Foto: KNAW
actueel

KNAW vindt geen zelfcensuur, wel druk van overheid en bedrijfsleven

Henk Strikkers,
13 maart 2018 - 09:29

‘Er zijn geen signalen dat er in de wetenschap in Nederland structureel sprake is van zelfcensuur en beperking van diversiteit aan perspectieven, maar we moeten wel alert blijven.’ Dat is de conclusie van een onderzoeksrapport van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen dat de Tweede Kamer vroeg.

Vorig jaar nam de Tweede Kamer een motie van toenmalig VVD-Kamerlid Pieter Duisenberg aan waarin zij een onderzoek vraagt naar ‘zelfcensuur en een gebrek aan diversiteit van perspectieven’ op universiteiten. Duisenberg, die tegenwoordig voorzitter is van de Vereniging van Universiteiten (VSNU), had niet veel eerder geschreven dat de wetenschap een ‘diversiteitsprobleem’ heeft en dat ‘in het bijzonder in de sociale wetenschappen het overgrote deel van de wetenschappers te links is’. Hij stelde signalen te krijgen dat wetenschappers zelfcensuur toepasten.

 

Goede basis

De KNAW kreeg van toenmalig minister Bussemaker te onderzoeken of die vrezen van Duisenberg en zijn Kamermeerderheid terecht waren. In een 15 pagina’s tellend advies stelt de KNAW dat er geen signalen van structurele censuur of zelfcensuur zijn in de Nederlandse wetenschap. ‘De beginselen van behoorlijke wetenschapsbeoefening ‒ bestaande uit juridische kaders, gedragscodes en institutionele mechanismen ‒ vormen tezamen een goede basis voor het waarborgen van de vrijheid van wetenschapsbeoefening in Nederland.’

‘De onafhankelijkheid en academische vrijheid kunnen worden belemmerd als de onderzoeker een grote bemoeienis toelaat van de opdrachtgever met de resultaten‘

Wel vestigt de KNAW de aandacht op het probleem dat er sprake is van steeds meer overheidssturing op het gebied van onderzoek. Ze verwijst daarbij bijvoorbeeld naar de Nationale Wetenschapsagenda, waarbij de samenleving ‘sturing geeft aan de onderzoeksvragen, de focus van het wetenschappelijk onderzoek en de diversiteit van perspectieven’. ‘Deze sturing betekent ook een zekere beperking van de academische vrijheid,’ concludeert zij.

 

Het rapport stelt dat door die overheidssturing sommige onderwerpen ‘onderbelicht’ kunnen raken wanneer zij uit de maatschappelijke belangstelling verdwijnen, ‘terwijl daar uit wetenschappelijk inhoudelijk oogpunt geen reden toe is’.

 

Bedreigingen

Daarnaast ziet de KNAW dat universiteiten steeds meer projectfinanciering binnenhalen, bijvoorbeeld uit het bedrijfsleven. ‘De onafhankelijkheid en academische vrijheid kunnen worden belemmerd als de onderzoeker een grote bemoeienis toelaat van de opdrachtgever met de werkwijze, interpretatie en publicatie van de resultaten.’ Maar, ‘goede afspraken vooraf tussen onderzoeker en opdrachtgever kunnen dit voorkomen.’

 

Tenslotte adviseert de Akademie dat er meer ruimte zou moeten komen voor diversiteit en pluriformiteit aan perspectieven, zowel bij benoemingen binnen de universitaire wereld, als bij het verdelen van onderzoeksbeurzen. Haar advies aan universiteiten is bovendien: ‘Stimuleer een open organisatieklimaat, een cultuur waarin verschillen in perspectief en onderling debat worden gewaardeerd.’

 

Het rapport werd geschreven door een commissie van vijf hoogleraren, onder leiding van de Leidse professor internationaal publiekrecht Nico Schrijver. Er zaten geen UvA’ers in de commissie. Lees hier het volledige rapport van de KNAW.