actueel

‘Denk na over de juridische consequenties van een Charter’

Dirk Wolthekker,
9 februari 2017 - 14:18

De Commissie democratisering & decentralisering (D&D) opperde vorige maand het plan voor de UvA een zogenoemd Charter te ontwerpen, een handvest waarin de UvA haar waarden en uitgangspunten neerlegt. Rechtendecaan André Nollkaemper waarschuwt: ‘Je moet als universiteit goed nadenken over de juridische consequenties die je aan zo’n document hecht.’

Foto: UvA
Rechtendecaan André Nollkaemper

Het Charter is een van de drie voorstellen die de commissie D&D deed om de democratisering van de UvA gestalte te geven, naast de invoering van een senaat ‘nieuwe stijl’ en een meer democratische inrichting van de governance. In het eindrapport van de commissie staat het Charter omschreven als een document waarin ‘middels een procedure van breed overleg de kernwaarden van de universiteit worden vastgelegd en waaraan de universitaire gemeenschap zich gebonden acht’. Maar in hoeverre moet de universitaire gemeenschap zich aan zo’n Charter gebonden achten?

 

Mission Statement

‘Daar moet je heel goed over nadenken,’ zegt rechtendecaan André Nollkaemper. ‘Universiteiten als Harvard en Princeton hebben iets vergelijkbaars in de vorm van een Mission Statement. Waar je als universiteit goed over moet nadenken bij de formulering daarvan is wat de juridische status van zo’n verklaring is. Als het niet verder reikt dan een ambitie, dan loop je daar als instelling niet zoveel risico mee, maar als het een document is waar juridische consequenties aan kunnen zitten, wordt het anders,’ zegt Nollkaemper.

‘Je moet een Charter niet te veel dicht- timmeren, het mag geen keurslijf worden’

‘Stel: je neemt in zo’n Charter op dat er een eenheid van onderwijs en onderzoek moet bestaan, dan geldt dat voor iedereen en iedereen kan zich daar dan ook juridisch op beroepen,’ vervolgt hij. ‘Als instelling kan je dan in een lastige positie terechtkomen, dus je moet goed nadenken over de mogelijke consequenties van de formulering van zo’n Charter. De bepalingen in het Charter zouden niet beperkend moeten zijn voor de universiteit of voor faculteiten om beleid te voeren, je moet een Charter niet te veel dichttimmeren, het mag geen keurslijf worden.’

 

Het lijkt Nollkaemper een goed plan om bijvoorbeeld de vijfjaarlijkse Instellingsplannen te gebruiken als basis voor het Charter. ‘Door elk Instellingsplan loopt meestal een rode draad. Die rode draden zou je terug kunnen laten komen in het Charter.’

 

Cultuurverandering

Lisa Westerveld, de commissievoorzitter van D&D, benadrukte deze week in Folia dat het charter een belangrijk onderdeel is van een cultuurverandering op de UvA. Op de vraag hoe je een cultuur verandert zei ze: ‘Bijvoorbeeld door een charter op te stellen en door vast te stellen wat de waarden zijn die je als universiteit nastreeft. Daarmee roep je een instituut in het leven dat die cultuur verandert. Een cultuur is deels verbonden aan de studenten en medewerkers die toevallig op dat tijdstip op de UvA rondlopen, maar een cultuur bestaat ook uit instituten en regels.’

 

Of en wanneer er een Charter komt is overigens nog niet bekend. Het College van Bestuur heeft aangekondigd daarover in gesprek te willen gaan met de academische gemeenschap. Overigens is het Charter niet te verwarren met het ‘Student’s Charter’, een jaarlijks vastgesteld studentenstatuut waarin de rechten en plichten van studenten zijn omschreven.