Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Foto: Vera Duivenvoorden
actueel

Video | Deze studenten doen vrijwilligerswerk naast hun studie

Carlijn Schepers,
23 maart 2017 - 07:16

Het lijkt moeilijk voor te stellen, maar er zijn studenten die naast colleges, essaydeadlines, blokken voor tentamens, sporten, feestjes en verplichte familiebezoekjes nog tijd vinden voor vrijwilligerswerk. Toch staat een legertje studenten klaar voor hun medemens: aan de telefoon, achter de draaitafel of naast het sterfbed. Vier studenten vertellen over hun vrijwilligerswerk.

Foto: Vera Duivenvoorden
Vincent Roest

Vincent Roest (20, Amsterdam University College) draait plaatjes met eenzame ouderen

Voor Vincent het doorheeft is Wil opgesprongen en staat ze te swingen in de woonkamer. Vincent weet even niet wat hij moet doen. Zo’n danser is hij niet. ‘Wil zei: “Ah joh, wat maakt dat toch uit! Wie is hier nou?” Dus toen ging ik ook maar een beetje ongemakkelijk naast haar staan bewegen. Vervolgens heeft ze me wel meteen de basisbeginselen van de foxtrot geleerd.’

Eigenlijk zocht Vincent een maatschappelijke stage toen hij aanklopte bij VIIA, het uitzendbureau voor vrijwilligerskrachten in Oost. ‘Maar toen ik vertelde over mijn platenverzameling sloegen ze daar meteen op aan. “Dan hebben we een perfecte stage voor je!”’ Zo kwam hij in contact met het Danspaleis. Nu draait de student plaatjes met eenzame ouderen, en kwam zo terecht bij de 83-jarige Wil: naast het project ‘Een praatje en een plaatje’ organiseren ze namelijk ook dansmiddagen voor ouderen in een sociaal isolement. Ondertussen vindt Vincent een andere stage voor zijn opleiding en besluit hij dit als vrijwilligerswerk te gaan doen.

Na een kennismaking wordt hij gekoppeld aan Wil. ‘Ik maakte een afspraak en ging met mijn koffertje met een platenspeler en platen naar haar toe. Ze was door de intercom al enthousiast. “Goedemorgen, Vincent! Het is de 7e etage, linkerlift.” Boven had ze haar deur al geopend en begroette ze me weer zo vrolijk; zwaaiend met een brede glimlach.’ Vincents jas wordt aangenomen en binnen staan stroopwafels, chocola en allerlei soorten drinken op hem te wachten. ‘Om het half uur vroeg ze me: heb je wel goed gegeten? Zoals oma’s wel vaker doen, zo leuk.’

Het was helemaal geen ongemakkelijke eerste ontmoeting. ‘Wil praatte honderduit en vroeg mij ook van alles.’ Na anderhalf uur gekletst te hebben, stelt Vincent voor zijn koffertje erbij te pakken. ‘Ik ben natuurlijk ook gekomen om plaatjes te draaien, zei ik.’ En zo komen ze aan het dansen. ‘Althans, zij danste, ik heb vooral vals meegezongen. Dat is minder oncomfortabel voor mij.’ Elvis, Julio Iglesias, Shirley Bessey; allemaal komen ze langs. Het koffertje dat Vincent heeft meegenomen heet ‘Donna’ en bevat vooral ballroommuziek. ‘Toen vond Wil het wel weer genoeg en gingen we weer zitten praten. Natuurlijk kreeg ik nog een stroopwafel. Volgens mij heb ik nog nooit zoveel gegeten in drie uur,’ zegt Vincent lachend.

‘Ik had verwacht dat we het vooral zouden hebben over aquajoggen en zo’

Maar er wordt niet alleen gedanst en gezongen. Ze praten ook over Wils leven, dat veel tegenslagen heeft gekend. ‘Haar familie heeft de nodige problemen, waardoor zij er meer voor hen is dan andersom. Ze wil zichzelf niet eenzaam noemen, maar ze heeft zich er wel bij neergelegd dat ze vaak alleen is. Daarom gaf ze zich op voor dit project.’ Wil vertelt ook dat ze het jammer vindt dat ze niet meer kan stijldansen zoals vroeger. Daarop besluiten ze samen naar de dansmiddag te gaan die binnenkort door het Danspaleis wordt georganiseerd. ‘Ook al ben ik heel houterig en sta ik waarschijnlijk vooral aan de zijkant.’

 Vincent had niet verwacht dat hij meteen zo’n vertrouwensband zou krijgen met Wil. ‘We praatten de eerste keer ook meteen over best heftige dingen, zoals de dood en euthanasie. Ik had verwacht dat we het vooral zouden hebben over haar hobby’s, aquajoggen en zo. Maar ik vond dat helemaal niet vervelend. Het is goed voor je ontwikkeling om je te verplaatsen in het leven van een ander, die dingen meemaakt die jij je lastig kan voorstellen.

Vincent zou dit vrijwilligerswerk zeker aan andere studenten aanraden. ‘Je komt in contact met mensen die je normaal nooit zou spreken. Het zal je nog verbazen hoeveel dezelfde interesses je kunt hebben. Bovendien kan je met weinig moeite veel voor een ander doen.’ Studenten die zeggen geen tijd te hebben voor vrijwilligerswerk gelooft Vincent niet. ‘Ik kan me niet voorstellen dat er iemand is op deze wereld die niet anderhalf uur per week kan vrijmaken.’

(Tekst loopt door onder de video.)

 

Fenne Sinnige

Fenne Sinnige (23, algemene sociale wetenschappen UvA) is maatje van een slachtoffer van mensenhandel
‘Gerlee sprak geen Engels of Nederlands. Onze eerste ontmoeting was wat onwennig. De begeleider van de Regenboog was erbij, een Mongoolse tolk aan de telefoon moest alles vertalen. Onze eerste afspraak was ook nog steeds een beetje gek, omdat we niet echt konden communiceren. Maar met handen en voeten ging het aardig.’ Fenne helpt Gerlee uit Mongolië, die slachtoffer is geworden van mensenhandel. ‘Ze zocht iemand bij wie ze zichzelf kon zijn en even niet hoefde na te denken of te praten over wat haar allemaal is overkomen.’

Fenne begeleidt Gerlee al meer dan een jaar. Ze zien elkaar ongeveer elke week. ‘We doen leuke dingen, ik help haar met haar Nederlands, laat haar de stad zien. Ze vindt het zelf nog een beetje eng alleen Amsterdam in te gaan.’ Ze gaan bijvoorbeeld zwemmen, omdat Gerlee aangeeft dat leuk te vinden. Dus spreken ze af in het Marnixbad. ‘Gingen we in het diepe bad, begon ze ineens te spartelen. Bleek dat ze helemaal niet kon zwemmen! Terwijl ze zei van wel. Toen voelde ik me wel even een slechte “moeder”. Gelukkig lachte ze er zelf hard om.’

Ze ontdekte dit vrijwilligerswerk door de fietstassen van vrijwilligersorganisatie De Regenboog die ze overal in de stad ziet. ‘Ik koos voor project 2fortrust, omdat de maatschappij neerkijkt op slachtoffers van mensenhandel. Die vrouwen worden als zwak gezien en minder serieus genomen. Dat zat me altijd al dwars. Over slachtoffers van mensenhandel bestaan net als over bijvoorbeeld vluchtelingen veel vooroordelen. “O, wat heftig. Hoe begeleid je zo iemand?” zeggen anderen tegen me. Maar het zijn mensen, net als wij. Ze zijn ook soms boos, worden ook verliefd, alleen zijn ze helaas in de verkeerde situatie terechtgekomen.’

‘Gingen we in het diepe, bleek dat ze helemaal niet kon zwemmen’

Hoewel Gerlee weleens vertelt dat ze last heeft van woedeaanvallen – ‘Dan is haar mobiel bijvoorbeeld kapot doordat ze ermee heeft gegooid’ – praten ze niet over wat haar is overkomen. ‘Dat wil ze liever niet en daar heeft ze bovendien een psycholoog en mentor voor. Het enige wat ik weet is dat ze slachtoffer is geworden van mensenhandel. Ze was wel een aantal jaren in Amsterdam, dus waarschijnlijk heeft ze hier in de prostitutie gewerkt. Nu woont ze in de mensenhandelopvang. Gerlees asielprocedure loopt nog. Ze zijn op zoek naar haar handelaren. Als ze die niet vinden, is het niet zeker dat ze in Nederland mag blijven, omdat er dan misschien helemaal geen proces komt. Ik zou het erg vinden als ze terug moet naar Mongolië. Daar heeft ze namelijk niemand meer, omdat haar familie haar heeft verstoten.’

Fenne ziet haar vrijwilligerswerk als een win-winsituatie. ‘Ik help haar en zij geeft mij energie. Het is mooi om te zien dat iemand die zoveel heeft meegemaakt toch zo positief en open is en sterk in haar schoenen staat.’ Ze vindt vrijwilligerswerk doen als student sowieso waardevol. ‘Zeker als je aan de universiteit studeert; dan is je studie heel theoretisch. Ik leer bij sociale wetenschappen veel over conflicten en groepen in de samenleving, maar ik ga helemaal niet met deze mensen om. Door vrijwilligerswerk kan je je kring van hoogopgeleide mensen verbreden en praktijkervaring opdoen. Bovendien: wat voor jou maar een beetje tijd kost, kan voor een ander veel betekenen.’

Foto: Vera Duivenvoorden
Rick Waij

Rick Waij (29, psychologie UvA) helpt (ex-)gedetineerden

De eerste ontmoeting met een gedetineerde vindt Rick best spannend. ‘Ik weet vooraf niet hoe iemand is en of ik degene wel kan helpen.’ Rick doet vrijwilligerswerk met als doel gedetineerden en ex-gedetineerden de regie weer terug in handen te geven. ‘Ik help ze met praktische zaken als schulden aflossen, werk zoeken en administratieve zaken.’ Hij werkt bij vrijwilligersorganisatie Humanitas voor het project ‘Een nieuwe start’ zowel met ex-gevangenen als met gedetineerden in het Binnen Ric, het re-integratiecentrum in de gevangenis in Zaandam. ‘Ik vind het fijn mensen te helpen en het is ook goed om praktijkervaring op te doen. Ik wil de klinisch-psychologische kant op, dus zo kan ik nu al oefenen met hoe ik iemand met problemen het beste kan begeleiden.’

Bij het Binnen Ric helpt Rick mensen die nog vastzitten. Een of twee keer per week draait hij daar een soort spreekuur, waar gedetineerden bij hem langskomen met hulpvragen, meestal over wonen, werken, schulden en sociale omstandigheden. Daarnaast begeleidt hij ex-gevangenen hun leven weer op te pakken. Hiervoor wordt hij voor langere tijd als coach gekoppeld aan iemand. ‘Het idee is ze te ondersteunen en te helpen bij zaken die ze moeten regelen, maar het niet zelf voor ze te doen. Je bent geen hulpverlener. Je moet ze leren hun problemen zelf op te lossen.’

Rick hoort niet wat het delict is waarvoor iemand vast zit of heeft gezeten, behalve als dat belangrijk is voor wat hij moet regelen. ‘Ik kan bijvoorbeeld iemand die is opgepakt voor rijden onder invloed niet laten solliciteren bij een taxibedrijf. Of een zedendelinquent laten wonen naast een basisschool. Maar als het verder voor mij niet van belang is, hebben we het er niet over.’

‘Je kunt beter niet vertellen waar je uitgaat’

Rick doet het vrijwilligerswerk met plezier, ondanks de soms best lastige doelgroep. ‘Een groot deel is laks, heeft geen langetermijnplanning en komt soms niet opdagen. Dat is vervelend, omdat je wel je vrije tijd erin stopt. Het is dus belangrijk dat je het je niet te veel aantrekt.’ Hij merkt ook veel frustratie bij zijn cliënten en dat begrijpt hij soms wel. ‘Veel van hen worden van het kastje naar de muur gestuurd. Niet zo gek dat ze dan soms een woede-uitbarsting krijgen aan de telefoon. Dan is het aan mij met ze te praten over hoe ze het kunnen oplossen en rustig kunnen blijven.’

Aan de ene kant bouwt Rick een band met zijn cliënten op. ‘Je vecht samen voor oplossingen en dan leer je een persoon goed kennen.’ Aan de andere kant stelt hij zich terughoudend op. ‘Je moet wel je grenzen aangeven. Beter vertel je bijvoorbeeld niet alles over jezelf: waar je het weekend uitgaat, waar je woont, je achternaam, je e-mailadres. Dat soort dingen. Ook al vragen ze daar soms wel naar.’

Rick is het niet eens met mensen die zeggen dat het de eigen schuld is van gedetineerden, dat ze zichzelf in de problemen hebben geholpen. ‘Sommigen hebben gewoon één misstap gemaakt en het is niet altijd even gemakkelijk weer op te krabbelen. Zeker als je niets hebt, val je gemakkelijk weer terug. Dan is het echt niet van: we leven in een land waar iedereen kansen krijgt, je moet ze alleen grijpen. Daarom doe ik dit vrijwilligerswerk, om mensen weer op weg te helpen nadat ze een stomme fout hebben gemaakt.’

Foto: Vera Duivenvoorden
Saskia van Hengel

Saskia van Hengel (35, verpleegkunde HvA) begeleidt mensen in hun laatste levensfase

Haar oma wilde graag thuis sterven, maar dat kon niet door een gebrek aan zorgpersoneel. ‘Dus stierf ze ongewild in het verzorgingstehuis.’ Zo kreeg Saskia het idee als vrijwilliger mensen te begeleiden in hun laatste levensfase. Niet de meest voor de hand liggende keus voor vrijwilligerswerk. ‘Ik hoop dat door mijn hulp anderen wél thuis kunnen sterven als ze dit wensen.’ Als Saskia vertelt wat ze doet, zeggen anderen vaak hoe heftig ze dat lijkt, maar zij ziet dat anders. ‘Het klinkt misschien raar, maar het is prachtig. Het laat je emotioneel groeien. Eigenlijk zou iedereen eens iemand vlak voor zijn dood moeten begeleiden. Al is het alleen maar om over het leven te leren.’

Saskia doet het vrijwilligerswerk bij centrum voor mantelzorg Markant, dat vooral sociale ondersteuning biedt aan mensen die weten dat hun einde nabij is. Vaak worden zij opgevangen door mantelzorgers, familie en vrienden. Maar niet iedereen heeft die om zich heen; dan springt Saskia bij. ‘Zeker in stedelijke gebieden als Amsterdam zijn ontzettend veel mensen eenzaam. Die sterven helemaal alleen. Dat vind ik heel verdrietig.’ Markant koppelt Saskia aan zulke mensen. Zij willen iemand bij zich als ze sterven of hebben vragen over de dood. ‘Ze willen bijvoorbeeld weten wat ze gaat overkomen en hoe ze hun laatste tijd zo goed mogelijk kunnen invullen.’ Soms is haar aanwezigheid al voldoende. Andere keren luistert ze bijvoorbeeld met haar cliënten naar de radio, leest ze iets voor of bekijken ze fotoalbums.

Saskia doet het werk al een paar jaar. Ze besluit zelfs opnieuw te gaan studeren door het werk; haar baan in de hotellerie laat ze achter zich. Nu wil ze verpleegkundige worden. ‘Zo kan ik in mijn beroep ook degene zijn die angst wegneemt en pijn probeert te verlichten.’

Ze herinnert zich de eerste keer dat ze als vrijwilliger bij iemand langsging nog goed. ‘Ik vond het spannend en maakte gelijk een beginnersfout. Ik vroeg: “Hoe gaat het?” Dat viel natuurlijk helemaal verkeerd. Wat had ze moeten zeggen? “Ik ga dood, dus niet echt goed”? Als ik nu voor het eerst bij iemand kom, focus ik vooral op de fijne dingen, zoals dat ik het leuk vind diegene te ontmoeten, of dat iemand een mooi huis heeft.’

‘Eigenlijk zou iedereen eens iemand vlak voor zijn dood moeten begeleiden’

Saskia wordt het liefst gekoppeld aan mensen tijdens hun laatste levensdagen. ‘Het klinkt misschien cru, maar ik help het liefst diegenen die in bed liggen, niets meer kunnen en op zoek zijn naar iets om los te laten in plaats van vast te houden. Ik kom dan als een schakel tussen hemel en aarde.’ Soms krijgt ze dan nog verzoeken. Zoals een meneer die graag voor het laatst een glaasje wijn wilde drinken. ‘Als dat iemands laatste genot is, ook al is het halfacht ’s ochtends, dan regel ik dat gelijk.’ In de allerlaatste momenten kunnen veel mensen niet meer praten. Dan volgt Saskia haar gevoel. ‘Ik ben heel sensitief en gebruik mijn intuïtie om erachter te komen wat iemand nodig heeft.’

‘Je voelt je altijd machteloos bij dit werk, maar het is niet vervelend.’ Natuurlijk is Saskia verdrietig als een cliënt overlijdt, maar ze kan het relativeren. Aan één situatie hield ze wel een naar gevoel over. ‘Deze man had geen goede banden met zijn familie en zat daar vlak voor zijn dood erg mee. Alleen zijn familie maakte geen haast langs te komen. Zijn dochter had al afscheid genomen en zijn kleinkinderen zouden een paar dagen later komen. Dat bleek achteraf te laat. Ik zou zoiets zelf anders aanpakken, dus ik vond het erg confronterend.’ Gelukkig kan ze over dit soort situaties praten met iemand van de stichting.

Zelf is Saskia, zeker door dit vrijwilligerswerk, niet bang voor de dood. ‘Als je voluit leeft, dicht bij jezelf blijft en lief bent voor anderen, dan heb je het altijd goed gedaan als de dood komt. Er hangt een onnodig taboe rond de dood: mensen zijn er bang voor en willen er nooit over praten, maar het hoort gewoon bij het leven.’ Ze noemt een van haar cliënten als voorbeeld; een vrouw met een hersentumor die zelf besluit uit het leven te stappen. ‘Zij had een fantastisch leven achter de rug waarin ze de hele wereld rondreisde. Toen werd ze ziek en dacht ze: ik heb het leuk gehad, nu mag iemand anders mijn plek innemen. Ik ben daar dan niet heel verdrietig om. Deze vrouw heeft tot het laatste moment de regie in handen gehad. Dat vind ik enorm inspirerend.’