Foto: Noor Visser
actueel

Deze rechtenstudent (23) vaart voor haar onderzoek op de Noordzee

Carlijn Schepers,
28 november 2017 - 09:52

Niet veel rechtenstudenten doen praktijkonderzoek, en al helemaal niet een volle week op zee. UvA-student Noor Visser - what’s in a name? - wel. Ze voer als bemanningslid van een viskotter de Noordzee op. ‘Natuurlijk is het lastig de ingewanden uit een nog bewegende vis te snijden, maar ik heb me daar overheen gezet.’

Ze wil graag ‘tussen de trekken’ afspreken. Oftewel als de vis uit de sleepnetten is binnengehaald en schoongemaakt. Maar zo gemakkelijk is het niet contact te krijgen met Noor Visser (23) die een hele week op een schip midden op de Noordzee zit. Bereik heeft de UvA-student sowieso niet, dus bellen is geen optie. Wel is er internet, dus we proberen te bellen via Whatsapp. Na een paar mislukte pogingen klinkt er eindelijk een ronkende motor en even later Noors enthousiaste stem.

 

‘Het went hoor, dat geluid van de motor. En de deiningen van de golven ook,’ zegt ze. ‘Gelukkig word ik niet zeeziek, anders was het echt een hel geweest.’ Noor is halverwege haar week op zee, maar zat is ze het nog lang niet. ‘Ik vind het zo bijzonder dat ik mee mag. Ik ben geboren en getogen in Amsterdam: een groter contrast met het leven van de vissers op dit schip is er bijna niet. Ik ben in een totaal andere wereld terechtgekomen. Dus ik heb het nog geen moment saai gevonden en heb het erg naar mijn zin.’

‘Vissers zitten bijna altijd op zee, dus hoe kun je ze het beste interviewen? Door mee te gaan op hun schip’

In het kader van de minor recht en wetenschap loopt Noor stage bij Wageningen Marine Research. Ze doet er onderzoek naar de aanlandplicht. Deze nieuwe EU-wet verplicht vissers om te kleine vissen en andere ongewenste bijvangst zoals bijvoorbeeld zeesterren mee te nemen naar land, in plaats van terug te gooien in zee zoals voorheen. De vis kan worden verwerkt tot bijvoorbeeld vis­meel of diervoeding, maar mag niet voor menselijke consumptie worden gebruikt. Het idee erachter is vissers te dwingen bijvangst te beperken en verspilling terug te dringen. Noor onderzoekt de verschillende perspectieven op de aanlandplicht – die sinds 2015 in fases wordt ingevoerd – dus ook wat vissers ervan vinden. ‘En vissers zitten bijna altijd op zee, dus hoe kun je ze het beste interviewen? Door mee te gaan op hun schip. Bovendien snap je de visserswereld veel beter als je meemaakt hoe hun leven eruit ziet.’

 

Noor benaderde de directeur van belangenvereniging VisNed – die toevallig net als zij Visser heet. Een week later kon ze al mee op het schip. Precies als de christelijke rustdag voorbij is, start de werkweek voor de mannen. Zondag om middernacht, toen de maandag begon, vertrokken de vijf vissers van de UK33 vanuit Urk. De UK33 lag in Den Helder, daar wachtte Noor ze op. Met zijn zessen koersten ze richting de Noordzee, op jacht naar tong en schol. Noor gaat de hele week mee. Totdat ze de vrijdag erop weer aanmeren in IJmuiden. Ze helpt zoveel mogelijk mee en ondertussen mag ze de mannen alles vragen wat ze wil.

Foto: Noor Visser

Ziltige geur

Het is niet de eerste keer dat Noor meegaat op een vissersschip. Ook tijdens haar bachelor bètagamma, met hoofdstroom sociale geografie, schreef ze een scriptie over een Noordzeeproject. ‘Ik wist nog niets over de visserijsector, maar het ging me steeds meer interesseren. Zeker toen ik mee mocht op een schip van Texelse vissers.’ Ze hielp net als nu zo veel mogelijk mee, ook met de vis schoonmaken, vertelt Noor. ‘Toen ik van de week de geur weer rook, herkende ik het meteen. Het stinkt niet naar vis hoor, het ruikt niet zoals bij een haringkraam. Omdat het natuurlijk heel vers is. Die kenmerkende geur komt later pas. Hier ruik je een soort ziltige lucht vermengd met de geur van de motor; ik vind het eigenlijk wel lekker.’ Noor is even afgeleid. Er wordt iets naar haar geroepen. Ze lacht. ‘Ze klagen hier dat ik geen koffie kom drinken.’

 

Eigenlijk is er geen dag- en nachtritme op het schip. De vissers passen hun leven aan het patroon van de vangst aan. ‘De sleepnetten worden uitgegooid en dan vaart het schip twee uur: de trek heet dat. Vervolgens gaat de bemanning het dek op om te helpen de vissen binnen te halen. Dan worden ze gestript: de ingewanden moeten eruit om de vis langer houdbaar te maken. Daarna is het tijd voor eten; ze eten per etmaal twee keer warm en een of twee keer brood. Natuurlijk wordt er ook een “bakkie” bij gedronken en vervolgens gaan ze “effe leggen”, slapen dus. Lang duurt dat niet, want na iets meer dan een uur klinkt de bel al, hijsen ze zich opnieuw in hun oliepakken en begint het hele riedeltje weer van voor af aan.’

Foto: Noor Visser

Het is fysiek hard werken, vertelt Noor. Meestal is het ook even stil als de vissers na een uurtje slaap alweer aan de lopende band staan om de vissen schoon te maken. Maar het duurt nooit lang voordat de eerste grappen worden gemaakt en gezang door het schip galmt. ‘Iedereen heeft zijn eigen taak. Ze zijn enorm op elkaar ingespeeld. De jongste is ook kok, ik geloof dat dat altijd zo is. Die heeft het wel het zwaarst te verduren, want wat hij ook op tafel zet, hij krijgt altijd commentaar.’ Ook al vangen ze elke dag vis, het staat niet dagelijks op het menu. Ze eten vooral veel vlees, vertelt Noor, en veel traditionele Hollandse gerechten. ‘Vanavond eten we bijvoorbeeld hutspot.’

‘Het is een echte mannenwereld. Ze maken ook vaak grapjes dat een vrouw aan boord ongeluk brengt’

Op Urk

Traditie zit sowieso ingebakken in de visserscultuur. ‘Vaak zitten families al generaties lang in de visserij. Zeker, zoals de Urkers zeggen, “op” Urk; een echt vissersdorp. Ook is het normaal dat de mannen op het schip werken en de vrouwen thuis zorgen voor kinderen en het huishouden. Het is een echte mannenwereld. Ze maken ook vaak grapjes dat een vrouw aan boord ongeluk brengt. Natuurlijk ook om mij een beetje te sarren.’ Als Noor dan met wat moeite een zware kist vol ijs probeert te verplaatsen, lachen ze. ‘Maar niet op een lullige manier hoor. Ze waarderen het vooral dat ik zoveel mogelijk mee probeer te helpen. Dat ik me echt wil inleven in hun wereld. Ook vinden ze het stoer dat ik niet zeeziek word, terwijl dat natuurlijk gewoon geluk hebben is.’ Maar ’s avonds zeggen ze wel tegen Noor: ‘Slaap jij maar gewoon de hele nacht door.’ En hoewel ze soms alle rondes meedraait, slaapt ze andere avonden wel gewoon door. ‘Want steeds maar een uurtje slapen is inderdaad vrij intensief.’ Gelukkig heeft ze wel haar eigen kamertje. Een van de bemanningsleden slaapt speciaal voor haar bij een ander op de kamer.

Foto: Noor Visser

Bloed

Dat Noor zo veel mogelijk meedraait met de vissers wil niet zeggen dat ze het werk met hetzelfde gemak doet. Vooral het schoonmaken van de vis is wel even wennen. Zeker toen ze het voor het eerst deed. ‘Maar ik had me vooraf voorgenomen gewoon mee te helpen en niet na te denken. Natuurlijk is het lastig als de vis nog beweegt en ik zijn ingewanden eruit moet snijden. En bij grote vissen vind ik het iets moeilijker, omdat daar veel bloed uit komt. Maar ik heb me eroverheen gezet. Het hoort er nu eenmaal bij.’

Foto: Noor Visser

De visserswereld verschilt niet alleen qua werk van die van de Amsterdamse student. De mannen zijn ook christelijk en Noor niet. ‘Dagelijks wordt er uit de bijbel gelezen en voor en na maaltijden is er een gebed. Natuurlijk doe ik dan zo veel mogelijk mee of ben ik even stil.’ Ook de politiek komt tijdens de vele gesprekken ter sprake. ‘“Je stemt toch niet op GroenLinks of de Partij voor de Dieren hè?” vroegen ze me bijvoorbeeld. Dat zien zij als hun grote tegenstanders. Zelf stemmen ze op partijen als de ChristenUnie of de SGP.’ Toen Noor zei dat ze inderdaad op GroenLinks stemt, kwamen ze meteen met een artikel over Jesse Klaver op de proppen. ‘Iets over dat hij een BMW rijdt, een natuurlijk niet zo energiezuinige auto. Dat was wel grappig.’

 

Noor kwam er al snel achter dat de vissers niet blij zijn met de aanlandplicht. ‘Ze hebben het gevoel dat ze zich aan steeds meer regeltjes moeten houden. Volgens hen wordt de bijvangst aan land alsnog vernietigd. Dan kun je de vis beter teruggooien, zo overleeft misschien ook nog een deel. Door op het schip mee te draaien zie nu ik hoe hun hart bij het vissen ligt en hoe lastig het ze af en toe wordt gemaakt.’

‘Dagelijks wordt er uit de bijbel gelezen en voor en na maaltijden is er een gebed. Natuurlijk doe ik dan zo veel mogelijk mee of ben ik even stil’

Na deze week en het afronden van haar onderzoek duikt Noor de wetboeken weer in. Als ze haar rechtenbachelor heeft afgerond, wil ze nog een master doen. Wie weet komt ze daarna alsnog in de visserijsector terecht. ‘Het is jammer dat er zo weinig geld en mogelijkheden zijn om onderzoek te doen naar visserij. Maar wellicht zou ik bij een belangen­organisatie kunnen gaan werken. Dat lijkt me heel leuk en leerzaam. Ik ben in ieder geval nog lang niet uitgekeken op het onderwerp. Hoewel het ook goed zou kunnen dat ik iets heel anders ga doen.’