Foto: Eva van Rossum
actueel

FGw scheidt sinds kort afval: ‘Mooi als de UvA stopt met plastic verkopen’

Eva van Rossum,
23 juli 2018 - 10:43

Om het scheiden van plastic onder studenten aan te moedigen, begon de Facultaire Studentenraad Geesteswetenschappen een pilot. Kartonnen bakken – uitsluitend bedoeld voor plasticafval – sieren verschillende UvA-locaties, waaronder het P.C Hoofthuis en het Bushuis. Of het initiatief zoden aan de dijk zet? Daar zijn de meningen over verdeeld.  

Met het verbod op wegwerpplastic is de Europese klopjacht op plastic geopend. Het idee: weg met de troep die na eenmalig gebruik jaren door de natuur zwerft. Inmiddels zijn we namelijk de dood van honderdduizenden zeezoogdieren verder, beslaat de plastic soep in de oceaan een gebied 34 keer zo groot als Nederland en vervuilt met gif beladen microplastic ons eten én drinkwater. Reden genoeg voor Ivar Smit om een pilot plastic scheiden te initiëren: ‘Het is niet meer van deze tijd om alles op één hoop te gooien.’

 

‘Bij veel andere UvA-locaties staan al mooie units met meerdere kleuren en vakken. Dat willen wij ook.’ Smit is werkzaam bij de huisvestingsafdeling van de geesteswetenschappenfaculteit en draagt de verantwoordelijkheid voor huisvesting. Met de pilot geeft hij gehoor aan de groeiende vraag die leeft bij medewerkers en studenten. ‘Mensen willen hun afval scheiden.’

 

Zelf scheidt Smit sinds een jaar zijn plastic. Dat was aan het begin ‘nog best een drempel’, maar hij besloot uiteindelijk dat die drempel ‘geen reet voorstelt. Doe het gewoon’. Uiteindelijk wil Smit daar waar mogelijk het milieu sparen en plastic hergebruiken. ‘Bewustwording speelt een sleutelrol, en ik hoop dat de pilot mensen aanmoedigt om elders plastic te scheiden.’

Foto: Eva van Rossum
De bakken waar het plastic in moet

Op de toonbank van de kantine in het P.C.Hoofthuis staat een bak met rietjes. ‘Zijn deze van plastic gemaakt?’ De kantinemedewerker antwoordt bevestigend. ‘We moeten eerst door deze voorraad heen, dan stappen we over op bio-plastic.’ Een beetje mismoedig is hij over de vraag of de pilot successvol zal zijn. ‘Studenten gooien er álles in. Niet alleen plastic.’ Hij wijst naar de bak met rietjes die op de toonbank staat. ‘Zolang de UvA plastic verkoopt, blijven we bezig.’

 

Alleen plastic

Maar, ook studenten dragen verantwoordelijkheid, meent hij. ‘Júllie moeten het doen. Ik kan er wel als een politieagent bij gaan staan “Dit moet hierin, dat moet daarin.” Ha, dáár ga ik mijn werk niet van maken.’

 

Ook in het Bushuis staan de bakken, aangeleverd door Renewi en gemaakt van gerecycled materiaal. Smit tilt de bovenkant van de bak op en we bekijken de vangst. ‘Dit doet mij echt goed’, zegt hij al graaiende. ‘De pilot is pas een succes als er minder dan 10 procent vervuiling in zit, zoals papier of etensresten. Maar zoals het er nu uitziet, zit dat er hier niet in.’

‘We kunnen beter stoppen met het zelf scheiden van plastic. Machines doen het veel beter dan wij’

Wat gebeurt er uiteindelijk met de bakken? Smit: ‘Daar hebben wij geen onderzoek naar gedaan.’ Raymond Gradus, VU-hoogleraar bestuur & economie van de publieke sector, stelt dat het zelf scheiden van plastic, bronscheiding, een nodeloze handeling is. Sinds 2017 kent Amsterdam namelijk zogenoemde nascheidingsmachines voor afval. Deze machines sorteren niet alleen plastic van het restafval; ook onderscheiden zij verschillende soorten plastic. ‘We kunnen beter stoppen met het zelf scheiden van plastic. Machines doen het veel beter dan wij.’

 

Gradus noemt de pilot ‘overbodig’, en vervolgt: ‘Het milieueffect van het aan de bron scheiden van plastic is gering. Verschillende soorten plastic komen namelijk allemaal op één hoop terecht. Dat moet uiteindelijk alsnog worden gesorteerd. Scheidt een gemiddelde familie 60 jaar plastic, dan scheelt dat voor het milieu eigenlijk net zoveel als een enkele vliegreis naar de VS.’

Kortetermijnvisie
Dat recyclen zinloos is vanwege te verwaarlozen CO2-winst, is volgens Gert-Jan Gruter, bijzonder hoogleraar Industrial Sustainable Chemistry aan de UvA , een kortetermijnvisie. ‘We moeten de technieken om te scheiden innoveren. Scheidingsmachines kosten energie en geld. Als studenten plastic scheiden, of verpakkingen kiezen die duurzamer en makkelijker te recyclen zijn, kunnen zij veel bijdragen.’

‘Zien wat er dagelijks in de vuilnisbak belandt, is een waardevolle vorm van educatie’
Foto: Eva van Rossum
De inhoud van één van de Renewi-bakken

Ook Gadi Rothenberg, hoogleraar heterogene katalyse aan het Van ’t Hoff Instituut voor Moleculaire Wetenschappen van de FNWI (en mede-uitvinder van de Plantics bio-plastics), moedigt de UvA-pilot aan. ‘Het spoort studenten aan tot het scheiden van afval, zowel op de universiteit als thuis. Zien wat er dagelijks in de vuilnisbak belandt, is een waardevolle vorm van educatie. Het opent de ogen en confronteert ons met de hoeveelheid plastic die daar deel van uitmaakt.’

 

Gloeiende plaat

Smit is het eens met Rothenberg. ‘De bakken bevorderen bewustwording, maar dat is slechts het halve werk.’ Uiteindelijk moet recyclen niet het gebruik van plastic rechtvaardigen en de noodzaak voor alternatieven overschaduwen, meent hij.

Volgens Smit doet de UvA te weinig aan duurzaamheid. ‘Ja, de UvA is afhankelijk van leveranciers. Maar zij kan ervoor kiezen om duurzaamheid zwaarder te laten wegen in aanbestedingen. In vergelijking met andere universiteiten scoort de UvA laag op dit onderwerp, iets dat ook uit rapporten blijkt. Het zou heel mooi zijn als de UvA geen plastic meer verkoopt. Niet alleen stoppen met verpakkingen en rietjes, maar bijvoorbeeld ook met het plastic in de machines voor koffie en snoep. Stop ook met het verkopen van plastic flesjes zou ik zeggen. We hebben hier toch prima kraanwater?’

 

De pilot duurt nog tot het einde van deze zomer. Smit: ‘Ik heb begrepen dat we, volgens Renewi, het op dit moment niet halen. Wel gaat de aanbesteding voor de grotere containers voor gescheiden afval sowieso door. Ook al redden we het niet; het blijft waardevol om plastic te scheiden. Het drukt ons met onze neus op de feiten: de schrikbarende hoeveelheid plastic die we gebruiken.’