Foto: Daniël Rommens
actueel

UvA-alumni maken docu Mocromode: ‘Ze krijgen aanzien door uiterlijk vertoon’

Sterre van der Hee,
11 juli 2018 - 15:51

Oud-antropologiestudenten Elise Roodenburg (29) en Soufyan el Hammouti (28) maakten de docu Mocromode, over designerkleding van Marokkaans-Nederlandse jongens. De film is zondag bij NPO3 te zien. ‘Mensen verwarren het vaak met “mocromaffia”.’

De hoofdpersonen werden via via gespot, op straat in Rotterdam-Zuid, vertelt oud-student en filmmaker Elise Roodenburg (29, antropologie). ‘Een kennis zag ze lopen, helemaal gedressed in merkkleding. Precies het type mainstream Marokkaan, van wie veel mensen zouden denken dat ze wellicht criminelen zou zijn.’

 

Samen met oud-student Soufyan el Hammouti (28, ook antropologie) maakte ze de film Mocromode (VPRO), over ‘misschien wel de meest gestereotypeerde groep in Nederland’: de Nederlandse Marokkanen. Jongens uit achterbuurten, vaak met dure merktassen en -trainingsjacks. ‘Wij wilden weten: welke rol speelt die kleding voor hen? Hoe past dit in hun subcultuur, met alle groepsdruk en afgunst? Wat zit er achter die laag kleding, wie zijn deze jongens?’

Hier kun je ’m zien

De documentaire Mocromode, gemaakt door Elise en Soufyan, gaat op zaterdag 14 juli in première in filmtheater Lantarenvenster in Rotterdam. De film komt zondag 15 juli om 23.30 uur op NPO 3.

Een voordeel: hoofdpersonen Omar Lachiri (24) en Moggie Sghiri (22) uit de Rotterdamse achterbuurt Charlois (maps) hebben een flink YouTube-kanaal met 37.000 volgers. Ze durfden eerlijk te vertellen, kwetsbaar te zijn op camera en hun omgeving was al wat gewend. ‘Zo konden we makkelijk filmen in de club, de shisha-lounge of kapperszaak, waar ze vaak rondhangen’, zegt Roodenburg. ‘Het is een heel eerlijk portret van twee jongens.’

 

Waarom zijn jullie dit project gestart?

Elise: ‘Ik woon de helft van de tijd in Brazilië, in een favela. Daar zie je veel mensen met weinig geld die veel dure spullen kopen, van Abercrombie en zo. Soufyan heeft een scriptie geschreven over een soortgelijk thema: designerkleding bij Nederlands-Marokkaanse jongeren. We wilden het begrijpelijk maken, de groep aan het woord laten, zonder oordeel. Wat speelt er in die harde achterbuurten als Charlois, dat je die kleding zo graag wilt?’

Soufyan: ‘Het docu-idee kwam van Elise, de inhoudelijke en theoretische grondslag is van mij. In het maakproces is dat ook zo: ik weet al wat meer over de subgroep, Elise kon ook ‘quasi-dommige’ vragen stellen, à la Louis Theroux.’

 

Hier een van de vlogs van hoofdpersonen Omar en Moggie. De tekst loopt door onder de video.

Zijn jullie zelf als interviewers in de film te zien?

E: ‘Nee. Ik sowieso niet: dat leidt alleen maar af, zo’n blonde vrouw die ertussendoor loopt.’

S: ‘Het was een bewuste keuze. Ik zat wel in eerdere scriptversies, maar het voelde niet goed. Als het “mijn zoektocht” wordt exotiseer je het onderwerp. Dat exotisme is juist het probleem. Wij maken een intiem beeld, zonder experts, psychologen, antropologen. Gewoon de jongens, van vroeg tot laat: wie zijn ze, wat doen ze?’

Foto: Daniël Rommens
Elise Roodenburg

Hebben jullie antwoord gekregen op de vraag? Waarom dragen de jongens de dure merkkleding?

S: ‘Dat is complex. Het heeft te maken met geschiedenis en sociaaleconomische context. Dit zijn Marokkaans-Nederlandse jongens die hier zijn opgegroeid, maar ook veel meekrijgen van de Marokkaanse cultuur. Ze willen laten zien dat het goed met ze gaat, want dat is niet vanzelfsprekend in wijken als Charlois, Geuzenveld of Slotermeer. Ze moeten dat dus expliciet laten merken.’

E: ‘De Nederlandse samenleving kijkt erg op ze neer, vinden ze. In de achterbuurt, hun comfort zone, ontstaat een soort apenrots waar ze met designerkleding aanzien kunnen krijgen. Die status missen ze in de rest van Nederland volledig. Als je een ander statusmiddel hebt, je bent bijvoorbeeld orthodontist, is kleding minder interessant.’

S: ‘Bij ons krijg je status door hoogopgeleid te zijn of mooie reizen te maken. Bij hen is het uiterlijk vertoon.’

E: ‘Het lullige is dat daardoor een grote groep wordt aangezien voor crimineel, terwijl een bepaalde groep niet zo veel kleding heeft of er juist hard voor heeft gewerkt. Ik moet dat tijdens dit project zelf al duizend keer uitleggen – hoe vervelend is dat dan als je zélf zo’n jongen bent? Ze zitten tussen twee samenlevingen in.’

Meer Folia-nieuws

Elke week de beste artikelen van Folia in je mailbox? Abonneer je op onze nieuwsbrief!

Soufyan, je groeide op in Geuzenveld-Slotermeer – een achterstandswijk. Je zusje hield ook van merkkleding. Hoe werkt die stigmatisering bij vrouwen?

S: ‘Die is veel minder. Mijn zusje hield op haar vijftiende erg van Burberry: high end, maar best een klassiek oudewijvenmerk, iets wat je niet verwacht bij een meisje uit Geuzenveld. Het gaf haar aanzien. Maar als je een Marokkaans meisje ziet lopen met een Louis Vuitton-tasje, denkt niemand: die zal wel aan de drugs zitten.’

E: ‘Dat maakt de jongens zo interessant. Een van hen zei tegen ons: de buren denken dat ik drugshandelaar ben omdat ik in een dure auto rijd. Hij had de auto gehuurd.’

Foto: Daniël Rommens
Soufyan el Hammouti

Hoe was jullie contact met de jongens?

E: ‘Heel goed. We appen nog steeds elke dag, ze vinden het leuk om ons te vuren, zo noemen ze dat, om snelle grappen over ons te maken.’

S: ‘We hebben vooraf ook anderhalf jaar met hen opgetrokken. Als antropoloog moet je mensen leren kennen die je onderzoekt, dat is een van de randvoorwaarden voor het maken van een eerlijke documentaire.’

E: ‘En vertrouwen is belangrijk. De jongens hebben geen vrienden, alleen elkaar: in de achterbuurten is het hard, street, met veel haat en misgunning. Veel mensen vinden het confronterend als iemand uit hun buurt succes heeft – dan kunnen ze het systeem niet meer de schuld geven, maar voelt het alsof ze zelf hebben gefaald.’

 

Kwamen jullie ook moeilijkheden tegen in het draaiproces?

E: ‘Dat ze altijd te laat zijn. Dat is wel irritant. Soms moesten we ze thuis nog uit bed trekken. Of ze waren tijdens opnames opeens weg, shisha halen, en dan kwamen ze een half uur later terug met een waterpijp. Dat hoort bij de straatcultuur, dat impulsieve. Ze hebben niet echt een agenda.’

S: ‘Gelukkig gaat het nu wel goed, als we echt benadrukken dat het belangrijk is. Ze hebben een ander ritme, ze gaan makkelijk om drie uur 's nachts naar bed en staan om twee uur 's middags op.’

 

Hoe kwamen jullie op de titel Mocromode?

S: ‘Het woord “mocro” heeft misschien een negatieve lading, maar het wordt gewoon gebruikt.’

E: ‘Als ik tijdens het filmen met een vriendin belde, zei ik rustig: ik ben hier met mocro’s. Dat is geen probleem. Maar ik merk wel dat mensen in mijn omgeving het vaak verwarren met “mocromaffia”, dan is dan wel weer apart. Het is provocatief, dat vonden we leuk.’

Lees meer over