Foto: Daniël Rommens
actueel

‘Er is al nuance genoeg over Willem van Oranje’

Maartje Geels,
1 februari 2017 - 11:33

Tolerant, trots en opofferingsgezind zou hij zijn, onze ‘vader des vaderlands’ Willem van Oranje. Maar in een boek van amper tweehonderd pagina’s maken UvA-studenten Marthijn Wouters (23) en Aron Brouwer (25) korte metten met deze smetteloze reputatie. Dat leverde ze een hoop kritiek op van vakgenoten. ‘Nepnieuws,’ kopte NRC in een recensie. Brouwer: ‘We willen aanzetten tot denken, niet tot slapen.’

Eén ster, was de eindconclusie van historicus en schrijver René van Stipriaan in NRC afgelopen weekeinde. Willem van Oranje, de opportunistische Vader des Vaderlands zou vol staan met vertaalfouten en de (oud-)studenten zouden te weinig context bij de gebeurtenissen geven. Brouwer reageert nuchter. ‘Dit boek is bedoeld om debat op te roepen. We hadden er een academisch boekwerk van 800 pagina’s van kunnen maken, maar dan waren we vier jaar bezig geweest. Er zijn al meer dan genoeg wetenschappelijke werken over Willem die weinig mensen aanspreken.

 

‘We wilden expres geen genuanceerd verhaal neerzetten, die boeken zijn al door andere academici geschreven. We willen het grote publiek bereiken en iets losmaken in Nederland.’

 

Als voorbeeld verwijst Brouwer naar de openingszin van het boek over de doop van Willem: ‘Het motregende al dagen, toen Willem op de vroege morgen van de tweede zondag van zijn leven wakker schrok van een plens water.’ Brouwer: ‘Wisten we zeker dat het toen regende? Natuurlijk niet. Maar zulke zinnen maken het verhaal spannend. Historici zullen het onderling nooit helemaal met elkaar eens zijn, en altijd fel in debat gaan. Dat hoort bij het vak.’

Foto: Daniël Rommens
Aron Brouwer

Alfabiertjes

Wouters en Brouwer ontmoetten elkaar op de middelbare school, waar ze op het gymnasium samen een profielwerkstuk over Oranje schreven. Zeventig pagina’s telde het werkstuk, met nog eens vijftig pagina’s aan bijlagen. In tegenstelling tot de inhoud van het profielwerkstuk, sloegen die bijlagen grotendeels nergens op, zeggen ze zelf. De scholieren (16 en 17 jaar oud) wilden vooral checken of hun veldwerk op straat (‘Waar denk je aan bij de Tachtigjarige Oorlog?’) met de nodige Alfabiertjes op soepeler zou verlopen.

 

Desondanks wonnen ze met hun profielwerkstuk een flinke geld prijs: één jaar lang collegegeld per persoon. ‘Ik wilde aanvankelijk niet eens studeren, maar door die prijs ben ik toch aan Engels begonnen. Na het eerste jaar stapte ik over naar geschiedenis. Maar ik heb me nooit een wetenschapper gevoeld,’ vertelt Wouters. ‘Ook op de universiteit bleef geschiedenis vooral een hobby, en ik voel mezelf nu meer muzikant en schrijver.’ Desondanks heeft hij de bachelor geschiedenis inmiddels afgerond; een master zit er voor nu niet in. Brouwer studeert nog wel; hij doet een tweejarige geschiedkundige onderzoeksmaster.

 

Heldenfiguur

De eerste twee jaar van hun studie raakte Willem van Oranje op de ach- tergrond. ‘Ik kon ‘m echt even niet meer zien,’ grapt Brouwer. Toch waren ze bevlogen, over de heldenfiguur die in de geschiedenisboeken vooral wordt vereerd. Dat beeld is onjuist, ontdekten de studenten toen ze uit hobbyism ten tweeden male verhaal van Willem van Oranje doken. ‘Het was een slimme man, maar hij ging vooral voor persoonlijk gewin,’ luidt hun conclusie.

‘We zijn de eersten die zijn leven op deze manier toegankelijk maken voor een breed publiek’
Foto: Daniël Rommens
Marthijn Wouters

Het idee om een populairwetenschappelijk boek over hem te schrijven, ontstond naar aanleiding van een film over Oranje die dit najaar uitkomt. Een soortgelijke film in 2015 over het leven van zeeheld Michiel de Ruyter was een doorslaand succes, maar historische duiding ontbrak.

 

Met dat argument stapte Brouwer uiteindelijk naar een uitgeverij. ‘Er was wel debat, maar er waren nauwelijks historici die hieraan deelnamen. Wij wilden de film over Willem van Oranje vóór zijn door alvast een boek te schrijven. Zelfs een genuanceerd boek over Oranje is extreem ten opzichte van het nationalistische verhaal dat wordt verteld in zulke films. Het leven van de man was zo anders dan het heldenbeeld dat wij nu van hem hebben. Hij was geen smetteloze volksheld.’

 

Met die conclusie haalden ze begin januari de landelijke media, inclusief De Wereld Draait Door. Willem van Oranje zou zijn ontmaskerd als volksheld. Hoe origineel is die conclusie eigenlijk? ‘We zijn inderdaad niet de eerste historici die dit beweren,’ geeft Brouwer toe. ‘Maar we zijn wel de eersten die zijn leven op deze manier toegankelijk maken voor een breed publiek.’

 

En hoe zit het dan met die feitelijke slordigheden? Over Charleroi bijvoorbeeld, de stad waar Willem een leger zou hebben verzameld maar die pas tachtig jaar na zijn dood gesticht werd? Brouwer: ‘Tja. We hadden inderdaad pagina’s kunnen uitwijden over de exacte locatie. Maar dat zegt lezers niks, die haken af. Dat is dus een bewuste stilistische keuze geweest.’

‘Het boek moest grappig zijn en brutaal, we willen het grote publiek bereiken. Deze discussie is namelijk zo fundamenteel voor de Nederlandse identiteit, dat we vinden dat iedereen hierover moet kunnen meepraten’

Brouwer vervolgt: ‘Het boek moest grappig zijn en brutaal, we willen het grote publiek bereiken. Deze discussie is namelijk zo fundamenteel voor de Nederlandse identiteit, dat we vinden dat iedereen hierover moet kunnen meepraten.’

 

‘Er is wel veel over Oranje geschreven, maar dus vooral in puur wetenschappelijke kringen. Dat is verdomde zonde. Met ons boek willen we laten zien dat geschiedenis ook toegankelijk en leuk kan zijn.’

 

Handschriften

Onderzoeksmateriaal was er in ieder geval genoeg. Vanuit hun gemeenschappelijke woonkamer (ze delen een huis en een kat, Odiepoes) spitten ze tal van brieven van Oranje door. Brouwer aan de keukentafel, Wouters op de bank; 13.000 stuks, in het Frans, het Duits en Middelnederlands. Vertalingen waren niet voorhanden, alleen gedigitaliseerde versies van de originele exemplaren.

 

Brouwer, terugblikkend: ‘Het ontcijferen van handschriften en het vertalen van die brieven kostte veel tijd, maar was wel te doen. Het was vooral een kwestie van lang naar de handschriften staren. Gelukkig zijn alle brieven gedigitaliseerd. Zonder die digitale kopieën was het boek er waarschijnlijk niet geweest. De origi- nelen liggen namelijk verspreid over archieven in Nederland, Frankrijk, Duitsland en Luxemburg.’

 

Uit die archiefstukken bleek onder meer dat Willem van Oranje trouw was aan zijn familie, maar dat het volgens de schrijvers met zijn idealen een stuk minder positief was gesteld dan wordt gedacht. Zo zou hij protestanten in Orange (een prinsdom in Frankrijk) hebben vervolgd en geëxecuteerd.

 

‘Veel vluchtelingen kwamen naar Orange omdat Oranje daar als soevereine vorst aan het roer stond. Ze dachten er veilig te zijn,’ legt Wouters uit. ‘Maar Willem had geen zin in vluchtelingen. Hij dacht dat de beste manier om een gebied te beheersen was, ervoor te zorgen dat alle onderdanen hetzelfde geloof aanhingen. Daarom is hij protestanten in Orange gaan vervolgen. Dat lukte niet, uiteindelijk moest hij concessies doen om het graafschap te kunnen blijven besturen vanuit Nederland. Een van die concessies was dat protestanten alsnog hun geloof mochten belijden. Zeg ik het nu goed, ouwe?’

‘De vervolgingen die Oranje liet uitvoeren zijn in de vergetelheid geraakt’

Brouwer springt in: ‘Hij wilde de protestanten in eerste instantie vergeven, als ze maar katholiek zouden worden. Dat gebeurde niet. Toen liet hij de protestanten een verklaring van goed gedrag afleggen. Ze mochten protestants blijven, maar als ze iets crimineels zouden doen, werden ze direct uit het graafschap gezet. Daarmee kon hij een deel van de immigranten verbannen. Maar uiteindelijk verloor hij in Orange de macht, omdat hij te star was in zijn aanpak van de protestanten. Later in Nederland, in de strijd tegen Philips II, ging het wel goed. Er zat geen idealisme achter zijn geloofsvrijheid hier, het was gewoon de harde les die hij had geleerd in Orange.’ Die link tussen Orange en zijn vermeende liberale opvattingen is trouwens nog niet eerder gelegd, voegt Brouwer trots toe. ‘De vervolgingen die Oranje liet uitvoeren zijn in de vergetelheid geraakt. De laatste historicus die er in de negentiende eeuw over schreef, dacht dat ze te maken hadden met een andere raciale afkomst van immigranten. Sindsdien is er niks meer over geschreven. Tot nu dus.’

 

Beeldenstorm

Het is niet alleen deze aanname waarmee Brouwer en Wouters een andere weg insloegen. Zo werd er in eerdere (populair)wetenschappelijke publicaties maar weinig stilgestaan bij Willems leven van voor de Opstand. ‘Er is heel veel geschreven over de Beeldenstorm. Maar over de periode daarvoor is nog maar weinig bekend, simpelweg omdat die minder interessant is. Brieven uit die tijd gaan over geldzaken, diplomatieke twisten en vrouwen. Historici namen die correspondentie minder serieus,’ vertelt Brouwer.

 

Waarom hebben we nu dan toch zo’n rooskleurig beeld van de prins? Dat stamt uit de negentiende-eeuwse behoefte aan nationale helden, betogen de jonge geschiedkundigen in hun voorwoord van het boek. Maar dat maakt de man achter de heldenstatus niet minder interessant, schrijven ze erbij.

 

Het kostte uiteindelijk twaalf maanden om het levensverhaal van Oranje op te tekenen. In die periode studeerde zowel Brouwer als Wouters niet. Daar hadden ze naar eigen zeggen absoluut geen tijd voor.

 

Wouters: ‘Een gemiddelde werkdag begon voor mij om tien uur. Ik stond eerder op dan Aron. Soms ging ik eerst naar een koffiezaak om wat te lezen. Niks over Willem van Oranje, puur en alleen om op gang te komen. Om de creatieve juices te laten flowen, en zo. Om twee uur begonnen we vaak pas met werken, maar we gingen wel tot gemiddeld elf uur ’s avonds door.

Foto: Daniël Rommens

‘Uitwerken deden we in Google docs-bestandjes. We bekeken vervolgens per dag wie welke alinea’s zou uitwerken. Van de uitgeverij kregen we namelijk wel deadlines, maar die lagen vaak pas weken in het verschiet. We moesten elkaar dus blijven motiveren om niet achter te raken op het schema.’ Eigenlijk was het ‘best een heftig proces‘ zegt Wouters. ‘Ik had dat helemaal weggestopt.’

 

Vierde druk

De studentikoze levensstijl kwam het tweetal van pas tijdens het schrijven van het boek. Brouwer: ‘We konden onze werkdagen helemaal zelf indelen. Soms werkten we een paar dagen superhard, dan weer even niet.’ Een heel jaar, van november tot november, schreven de twee uiteindelijk aan het boek. De laatste drie maanden van het proces werden besteed aan het verwerken van het commentaar van de eindredacteur.

‘We hebben totaal andere interesses, ik ben een zweverige, schrijvende creatieveling. Aron is een gedisciplineerde onderzoeker’

Inmiddels is de vierde druk in de maak. En in de webshop van bol.com staat het boek momenteel in de top-5 van best verkochte geschiedenisboeken.

 

Veel geld verdienen Brouwer en Wouters er nog niet mee, per slot van rekening is het voor een uitgeverij risicovol om veel in zulke jonge auteurs te investeren, vertelt Brouwer.

 

Hoe verschillend de twee studenten ook mogen zijn, ze vinden elkaar in hun enthousiasme over Oranje. Brouwer citeert zonder problemen passages uit de brieven, en Wouters vult hem gretig aan. Brouwer: ‘Buiten Willem van Oranje hebben we eigenlijk heel weinig gemeen. Maar we denken wel op dezelfde manier na.’ Wouters: ‘Dat komt omdat we al zo lang met elkaar omgaan. We hebben elkaar geïnfecteerd. Maar we hebben wel totaal andere interesses, ik ben een zweverige, schrijvende creatieveling. Aron is een gedisciplineerde onderzoeker.’

 

Hebben ze door het schrijven van het boek een nieuw soort respect voor Willem van Oranje gekregen? Even is het stil. Wouters: ‘In de schoolboeken lees je dat hij een voorvechter van geloofstolerantie was. Dat beeld klopt dan misschien niet, maar hij was wel iemand die een slim politiek spel speelde. Daarbij deed hij dingen die écht niet konden, hij speldde iedereen wat anders op de mouw om te bereiken wat hij wilde. Aan een Lutheraan schreef hij dat hij zelf Luthers was, tegelijkertijd schreef hij aan zijn katholieke vorst dat het katholieke geloof hem aan het hart lag. Opportunistisch? Dat was hij zeker. Maar hij had wel ballen en was zeker niet saai.’

 

Brouwer: ‘Omdat hij zo wordt vereerd, lijkt het beeld dat wij schetsen al snel heel erg negatief. Maar in de eerste paar hoofdstukken proberen wij hem vooral als mens neer te zetten. Op die manier hopen we dat mensen ook een beeld krijgen van de man achter de mythe.’

 

En, zijn Wouters en Brouwer al benaderd door de scriptschrijver van de film? Wouters: ‘Dat niet. Maar ik ben zeker bereikbaar.’

 

Meer inhoudelijk commentaar van Brouwer is te vinden via historiek.net