Foto: Monique Kooijmans
actueel

Waarom er nog steeds toga’s, scepters en Latijn aan te pas komen bij een promotie

Sanne Mariani,
17 mei 2018 - 09:14

De UvA is in bijna niets meer te vergelijken met de universiteit van twee eeuwen geleden. Behalve bij een promotie: daar worden nog steeds toga’s, scepters en Latijn gebruikt. Waarom, en wat is hun oorsprong? Folia neemt een duik in het verleden – en in de togakast.

Het is een vreemd gezicht: een zwijgende stoet hoogleraren gekleed in lange, zwarte gewaden. Voorop loopt een man of vrouw met een zware metalen staf, die na drie kwartier ineens met zijn staf op de grond slaat en in het Latijn ‘Hora est’ roept. Nee, dit is geen scène uit de nieuwste Netflix-serie. Het is een promotie aan de UvA. Elk jaar opnieuw promoveren er ongeveer 500 mensen aan de UvA. Waar komen deze rituelen vandaan?

 

Toga’s en Latijn

‘Tot aan 1876 gingen alle professoren op de universiteit gekleed in toga bij het geven van colleges,’ zegt voormalig universiteitshistoricus Péjé Knegtmans. ‘Dat is nu niet meer voor te stellen. De promotie is een moment waarop deze traditie nog in ere wordt gehouden.’ Maar werd er vroeger eigenlijk ook gepromoveerd? ‘Je promoveerde in de 19e eeuw met een hele andere reden,’ vertelt Knegtmans. ‘Tot 1815 waren er geen tentamens op de universiteit. Een promotie was de enige haalbare academische graad; een soort afsluitend examen. Je mocht bijvoorbeeld alleen het beroep van arts uitoefenen als je gepromoveerd was. Daarom kon je ook alleen promoveren in studies die uitzicht hadden op een baan,’ merkt Knegtmans op. ‘Promoveren kon dus alleen in de geneeskunde, de rechtsgeleerdheid of de theologie. Dit werden ook wel de broodstudies genoemd. Vandaag de dag is een promotie meer een manier om je wetenschappelijk van je collega’s te onderscheiden.’

Foto: Sanne Mariani
Dijkstra met een toga van de UvA

Dat is niet de enige traditie die behouden is. Ook het gesproken Latijn doet denken aan vroeger tijden. ‘Latijn was tot halverwege de 19e eeuw de voertaal op de universiteit,’ vertelt Knegtmans. ‘Wanneer je je proefschrift verdedigde liet je als student niet alleen je vakkennis zien, maar ook je welbespraaktheid in het Latijn. Het was de taal van de wetenschap, en om dit te eren wordt het nog steeds gebruikt tijdens promoties.’

 

De pedel

Tegenwoordig is de pedel een soort ceremoniemeester bij promoties, maar vroeger was zijn taak veel belangrijker. ‘De pedel was de toezichthouder op de universiteit,’ legt Knegtmans uit. ‘Hij of zij opende de collegezalen en hield in de gaten of de hoogleraren wel echt college gaven. Dat was goed te doen, omdat universiteiten in de vroegmoderne tijd bestonden uit misschien tweehonderd tot driehonderd studenten. Na 1950 gingen steeds meer mensen studeren en kreeg de pedel een andere functie.’

Foto: Sanne Mariani
Dijkstra met haar pedelstaf, wijzend naar Minerva, godin van de wijsheid

Dat bevestigt Annelies Dijkstra. Zij is de eerste pedel van de UvA. Ik bezoek haar in de Aula, de werkplek van de zes UvA-pedellen. In de Aula en de Agnietenkapel vinden alle UvA-promoties plaats. We zitten in de Senaatskamer van de Oude Lutherse Kerk aan de Handboogstraat, aan een zware houten tafel, met een kopje thee. Het is een weidse ruimte vol schilderijen en kroonluchters die weelde uitstraalt. ‘De pedel is inderdaad de ceremoniemeester van alle academische plechtigheden,’ zegt Dijkstra. ‘Maar de pedel beheert ook de agenda van alle promoties die plaatsvinden in zowel de Aula als de Agnietenkapel. Er moet veel geregeld worden.’

 

Promotieboek

Dijkstra haalt een vergeeld boek tevoorschijn, met een versleten kaft. Wanneer ze het boek openslaat, is er in handgeschreven letters met inkt de woorden ‘15 december, 1879, Dangers of knokkel koorts’ te lezen. De eerste promovendi aan de UvA uit de 19e eeuw zijn keurig onder elkaar opgeschreven en gedocumenteerd, zegt ze. ‘Dit is het allereerste promotieboek van de UvA,’ legt Dijkstra uit. ‘Deze, en alle andere boeken, worden bewaard in het stadsarchief. Maar de traditie is gebleven: alle promovendi van de UvA worden nog steeds met de hand opgeschreven in een boek.’

Iets verderop is de togakamer, een goed verlichte ruimte met kasten vol met toga’s. Op sommige kleerhangers staat een naamplaatje van een hoogleraar. Aan de toga is door verschillende kleuren te zien van welke faculteit een hoogleraar is, legt Dijkstra uit. ‘Eigenlijk dragen we onze toga bij alle academische plechtigheden,’ zegt ze. ‘Bijvoorbeeld bij oraties van hoogleraren of de dies natalis – de geboortedag van de universiteit. Er verandert iets met je als je een toga aantrekt. Het voelt formeel, beladen.’ De rondleiding is afgelopen. We gaan terug naar het kantoortje waar de pedellen aan het werk zijn.

 

Lees door onder de foto.

Foto: Sanne Mariani
De eerste gepromoveerde aan de universiteit van Amsterdam, met de hand opgeschreven

Groot toneelstuk

‘Promoveren is nog steeds een carrièrestap,’ zegt Dijkstra. ‘Er zijn nu vaker dan ooit vacatures waarbij specifiek naar iemand met een doctortitel wordt gevraagd. En Nederland is uniek in zijn promotietraditie,’ gaat Dijkstra verder. ‘In Engeland of Amerika heb je een graduation day, waarop iedereen zijn bul, masterdiploma, PhD of wat dan ook tegelijk ontvangt. Daar is geen individuele ceremonie. Het is een groot toneelstuk, maar dat mag ook wel. Iemand rondt een periode af. En dat is toch reden voor een feest?’

Lees meer over