Foto: Tom Grosfeld
actueel

In het enige damesroeihuis van Nereus wordt zes maanden niet gefeest

Tom Grosfeld,
28 maart 2018 - 16:52

Aan de Bergstraat wonen negen vrouwelijke Nereus-wedstrijdroeiers in een roeihuis. Wanneer ze ’s ochtends op hun fiets stappen op weg naar de training, zien ze studenten vanuit de kroeg naar huis strompelen.  

Het is half acht ’s avonds wanneer de vrouwen terugkomen van Nereus. Ze hebben die dag voor de tweede keer getraind. Roeien op water zat er niet in. Buiten vriest het vier graden onder nul, wakken ijs sieren de Amstel. Die kunnen de boten – sommige kosten 40.000 euro – flink beschadigen. Of erger: iemand valt in het ijskoude water. Daarom werd binnen op ergometers getraind.

 

Uniek

Je treft niet snel een studentenhuis waar enkel wedstrijdroeiers wonen. En dan ook nog eens negen stuks. ‘Dat is best bijzonder,’ zegt bewoonster Marcella Kneppers (23), nog uitgeput van de training. ‘We zijn het enige damesroeihuis van Nereus. In Nederland zijn er wel meer studentenroeiverenigingen met roeihuizen, maar die zijn vaak niet officieel of kleiner.’

In het roeihuis mogen enkel wedstrijdroeiers wonen. En ze moeten je vragen, je kunt als Nereus-lid niet zomaar aankloppen

In het roeihuis van Kneppers en haar huisgenoten mogen dan ook enkel wedstrijdroeiers wonen. En ze moeten je vragen. Je kunt als Nereus-lid niet zomaar aankloppen om te vragen of ze nog een roeister zoeken. ‘Er is wel doorstroom in ons huis. Je blijft niet eeuwig roeien natuurlijk,’ zegt Kneppers. ‘Maar dat maakt het ook leuk. We hebben veel contact met de ex-bewoonsters en doen vaak dingen samen. Het voelt als een grote vriendinnengroep.’

Foto: Tom Grosfeld

Vanavond is het huisavond. Dat wil zeggen: alle bewoonsters eten mee. Op het menu staat een curry en als toetje twee zelfgemaakte appeltaarten. ‘Het roeien vergt veel energie, daarom moeten we flink eten,’ luidt de breed gedragen opvatting in het roeihuis.

 

Bordeel

Het roeihuis ligt tussen het Singel en de Herengracht, op een paar minuten lopen van het Anne Frank Huis en het Paleis op de Dam. Wie voor het oudhollandse pand staat, ziet twee bordeauxrood geverfde, glimmende deuren. Links en rechts daarvan grote ramen met gordijnen in dezelfde kleur. Voorheen was het roeihuis een bordeel. Handig, want ook bij Nereus is de huiskleur rood.

 

Bij binnenkomst zet je voet in een kleine keuken. Daar zijn de vrouwen druk bezig met de voorbereidingen voor het avondeten. Loop je de keuken door, kun je met de trap omhoog naar de kamers, omlaag naar de woonkamer-in-de-maak. Daar staat een bank en roze kattenbak, waar huiskat Pluk vertoeft. Pluk van de Tettenflat, zoals de dames hun roeihuis ook wel noemen.

 

Veel en gezond eten

Het is inmiddels half negen. ‘We eten vaak laat,’ zegt tweedejaars wedstrijdroeier Floor Davids (19, geneeskunde). ‘Roeien met volle buik is niet fijn.’ Daarna voegt ze snel toe: ‘We eten trouwens niet extreem gezond, hoor. Ook gewoon pizza en taart. Het maakt niet zoveel uit wat we eten, want we hoeven niet onder een bepaald gewicht te komen (niemand in het huis roeit in de lichtgewichtklasse, waarvoor je onder de 59 kilo moet wegen, red.). We proberen wel zoveel mogelijk eiwitten en groenten binnen te krijgen, aangezien we tien keer per week trainen, en wedstrijden roeien.’ Hoeveel eten ze dan op een dag? Sophie van Ameyde (23, VU-student bestuurs- en organisatiewetenschappen): ‘Laten we zeggen dat we nooit chagrijnig zijn.’

‘Hoeveel we eten op een dag? Laten we zeggen dat we nooit chagrijnig zijn’

‘Maar we eten wel gezonder dan de gemiddelde student,’ vult Davids aan. ‘En meer. Het is gewoon topsport wat we doen. Veel meiden nemen ook extra eiwitshakes of voedingssupplementen. In die zin speelt voeding wel een grote rol in ons leven.’

 

Roeien, roeien, roeien

Het leven in de Tettenflat gaat maar over één ding en dat is roeien. Is dat niet verstikkend? Miriam Visser (21, geneeskunde) die net in het huis woont, vindt van niet. ‘Het is juist fijn dat iedereen hetzelfde doet en hetzelfde ritme heeft. In mijn vorige huis kwam ik huisgenoten ’s ochtends om zes uur tegen. Dan was ik aan het ontbijten voor de training, kwamen zij terug van een avond stappen. Dat was hilarisch, maar uiteindelijk werkte ‘t niet meer. Neem ook het eten. Dan kwam ik ’s avonds thuis en hadden ze wat eten voor me bewaard. Super lief, maar ik zag de hoeveelheid… Daar had ik nooit genoeg aan. Wat dat betreft zitten we hier qua levensstijl wat meer op één lijn.’

‘Iedereen is heel competitief, of we nu roeien of een potje monopoly spelen. Maar het gaat op een sportieve, vriendschappelijke manier’

Iedere dag trainen

De levensstijl van de gemiddelde student verschilt dan ook van die van de wedstrijdroeiers. Geen dagje Netflixen zonder uit bed te komen of stapavonden met veel alcohol en weinig slaap. Je zou kunnen zeggen dat het leven van de roeiers haaks staat op dat van het gros van de studenten. Visser zegt juist veel energie van het gezonde en sportieve leven te krijgen. ‘Voordat ik bij Nereus zat, ging ik vaak stappen. Maar ik miste het roeien, wat ik al sinds mijn veertiende doe. En ik miste mensen om me heen die ook serieus met sporten bezig waren.’

 

Visser vindt niet dat ze als wedstrijdroeiers geïsoleerd zijn van het studentenleven. ‘We eten vaak met huisgenoten en trekken veel op met andere wedstrijdroeiers binnen de vereniging.’ Davids: ‘Wedstrijdroeiers onderling vormen een soort subcultuur. We zijn heel hecht.’ Volgens Visser is hun studentenleven slechts meer in balans. ‘Sommige studenten vinden het chill om vier keer per week te stappen. Ik geniet van eens in de maand.’

 

Ze schrapen de laatste restjes curry uit de pan. Intussen bespreken ze roeitijden van wedstrijdroeiers. Iemand deed vanmiddag 6 minuut 52 over twee kilometer, op de ergometer. Onder de zeven minuten zien ze als magische grens. ‘Als iemand dat flikt, willen wij dat natuurlijk ook bereiken,’ zegt Van Ameyde. ‘Iedereen is heel competitief, of we nu roeien of een potje monopoly spelen. Maar het gaat op een sportieve, vriendschappelijke manier. Het houdt elkaar scherp.’

 

Roeiseizoen

Het roeiseizoen loopt van januari tot begin juli. In die periode drink je niet, op een handvol uitzonderingen na. ‘In juli en augustus ben je vrij. Vanaf september begint het trainen weer. Dat pak je dan rustig op. Je gaat drie, vier keer per week, tot uiteindelijk tien keer per week als januari nadert. Dan bouw je het drinken en de feestjes ook geleidelijk af,’ vertelt Davids.

Visser mist de alcohol niet tijdens het seizoen. ‘Je doet er alles aan om zo fit mogelijk te worden en blijven. Dan voelt het niet goed om alcohol te drinken. Maar er is geen zero tolerance beleid op alcohol binnen ons huis of binnen Nereus. In het algemeen geldt wel dat eerstejaars niets drinken, en ouderejaars af en toe een oogje dichtknijpen.’

 

Olympische Spelen

Een muur in de keuken is voorzien van allerlei foto’s en krantenknipsels over roeiers van Nereus. Gewonnen wedstrijden, Nereus-leden op de Olympische Spelen, noem maar op. ‘Tettuh’ hangt er in sierletters boven. Wil iemand van de vrouwen ook naar de Spelen? Iedereen wijst naar Visser. ‘Als het een reële optie is, dan sowieso,’ zegt ze bescheiden. Is het een reële optie? Dat durft ze niet te zeggen. Davids: ‘Roeien bij Nereus is een goede opstap. Doe je het goed, kom je in de picture voor het Olympisch team. Van Ameyde: ‘Onze coach traint ook de Nederlandse bond. Dus die connectie is er.’

 

Dan slaat de klok tien uur. De meiden zijn moe en maken zich klaar om naar bed te gaan. Al zouden ze langer op willen blijven, het gevecht tegen de slaap is onmogelijk te winnen. Waar de meeste studentenhuizen zich opmaken voor een dinsdagavond met alcohol onverantwoorde beslissingen, gaat in de Tettenflat het licht uit. Morgen weer een nieuwe dag.

Lees meer over