Foto: Sanne van der Most
actueel

‘Onze doelgroep kan moeilijk overweg met columnistenvrijheid’

Hannah Hamans,
20 december 2017 - 11:50

Folia is niet het enige onderwijsmedium in Nederland dat grote veranderingen doormaakt. Ook Erasmus Magazine in Rotterdam gaat vanaf 1 januari volledig online verder. Erasmus-hoofdredacteur Wieneke Gunneweg en hoofdredacteuren Francine Bardoel (Univers), en Altan Erdogan (Folia en HvanA) over de kansen en bedreigingen voor de journalistiek in het hoger onderwijs. ‘Je moet als redactie stevig in je schoenen staan.’

Folia is op bezoek in Rotterdam, bij Erasmus Magazine. Aan de muur in de werkkamer van hoofdredacteur Wieneke Gunneweg hangt een eerste versie van de cover van het komende eindejaarsnummer. Net als deze editie van Folia is dat hun laatste magazine in print; ook Erasmus Magazine gaat vanaf 2018 online verder.

Op de cover staat een vrouw in kleurrijke popartstijl afgebeeld. Ze huilt, eronder de voorlopige werktitel: Last christmas edition. Gunneweg: ‘We halen misschien nog een van die tranen weg. Het is namelijk niet alleen kommer en kwel, we gaan net als jullie in Amsterdam een nieuwe, spannende tijd tegemoet.’

We praten op de campus van de Erasmus Universiteit met Gunneweg en met Francine Bardoel, hoofdredacteur van Univers (Tilburg University). Dit jaar nam Bardoel de voorzittershamer over van Gunneweg bij de Kring van Hoofdredacteuren van media in het hoger onderwijs.

Ter discussie: vier stellingen, we beginnen actueel.

 

Altan Erdogan: Papieren tijdschriften zijn achterhaald...

Francine Bardoel: ‘En bedankt, wij maken ze nog gewoon hoor!’

AE ‘Ik maak de stelling even af: …voor media in het hoger onderwijs ligt de toekomst online. Erasmus Magazine, Folia en straks HvanA gaan volledig digitaal, wil Univers daar nog niet aan?’

FB: ‘Voor Univers is zichtbaarheid via de magazines belangrijk. We maken er nog maar 3.000 – op een publiek van ongeveer 14.000 – want we willen geen papier weggooien. Het is, naast onze sterke site, een visitekaartje; goed voor de naamsbekendheid. Vooral onder oudere studenten en medewerkers.’

Wieneke Gunneweg: ‘Hoewel we bij Erasmus stoppen met print, zijn tijdschriften niet achterhaald. Papier geeft een heel andere beleving en ervaring en is inderdaad van belang voor de zichtbaarheid. Je kunt met tekst en beeld in een blad prachtig combineren of thema’s maken. Maar het is ook fijn om met een relatief kleine redactie te focussen op de site. Als je alles blijft doen, eist dat z’n tol. Linksom of rechtsom gaat dat ten koste van de kwaliteit.’

‘Als je mensen opleidt tot kritisch nadenken, moet je dat ook faciliteren’

AE: ‘Ook ik ben nog steeds een groot voorstander van print, en mijn hart als bladenmaker bloedt bij de gedachte dat we voorlopig de laatste Folia op papier maken. Het is vooral een financiële kwestie. Daarnaast blijven er te veel bladen ongelezen in de distributiebakken liggen. Dat is niet duurzaam, en je wil het geld ook doelmatig besteden. Vooral studenten op de hogeschool lezen weinig op papier, daar moeten we het hebben van online en van sociale media. Overigens verwacht ik dat we veel reacties krijgen op het historisch besluit om te stoppen met print.’

FB: ‘Ik moet toegeven: bij ons is veel creativiteit om financiële redenen uit de magazines verdwenen. Goedkoper papier, alles in een stramien.’

WG: ‘Ik ben blij dat we niet, zoals bij een commerciële uitgeverij, winst hoeven te maken en het geld in het verbeteren van onze media kunnen stoppen. Maar als je zegt: doe het papier er maar uit want dat is veel goedkoper, is dat niet helemaal waar. Je bent extra geld kwijt aan ander werk. Sociale media vullen, adverteren op Facebook, veel hogere kosten om meer beeld en video te maken, noem maar op.’

Onze redacties vormen de journalistieke waakhond voor universiteiten en hogescholen. De stelling: deze rol is in gevaar. 

FB: ‘De universiteit ziet graag dat je minder de waakhond bent en meer een pr- of communicatiefunctie vervult. Minder kritische verhalen, meer mooie en positieve stukken. De buitenwereld weet niet dat dit gevaar speelt trouwens.’

WG: ‘Dat is niet erg. Je maakt de verhalen niet voor de buitenwereld, maar in eerste instantie voor de studenten en medewerkers.’

FB: ‘Er mag best aandacht voor zijn. Media in het hoger onderwijs worden nergens genoemd in het beleid van het kabinet bijvoorbeeld. Om die reden heb ik namens de hoofdredacteuren een lobbybrief geschreven, om onze positie duidelijker te maken.’

Foto: Sanne van der Most
‘“Jullie zijn toch ons blad, waarom moet dat zo negatief?” hoor je medewerkers dan zeggen. Ik kan daar niet zoveel mee’

WG: ‘Onze lezers zien het verschil vaak niet tussen een bericht van de afdeling marketing en onze verhalen, dat is zorgelijk. Dit kan aan onszelf liggen, en het scherpt me om kritisch naar onze verhalen te kijken.’

AE: ‘Of beter uit te leggen wat we aan het doen zijn. Zeker in de huidige tijd met discussies over bijvoorbeeld nepnieuws, kun je er niet zomaar vanuit gaan dat studenten onze informatie vertrouwen.’

WG: ‘Dat geldt ook voor medewerkers op de instelling. “Jullie zijn toch ons blad, waarom moet dat zo negatief?” hoor je dan. Ik kan daar niet zoveel mee.’

FB: ‘We doen toch beide? We schrijven ook over een wetenschapper als die een geweldige prijs wint. En positief nieuws wordt goed gewaardeerd.’

WG: ‘In een lezersonderzoek hebben we gevraagd of het Erasmus Magazine lukt om onafhankelijk te zijn. Ja, zegt 75 procent, en 60 procent zegt dat het “voldoende” lukt om kritisch te zijn.’

AE: ‘In theorie is die onafhankelijkheid gewaarborgd. Maar je moet, bij elk nieuw onderwerp, die onafhankelijkheid steeds in de praktijk verdedigen tegenover de instelling. Je moet als redactie stevig in je schoenen staan. Dat hoort erbij, en daar wil ik eigenlijk mijn lezers niet mee lastig vallen.’

FB: ‘Ja, maar soms ben je zó lang met een artikel bezig. Neem de televisiejournalistiek. Als geïnterviewden daar willen meekijken in de montage zeggen ze: ben jij gek! Hoe vaak alles bij ons wordt teruggelezen... Hoe is dat bij Folia, wordt jullie rol als waakhond erkend?’

AE: ‘Ja. Je hoopt dat dit zo blijft, want onze universiteiten en hogescholen leiden mensen op met het idee dat ze als onafhankelijk denkende, kritische studenten en burgers verder kunnen. Voor de instellingen is het dus ook heel belangrijk dat wij er zijn.’

WG: ‘Sterker nog, dat staat in onze missie, daartoe zijn we op aarde. Als je mensen opleidt tot kritisch nadenken, moet je dat ook faciliteren.’

Dat brengt ons op het geld. De derde stelling: voor alle media in het hoger onderwijs is minder geld beschikbaar. Blijft onze vorm van journalistiek overeind? 

WG: ‘Dat heeft met geld te maken, maar ik zie ook een ander gevaar. Steeds meer hogescholen en universiteiten zetten een eigen newsroom op. Dan vertellen mensen uit de marketing- en communicatiewereld met journalistieke middelen en redacteuren het verhaal van de instelling. Ze schrijven de verhalen die wij ook maken, gaan de campus op om ­reacties van studenten te halen of om wetenschappers te interviewen.

Dit doen ze vanuit een heel ander belang: de universiteit in de etalage zetten voor nieuwe studenten of voor bedrijven die mee kunnen betalen aan wetenschappelijk onderzoek. Dat is hun goed recht, maar het raakt aan onze bestaansgrond. We komen in elkaars vaarwater. Vaak hebben die newsrooms een groter budget, en dus meer kracht en macht.’

AE: ‘In Amsterdam ken ik dit fenomeen niet. Ik weet dat grote bedrijven dit al langer doen als publiciteitsstrategie. Hoe is dat in Tilburg?’

Foto: Sanne van der Most
‘Je wil ook niet in de rol worden gedrukt van een klein, boos blaadje’

FB: ‘We hebben er een één gehad, en die heeft Univers weggespeeld. Met anderhalve man en een paardenkop.’

AE: ‘O ja, hoe dan?’

FB: ‘Door steeds nieuws te brengen en sneller en inhoudelijker te zijn. Communicatie en journalistiek zijn verschillende vakken.’

WG: ‘Het sterkt ons ook in ons bestaansrecht. We moeten onze onafhankelijke rol meer uitspelen. En we gaan het gesprek aan om in ieder geval geen dingen dubbel te doen.’

AE: ‘Dat is bij ons één van de doelen: beter de grens afbakenen tussen communicatie en journalistiek, én waar het kan meer samenwerken met de UvA en de HvA.’

WG: ‘Dat is opletten geblazen. Voor je het weet zegt iemand van hogerhand: als je zoveel overlapt, doe het dan maar samen.’

FB: ‘Ik hoor dat sommige redacties gewoon de kant van communicatie op worden ingetrokken. Dan heb je opeens meer geld en faciliteiten. Maar een redactiestatuut is vervolgens nergens meer te bekennen, en inhoudelijk worden allerlei restricties opgelegd.’

AE: ‘Hoe doe je dat als tegelijkertijd de budgetten teruglopen? Dat maakt ons toch kwetsbaar?’

WG: ‘Ja. Je wil ook niet in de rol worden gedrukt van een klein, boos blaadje.’

AE: ‘Nee, dan is de waakhond een zuur keffertje dat niet meer wordt gehoord.’

‘Met columnistenvrijheid kan onze doelgroep moeilijk overweg’

We worden allemaal betaald door de instellingen waar we over schrijven. Stelling 4: universiteiten en hogescholen mogen invloed hebben op wat wij publiceren, zeker als de instelling schade dreigt te lijden.

FB: ‘Mag ik eerst? Ik heb een aantal redactiestatuten opgezocht van verschillende bladen en dan zie je dat dit vaag is geformuleerd. Dat soort clausules met uitzonderingen wordt vaak misbruikt, al zullen onderwijsinstellingen dat nooit openlijk doen. En wanneer lijd je schade? Lopen de studentenaantallen op onze universiteit terug omdat we hebben geschreven over Diederik Stapel [de frauderende hoogleraar, red.], of omdat Stapel er werkte? Ik denk het laatste. Die zaak was toch wel publicitair gaan rollen, ook zonder ons.’

AE: ‘Hoe ging dat toen?’

FB: ‘Eerst werd ons gevraagd om het 24 uur stil te houden. Daar zijn wij in meegegaan, want we kenden de feiten nog niet. Dus ik zei tegen communicatie: akkoord, maar daarna gaan we los. Toen is geprobeerd publicatie langer tegen te houden en was het een maand oorlog. De rector heeft uiteindelijk gezegd dat erover schrijven gewoon onze taak was.’

‘Er loopt een flinke discussie over safe spaces op onze universiteit. Is de uni een veilige omgeving als iedereen zijn mening mag geven, of is dat het als meer mensen hun mening voor zich houden?’

AE: ‘Hoe is dat bij Erasmus, heb jij wel eens iets niet gepubliceerd omdat het schadelijk zou kunnen zijn voor de universiteit?’

WG: ‘Nee. Ik kan me wel herinneren dat ik in onderhandelingen heb gedacht: beter iets dan niets, om toch te kunnen publiceren.’

AE: ‘Dat herken ik. Je gaat niet in gesprek met je rug naar de instelling toe als er iets gevoeligs speelt.’

WG: ‘We hebben hier de kwestie gehad rond Tariq Ramadan, daar is wel stevig over heen en weer gebeld. Ramadan was in dienst van de gemeente en was hier gasthoogleraar. Hij werd vrij plotseling door de universiteit ontslagen en dat is heel rommelig gegaan. In het verleden speelde een verhaal over een hoogleraar die aan kleine jongens had gezeten. Mijn voorganger is onder druk gezet om er niks mee te doen. Vervolgens stond het in de Telegraaf. Soms helpt het als landelijke media over een zaak schrijven, dan kunnen wij er op onze manier mee verder.’

AE: ‘Bij ons staat in de redactiestatuten dat we ook tot doel hebben een samenbindende rol te spelen op de universiteit en hogeschool. We hebben een andere rol dan de landelijke media. Het lijkt af en toe op hyper-regionale journalistiek. Je maakt een stukje over de bakker om de hoek, en die staat even later voor de deur met commentaar. Ons publiek reageert veel heftiger op onze columnisten.’

‘Wat we vaak doen, is mensen die zich boos maken de ruimte geven om een opinie over het onderwerp te schijven. Dat is ook prima, graag zelfs. Dat verrijkt je medium.’

FB: ‘Columnistenvrijheid, daar kan onze doelgroep moeilijk mee overweg. Veel mensen hebben een nogal tere ziel, die voelen zich persoonlijk aangevallen of zijn boos als het niet op een “politiek correcte” manier in Univers is beschreven. Zo loopt er een flinke discussie over safe spaces op onze universiteit. Is de uni een veilige omgeving als iedereen zijn mening mag geven, of is dat het als meer mensen hun mening voor zich houden? Ik denk dat eerste, maar iets wordt al heel snel racistisch of seksistisch genoemd. Je kunt niet eens meer het woord “meisjes” schrijven, zonder voor seksist te worden uitgemaakt.’

AE: ‘Bij ons speelt dit bij het onderwerp diversiteit: ras, gender, seksuele gelijkheid. Als wij schrijven dat chocoladeverpakkingen in kantines worden weggehaald omdat er zwarte pieten op staan, en dat bericht belandt bij GeenStijl, opent zich een riool. Dan zijn we de rest van de week aan het modereren om alle racistische of op de man gespeelde reacties weg te halen. Wij bekijken voor Folia en HvanA hoe we dat kunnen veranderen.’

FB: ‘Of seks, zoals bij #metoo. Wij werken alleen nog maar met een reactiemogelijkheid op Facebook. Dat houdt het aantal scheldpartijen beperkt. En ik zie ook veel reacties die het voor ons opnemen; voor de persvrijheid, de vrijheid van meningsuiting en onze onafhankelijkheid.’

AE: ‘Je wil dat zo veel mogelijk studenten, medewerkers, wetenschappers en docenten meedoen aan een inhoudelijke discussie op niveau.’

FB: ‘Wat we vaak doen, is mensen die zich boos maken de ruimte geven om een opinie over het onderwerp te schijven. Dat is ook prima, graag zelfs. Dat verrijkt je medium.’

WG: ‘Juist omdat het niet een hele grote gemeenschap is, hoop je dat mensen elkaar bij de les houden en ervoor zorgen dat niemand uit de bocht vliegt.’