terrorism and other acts of political violence are a problem for other people, not us, and that we were somehow immune. The days of being naive are over.’

 

Thalia Brandt, 24, Film- en Televisiewetenschappen, uitwisselingsstudent aan de NYU:

‘Dinsdagochtend werd ik wakker gemaakt door mijn tante, die zei dat er een terroristische aanslag op het World Trade Center was geweest. Ik kon het niet geloven: de week ervoor was ik met een aantal internationale studenten op het plein voor het WTC geweest omdat er een Latijns-Amerikaans festival plaatsvond. Mijn tante en ik besloten snel wat boodschappen te doen. Het was onwijs druk bij de supermarkt: er was geen winkelwagentje meer te krijgen en mensen liepen met kinderwagens vol voedsel. Toch bleef iedereen rustig ien vriendelijk. Uiteindelijk stonden we twee uur in de rij.

Later op de middag kwam er een vliegtuig laag over ons huis. Ik schrok me rot. Alle vluchten waren immers afgelast. Mijn tante zei dat het waarschijnlijk een regeringsvliegtuig was. Het was de eerste keer dat ik angst voelde.

Mensen in Nederland vroegen of ik naar huis wilde. Mijn eerste reactie was: nee. Angst aanjagen is het doel geweest van deze aanslagen en ik wilde me niet weg laten jagen. Ik ben anderhalf jaar bezig geweest om hier te komen. Maar om te zeggen dat ik het gezellig vind om heir te blijven... Ik kijk het nog twee weken aan.’

 

Renzo ter Haseborg, 24, Rechten, uitwisselingsstudent aan de NYU:

‘Ik was aan het joggen rond Washington Park. Om tien voor negen hoorde en zag ik een vliegtuig heel laag en snel overvliegen. Een fractie later hoorde ik een enorme knal en zat er een groot brandend gat in het WTC. Ik ben snel naar huis gerend omdat de flat waar ik woon een groot dakterras heeft op de twaalfde verdieping met uitzicht op de Twin Towers. Toen mensen van grote hoogte uit de toren sprongen – we zagen ze als speldenknoppen naar beneden tuimelen – en WTC2 als eerste instortte, maakte ongeloof plaats voor verdriet.

De conciërgie van mijn flat vroeg of ik gelovig was, volgens hem was de Apocalyps begonnen. Zaterdag hoorde ik iemand vanuit een auto roepen: We want war! Dat lijkt op dit moment het nationale sentiment. Niet iedereen denkt er zo over. Tijdens een paneldiscussie op de universiteit waren de professoren bang voor overhaaste vergeldingsacties. Ook werd opgemerkt dat de Taliban in de jaren tachtig door de VS is opgeleid in de Afghaanse strijd tegen de Russen.

Inmiddels pakken de inwoners van New York hun leven weer op. Sommigen proberen zelfs wat aan de ramp te verdienen. Een kantoorboekhandel op de hoek verkoopt foto’s van de ramp voor een dollar per stuk.’

 

Thijs Etty, 23, student Rechten aan de UvA, op uitwisseling aan de NYU. Was op zijn appartement in Mercer Street, Manhattean. Op 13 en 14 september mailt hij vanuit New York:

‘De dinsdag die ik dinsdag heb gezien, van zo dichtbij, laten me niet los en dat zal nog wel lang zo blijven. Na de eerste klap keken veel medestudenten in het campusgebouw aan Mercer Street uit het raam, op zoek naar de bron van het lawaai, waarna we de beelden die de hele wereld inmiddels op televisie heeft gezien, van een kleine twee kilometer afstand aanschouwden. Vanuit mijn kamer op de twintigste verdieping zag ik de ogenschijnlijk onverwoestbare torens voor mijn ogen als kaartenhuizen in elkaar zakken, als luciferhoutjes gebroken.’

 

Justin Kohnstamm, 23, student Rechten aan de UvA, uitwisselingsstudent aan Columbia Law School in Manhattan:

‘Ik werd wakker gebeld door mijn vriend Renzo, die aan de NYU studeert. Hij vertelde me dat hij tijdens het joggen een vliegtuig het World Trade Center in had zien vliegen. Een gerust over een bommelding op de campus van mijn universiteit, rond tien uur, leidde tot nog meer angst en verwarring. Gelukkig kon dit verhaal snel ontzenuwd worden. Al vrij snel kwamen de eerste gewonden binnen bij het St. Luke’s Hospital, naast de Law School. Daar stonden tientallen bedden op straat opgesteld om de gewonden zo snel mogelijk af te voeren. In de kathedraal van de universiteit werd vrijwel meteen een bloedbank ingericht.

Wil ik door deze omstandigheden eerder naar Amsterdam terugkeren? Zolang hier niets meer ontploft niet. Al zou het wel een goed excuus zijn om mijn vriendinnetje weer eens te zien.’

n