Foto: Mina Etemad
actueel

Hoe Jacob van Lennep geen hoogleraar bij het Athenaeum Illustre werd

Dirk Wolthekker,
19 januari 2018 - 11:50

Deze week verschijnt de biografie van de negentiende-eeuwse schrijver en dichter Jacob van Lennep, van de hand van emeritus-hoogleraar Marita Mathijsen. Zij ontdekte ruim 150 jaar na dato wie de brief schreef waardoor Van Lennep een hoogleraarschap aan het Athenaeum Illustre, de voorloper van de UvA, kon vergeten.

Bijna achteloos zet emeritus-hoogleraar moderne Nederlandse letterkunde Marita Mathijsen voor aanvang van het gesprek een bonbonschaaltje met Mozartkugeln op tafel om er direct haar teleurstelling over te uiten dat ze geen Van Lennep-bonbons kan presenteren. ‘Aan Jacob van Lennep gewijde bonbons bestaan niet. Het was toch wel mooi geweest als die ergens te koop zouden zijn in Amsterdam. De stad zou een voorbeeld kunnen nemen aan Rijswijk, de stad van Van Lenneps tijdgenoot Hendrik Tollens. Daar worden Tollens-bonbons verkocht,’ zegt ze schertsend.

 

Maar ook zonder Van Lennep-bonbons staat de negentiende-eeuwse schrijver en dichter Jacob van Lennep (1802-1868) dezer dagen in het brandpunt van de literaire belangstelling. Niet dankzij een chocolatier, maar dankzij Marita Mathijsen zelf. Deze week verschijnt haar bijna zeshonderd pagina’s tellende biografie Jacob van Lennep. Een bezielde schavuit. Of het haar magnum opus is laat ze in het midden, maar het boek behoort naar eigen zeggen wel tot de grote drie van haar oeuvre, naast De gemaskerde eeuw en Historiezucht. ‘Dat zijn boeken die ik ook zelf goed vind.’

‘Van Lennep was betrokken bij de totstandkoming van het Amstelhotel, bij de standbeelden van Vondel en Rembrandt en in Den Haag wist hij de sloop van de Ridderzaal te voorkomen’

Mathijsen geldt als dé kenner van de literatuur van de negentiende eeuw en is een neerlandica met uitgesproken opvattingen over haar vakgebied en de biografie in het bijzonder. Nog onlangs schreef ze in NRC Handelsblad een pamflettistisch artikel naar aanleiding van de – mede door haar in eerste versie afgewezen – wetenschappelijke biografie over Jan Wolkers, een proefschrift van neerlandicus Onno Blom. In het artikel in NRC liet ze puntsgewijs weten waar volgens haar een wetenschappelijke biografie aan moet voldoen: onder meer moet een dergelijke biografie de hoofdpersoon plaatsen in de tijd, bronnenkritiek is onmisbaar, evenals een uitstekende documentatie en een onderzoeksopzet.

 

Is uw nieuwe boek een wetenschappelijke biografie of toch meer een publieksboek?

‘Dit boek is absoluut geen proefschrift en in die zin geen wetenschappelijke biografie, daarvoor permitteer ik me te veel op esthetisch gebied. Ik geef bijvoorbeeld af en toe commentaar en speel als “alwetende verteller” dus zelf ook een rol in het verhaal. Tegelijkertijd kent het verhaal wel een chronologische volgorde en is er een uitgebreide verantwoording. Laten we zeggen: het is een publieksboek geschoeid op wetenschappelijke leest.’

Foto: Mina Etemad
‘Er komen allerlei thema’s aan de orde die ook in deze #Metoo-tijd spelen.’

Kunt u de hoofdpersoon van uw biografie eens kort kenschetsen?

‘Van Lennep behoorde tot de welgestelde families van Amsterdam. Zijn vader was dichter en hoogleraar Latijn en Grieks aan het Athenaeum Illustre, de voorloper van de UvA. Jacob volgde aanvankelijk colleges in Amsterdam, maar later studeerde hij rechten in Leiden. Hij was rijksadvocaat, politicus, romanschrijver, dichter, toneelschrijver, historicus, redacteur, taalkundige, wat al niet. Door zijn connecties heeft hij er zelfs voor gezorgd dat Multatuli diens Max Havelaar kon uitgeven bij een fatsoenlijke en niet bij een derderangs uitgever. Daarnaast bemoeide hij zich met allerlei planologische aangelegenheden in Amsterdam en Den Haag. Zo was hij betrokken bij de totstandkoming van het Amstelhotel, bij de standbeelden van Vondel en Rembrandt en in Den Haag wist hij de sloop van de Ridderzaal te voorkomen. Niet te vergeten: door zijn toedoen kreeg Amsterdam een 25 kilometer lange duinwaterleiding vanaf de kust door de Jordaan naar het centrum van de stad.’

 

Pardon, een waterleiding?

‘Ja. Van Lennep was iemand die niet afwachtte totdat de gemeente of het Rijk eens initiatief toonde. Hij was een drammerige activist die misstanden wilde oplossen, desnoods zelf. De afwezigheid van waterleiding leidde tot veel ziektes doordat water werd gebruikt uit de vuile grachten. Van Lennep begon onder de rijke grachtengordelbewoners op eigen houtje wat we nu een crowdfunding zouden noemen. Veel van hen vonden het een zot plan, maar de waterleiding kwam er.’

 

Een bezielde schavuit, luidt de ondertitel van uw boek. Van Lennep was een deugniet?

‘Dat kun je wel zeggen. Hij heeft een paar vrouwen gehad buiten zijn huwelijk. Maar ook als Tweede Kamerlid was hij een schavuit en maakte er graag een potje van door spotdichten te maken op andere Kamerleden. Hij deed dat allemaal wel bezield, met een zekere betovering. Schaterlachend kon hij met iemand de draak steken.’

 

Maar we horen, afgezien van uw boek, weinig meer van hem. Klopt dat?

‘Ja, dat klopt en dat is des te erger omdat je hem gerust kunt scharen onder “de grote drie” van het eerste driekwart van de negentiende eeuw, naast Nicolaas Beets en Truitje Bosboom-Toussaint. Dat hij niet zo veel meer wordt gelezen komt omdat het nationaal besef in Nederland goeddeels afwezig is en veel negentiende-eeuwse literatuur daar juist van doorspekt is. Bovendien speelt de godsdienst een tamelijk belangrijke rol en is de gebruikte taal niet altijd even toegankelijk. Toch worden er – ook door Van Lennep – thema’s aangesneden die een grote actualiteitswaarde hebben en zich zo zouden lenen voor een film.’

‘Hij is ook auteur van de zogenoemde E-legende. In deze legende gebruikt hij als klinker alleen de “e(e)” in een verhaal over een weesmeisje dat van haar ouderlijk erfdeel werd beroofd’

Vertel.

‘Ik noem als voorbeeld zijn boek De lotgevallen van Klaasje Zevenster, een boek dat gaat over de zeden- en prostitutiekwestie in de negentiende eeuw. Klaasje Zevenster is een vondeling die als gouvernante terechtkomt in een deftige familie, maar daar door een hitsige man wordt lastiggevallen. Ze vlucht en wordt opgevangen in een bordeel. Er komen allerlei thema’s aan de orde die ook in deze #Metoo-tijd spelen.’

Foto: Mina Etemad

U noemt Van Lennep wel ‘een verzenbeul’. Wat bedoelt u daarmee?

‘Nou ja, zo noemt hij zichzelf. Van Lennep was heel erg precies in zijn taalgebruik. Bij hem kon bijvoorbeeld de lange “ij” niet rijmen op de korte “ei”. Hij is ook auteur van de zogenoemde E-legende. In deze legende gebruikt hij als klinker alleen de “e(e)” in een verhaal over een weesmeisje dat van haar ouderlijk erfdeel werd beroofd. Van de toen jonge schrijver Joseph Alberdingk Thijm kreeg hij vervolgens een brief waarin deze de klinker e(e) helemaal niet had gebruikt, omdat Van Lennep die bij wijze van spreken allemaal al had opgemaakt.’

 

Hoe zag zijn studentenleven eruit?

‘Dat hangt ervan af over welke periode we het hebben. Toen Van Lennep in Amsterdam aan het Athenaeum Illustre studeerde was hij een vrolijke jongen met veel vrienden. Hij rookte pijp, dronk veel fijne wijn, was een feestganger en maakte met vrienden een negendaagse voetreis door Gelderland. In Leiden, waar hij zijn studie voortzette, was er van de vrolijke Van Lennep niet veel meer over. Daar ontwikkelde hij zich tot een depressieve en zwaarmoedige somberman, een tobber die onder grote invloed stond van het godsdienstfanatisme van de historici en dichters Willem Bilderdijk, bij wie hij privécolleges volgde, en Isaäc da Costa.’

 

Jacob wilde, evenals zijn vader, hoogleraar worden, maar dat mislukte. Waarom?

‘Door hoogleraar te worden zou hij zich kunnen meten met zijn vader. Hij was bovendien iemand die zijn kennis graag doorgaf. In Amsterdam kwam de functie van hoogleraar vaderlandse geschiedenis vacant en Jacob stond op de nominatie. Helaas voor hem ging de zaak niet door: de gemeenteraad, die over de benoeming ging, ontving een anonieme brief, waarin Van Lennep werd zwartgemaakt. De nieuwe professor moest “van een onbesproken levenswandel zijn” en dat was de schavuit Van Lennep bepaald niet. De briefschrijver was tot nu toe onbekend.’

 

En u hebt ontdekt wie de briefschrijver was?

‘Ja! Omdat ik niet alleen brieven van Jacob van Lennep zelf heb gelezen, maar ook briefwisselingen tussen mensen om hem heen, stootte ik op een brief tussen de Leidse hoogleraar Cornelis van Assen en de politicus Groen van Prinsterer, die elkaar over de kwestie schreven. Van Assen haalde daarin de brief aan de gemeenteraad aan en schreef dat deze van de Amsterdamse hoogleraar in de rechten Cornelis den Tex afkomstig was, van wie Jacob nota bene een oud-student was. Jacob was bitter teleurgesteld, maar hij heeft nooit geweten wie de schrijver was.’

 

Op 27 januari vindt er in de Aula van de UvA een Jacob van Lennep-publieksbijeenkomst plaats. Aanvang 17:00 uur. Aanmelden kan nog op de site van Spui25. In het Stadsarchief Amsterdam is een tentoonstelling gewijd aan Jacob van Lennep.