Foto: Daniël Rommens
actueel

Kunstmatige intelligentie maakt zich zorgen om grote toeloop voor master

Dirk Wolthekker,
17 juli 2018 - 10:31

Universiteiten zien een sterke groei van het aantal aanmeldingen voor de studie kunstmatige intelligentie voor komend studiejaar. Bij enkele onderwijsinstellingen is sprake van een verdubbeling ten opzichte van het huidige studiejaar, zo blijkt uit berichtgeving van de NOS. De UvA ziet een afname in de bachelor, maar een sterke groei voor de master.

Opleidingsdirecteur en hoogleraar Cees Snoek heeft een beetje ‘een dubbel gevoel’ over de toeloop: de belangstelling voor kunstmatige intelligentie is heel erg groot, maar dat levert gelijktijdig ook problemen op, zegt hij. ‘Het is niet meer te vergelijken met de tijd dat ik zelf studeerde en de opleiding zo’n dertig studenten telde. Nu hebben we 700 aanmeldingen voor de researchmaster. Daarvan hebben we er 300 toegelaten. Van hen hebben tot nu toe 246 bevestigd dat ze ook daadwerkelijk aan de master beginnen. Eerlijk gezegd hoop ik dat het daar bij blijft, want we kunnen het eigenlijk niet meer aan.’

 

Amazon

Het is natuurlijk prachtig dat er zoveel animo is voor een opleiding die min of meer honderd procent baangarantie geeft, maar problemen zijn er ook, zegt Snoek. ‘Het doen van onderzoek is een belangrijk onderdeel van de master, maar het vinden van research-based docenten is heel lastig. De spoeling is dun, te meer daar Google, Amazon en dat soort bedrijven in de rij staan met goedbetaalde banen, waar je alleen onderzoek hoeft te doen en geen onderwijs hoeft te geven. Dat moet op een universiteit natuurlijk wel. ‘

‘Het echte probleem komt pas als de masterstudenten hun afstudeerscriptie gaan schrijven. Daarvoor gaan we waarschijnlijk mensen uit het bedrijfsleven benaderen’

Verdubbeling

Er zijn nu 300 studenten toegelaten tot de master, ‘maar we zijn eigenlijk maar op 150 ingericht,’ zegt Snoek. ‘Een verdubbeling dus. Om die extra studenten op te vangen zullen we juniordocenten moeten inhuren en meer van onze promovendi in gaan zetten. Het echte probleem komt denk ik pas in september 2019 als de masterstudenten hun afstudeerscriptie gaan schrijven. Zij moeten allemaal begeleid worden. Dat gaat nog een hele klus worden waarvoor we waarschijnlijk mensen uit het bedrijfsleven gaan benaderen. Dat is ook weer niet zo gemakkelijk, want onze masterscripties hebben echt een onderzoekkaraker, dus ze mogen niet al te praktisch zijn.’

 

Bachelor

In de bachelor zijn de problemen minder groot: er hebben zich veel minder studenten aangemeld dan voorgaande jaren. Voor komend studiejaar 2018/2019 hadden zich eind juni 113 studenten aangemeld, tegenover 177 vorig jaar, een terugloop van meer dan een derde. De terugloop heeft vermoedelijk te maken met het instellen van een numerus fixus, waar aankomende studenten op anticiperen.  De numerus fixus is vastgesteld op 175 studenten. Voor 2019|2020 is een fixus vastgesteld van 200 studenten, volgens Snoek een hanteerbaar aantal omdat het bachelor-curriculum – veel meer dan de master – gestandaardiseerd is.

 

Volgens Wouter ter Haar van de afdeling Strategie & Informatie van de UvA valt het beeld landelijk wel mee. ‘Als je naar de marktaandelen kijkt zie je dat de overall belangstelling voor de bachelor kunstmatige intelligentie eigenlijk niet zo heel erg is toegenomen: plus 100 op 1650 aanmeldingen vorig jaar. Voor de master is de belangstelling landelijk inderdaad wel een stuk groter: plus 400 op de 1000.’

 

Universiteitshoogleraren

Vorige week maakte de UvA bekend dat er binnenkort vier nieuwe universiteitshoogleraren zullen worden benoemd die zich vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines gaan richten op kunstmatige intelligentie. ‘Dat is heel goed voor de breedte van het vakgebied,’ zegt Snoek. ‘Maar het is nog niet voldoende. We hebben ook meer onderzoekers nodig die de diepte van de artificial intelligence in gaan. Daarom is het zo goed dat Google Brain onlangs aankondigde in Amsterdam een dependance te zullen vestigen om zich verder te richten op de uitdagingen in de kern van de kunstmatige intelligentie.’