Foto: Jan Willem Steenmeijer (UvA)
actueel

Hoogleraar Maarten de Rijke: ‘Gaat AI alles oplossen? Nee, natuurlijk niet’

Stella Vrijmoed,
13 september 2018 - 09:00

Hij begon als filosoof en kwam via de wiskunde uit bij artificiële intelligentie (AI). Deze maand is professor Maarten de Rijke benoemd tot universiteitshoogleraar op dit gebied. Folia vraagt hem of we die algoritmes nou echt zo hard nodig hebben? ‘Het gaat er niet om dat de machine de beslissing neemt, maar dat we samen een betere beslissing nemen.’

Gefeliciteerd met uw aanstelling. Kunt u eens vertellen wat artificiële intelligentie eigenlijk is?

‘AI gaat over systemen die autonoom kunnen observeren, plannen en handelen. Bijvoorbeeld het systeem dat jouw e-mail sorteert in spam en niet-spam. Een bericht komt binnen, het systeem observeert de inhoud van dat bericht en de afzender, beslist dan en handelt door het bericht wel of niet in de spambox te zetten. AI doet niets meer dan ons helpen bij het maken van moeilijke beslissingen. Die zijn vaak moeilijk omdat ze gaan over het voorspellen van de toekomst waar veel onzekerheid in het spel is.’

 

Waarom is dat belangrijk?

‘Nou ja, we hebben misschien wat problemen: klimaatproblemen, energieproblemen, logistieke problemen, medische problemen, problemen met redelijke verdeling van middelen en met het mensen voorzien van de juiste opleiding.’

 

Zijn er al concrete AI-projecten die oplossingen hebben, of zegt men: ‘Oh, AI gaat alles oplossen, dat lukt vast wel met een of ander algoritme’?

‘Uitstekende vraag. Gaat AI alles oplossen? Nee, natuurlijk niet. Gaat dit ons op een aantal lastige vraagstukken helpen om betere beslissingen te nemen, ja dat denk ik wel. We verbeteren nu al klimaatmodellen met AI. En we kunnen met AI al medische beelden beter analyseren of onderwijs personaliseren.’

Foto: Publiek domein

Wat betekent het dat er op de UvA nu vier universiteitshoogleraren zijn op het gebied van artificiële intelligentie?

‘Dat betekent dat de UvA AI belangrijk vindt en dat ze het vakgebied breder en toegankelijker willen neerzetten. dan alleen de technologische kant. Dat ook mensen die niet aan de bètafaculteit zitten, kennis kunnen nemen van AI. Er kunnen nu toegespitste minorprogramma’s worden opgezet waardoor die geïnteresseerde studenten geen hele bachelor AI hoeven te doorlopen. Er zijn veel mensen nodig die een AI-achtergrond hebben. Studenten worden hier uit de banken gerukt en krijgen krankzinnige salarissen zodra ze hier gepromoveerd zijn.’


Mijn leven gaat eigenlijk best goed zo. Ik heb alles wat mijn hartje begeert. Waarom kan ik niet gewoon zonder AI doorleven?

‘In veel van de technologie om je heen zit al AI. Google? AI. Facebook? AI. Maar los daarvan, heb je weleens van vergrijzing gehoord? Jij mag straks alle medische rekeningen gaan betalen voor de oudere generatie. Het werk in de zorg moet verdeeld gaan worden. Bijvoorbeeld over robots die in zorgcentra het zware werk doen, of die met mensen communiceren die alleen zijn. De mensen worden steeds ouder, maar door AI in te zetten bij preventie kunnen we ervoor zorgen dat dat lange leven op een hoger medisch peil komt, waardoor er minder zorg nodig is.’

‘Wat betekent het om mens te zijn tussen dit soort technologie? Daar moeten we ons herdefiniëren’

Dus AI gaat over voorspellen en moeilijke beslissingen makkelijker maken. Als er straks dankzij AI nauwelijks meer foute keuzes gemaakt worden, kunnen we dan niet steeds slechter tegen tegenslag en worden we dan niet veel angstiger om te falen?

‘Hier ligt bij uitstek een rol voor de geesteswetenschap. Wat betekent het om mens te zijn tussen dit soort technologie? Daar moeten we ons herdefiniëren. En dat heeft uiteraard consequenties in hoe we met machines omgaan, met elkaar, met fouten, met leren.’

 

Wordt dat niet heel moeilijk? We leven al in een best foutonvriendelijke cultuur, vind je niet? We willen alles zo graag goed doen, moeten meteen de goede studie kiezen, anders kunnen we het niet betalen…

‘Het is altijd een slingerbeweging. Toen ik student was, kon ik zonder problemen twee studies doen. Nu is dat een stuk moeilijker. Zo gaat dat altijd: soms overcorrigeren we en moeten we terugcorrigeren. Maar dan zien we meteen dat fouten maken ook gezond is, dat mislukkingen mogelijk moeten zijn zo af en toe.’

‘Banen gaan verdwijnen en er moet wel een plan komen om die mensen op te vangen’

Zijn dit dingen waar u zelf over nadenkt?

‘Tuurlijk… ik ben begonnen als filosoof. Technologie is niet perfect. Maar wat je ook zeker niet moet doen is maar niet vooruit willen, omdat je niet weet hoe het moet met die technologie. Ga vooral dat experiment aan maar besef dat het een experiment is. Ik vind bijvoorbeeld dat de overheid ook aan de AI moet, maar voor zo’n instantie is dat natuurlijk reuze-eng. Ik zou het een schande vinden als ze het niet deden. Alleen maar langs de zijlijn staan en angstsignalen versterken, is denk ik het stomste wat we kunnen doen. En het is een garantie dat de rest van de wereld ons loeihard voorbij holt.’

 

U vindt om die reden dat er een nationale AI-agenda moet komen. Wat houdt dat in?

‘Op nationaal niveau moet er een AI-agenda komen met een visie waarin we zeggen: die kant willen we op, en we laten niemand achter. De bedragen waar we het over hebben bij zo’n nationale agenda zijn honderden miljoenen. Een AI-agenda moet over omscholing gaan: banen gaan verdwijnen en er moet wel een plan komen om die mensen op te vangen.

Daarnaast moet er bedacht worden hoe experimenten met AI kunnen worden gefaciliteerd. De groenteboer om de hoek kan een deel van zijn inkoop veel beter doen als hij beter kan voorspellen, maar hij gaat niet zijn eigen serverpark aanleggen. Hoe zorgen we dat ook hij meeprofiteert van de technologische ontwikkelingen?’

 

Hoe kunnen andere faculteiten aan de slag gaan met artificiële intelligentie?

‘Een geesteswetenschapper kan naast het nadenken over onze relatie met technologie ook geholpen worden door deze technologie in het doen van onderzoek. Een machine kan interviews afnemen, discussiefora analyseren en hele collecties boeken lezen in plaats van een handvol. Ook is er regelgeving nodig als we meer met AI gaan experimenteren. Daar kan de Faculteit der Rechtsgeleerdheid zich bijvoorbeeld mee bezig houden.’

 

(Lees verder onder de afbeelding)

Foto: Publiek domein

Maar als de computer straks de interviews afneemt, verdwijnt mijn vak dan?

‘Jouw vak verandert.’

 

Wat blijft er voor mij nog over om te doen dan?

‘Een creatieve vraag stellen die ik niet had verwacht, en waar ik even op zit te stamelen.’

 

Je zegt dat er ook banen gaan bij komen. Wat voor banen zijn dat?

Hij stamelt even: ‘Ehm, wat voor banen komen er… Dat zijn vooral banen waarin het draait om interactie tussen mensen, om creativiteit, en om unieke oplossingen waarvoor geen grote hoeveelheden data bestaan waarvan een algoritme kan leren. Veel van die banen zullen we nog moeten bedenken.’

 

Moet ik ook de AI in, als dat de enige plek is waar er nieuwe banen bij komen? En wat als ik dat niet wil?

‘Als ik nu zou gaan studeren, zou ik voor biomedische wetenschap, AI of China gaan. Daar zit een hoop innovatie, veel vragen, en veel groei. Ik ben begonnen als filosofiestudent. Ik was geïnteresseerd in informatie. Hoe kan iets informatie dragen, hoe kan iets de werkelijkheid weerspiegelen? Om dat probleem beter te begrijpen ben ik ook wiskunde gaan studeren. Eigenlijk doe ik nog steeds hetzelfde als 25 jaar geleden, alleen de context is verschoven en de technologie die ik kan inzetten om dit te begrijpen is veranderd.’

 

Op wat voor manier bent u daar dan nog mee bezig?

‘Ik wil machines laten begrijpen wat voor informatiebehoefte wij mensen hebben, hoe ze daarbij kunnen helpen, hoe ze kunnen begrijpen of hun handelingen geslaagd zijn of niet en vooral wil ik dat ze ons uitleggen hoe ze tot hun keuze zijn gekomen. Vaak maken machines aan de hand van duizenden kenmerken een beslissing. Daar snappen wij niks van. Je zou ook aan een mens om uitleg vragen. En een machine is uiteindelijk ook maar een gesprekspartner die een redelijke inschatting probeert te maken zodat jij een betere beslissing kunt nemen. Het gaat er niet om dat de machine die beslissing neemt, maar dat we samen een betere beslissing nemen.’