Foto: Ted McGrath (cc, via Flickr)
actueel

Dit leert de bodem onder het Rokin ons over de stad

Maartje Geels,
10 november 2016 - 15:37

Wie denkt dat de aanleg van de Noord/Zuidlijn alleen maar verzakte panden heeft opgeleverd, zit ernaast. De uitgegraven grond onder het Rokin en het Damrak bleek een rijke bron voor archeologisch onderzoek. Stadsarcheoloog en hoogleraar maritieme en urbane archeologie van de late middeleeuwen en de vroegmoderne periode Jerzy Gawronski hield vanmiddag in Spui25 een lezing over wat de stadsbodem ons over de Amsterdamse geschiedenis kan leren.

In 2003 ging de bouw voor die metrolijn van start. Dat proces leverde zo’n zevenhonderdduizend objecten afkomstig uit allerlei perioden van de Amsterdamse geschiedenis op. Van aardewerk tot speelgoed en zelfs hakbijlen van edelhertenbot: allemaal bleken ze in de grondlagen in de binnenstad te zitten. Bovendien werden er nog nooit eerder oudere resten gevonden dan bij de bouw van de nieuwe metrolijn. Dat bood een aantal boeiende nieuwe inzichten op over de Amsterdamse geschiedenis.


Stadsgeschiedenis

‘Die geschiedenis kunnen we reconstrueren aan de hand van de grondlagen. Tijdens het boren konden we nog niet zien wat er in de grond zat. De afgegraven grond konden we pas achteraf zien, ’ aldus Gawronski. En die grond bleek vol te zitten met archeologische vondsten. Op 20 tot 25 meter diepte werden bijvoorbeeld sporen aangetroffen van een ijstijd. En als je op het Rokin twaalf meter diep graaft, komt een zandlaag tevoorschijn waarop de stad nu drijft. Maar de lagen grond tussen de zeven en elf meter diepte zijn volgens Gawronski het interessantst. ‘Daar vind je sporen van een waddenafzetting die een open verbinding naar zee had.’ 

Waar andere Europese steden zoals Londen en Parijs ontstonden als nederzettingen langs een rivier in een eeuwenoud landschap, was Amsterdam vroeger niet meer dan een kleine nederzetting in het veen

Bloei

Het slib in iedere grondlaag geeft dus informatie prijs over een andere periode in de geschiedenis. De grootste bron van informatie voor de archeologen is de grond direct onder het Rokin, die in een U-vorm werd uitgegraven. Waar andere Europese steden zoals Londen en Parijs ontstonden als nederzettingen langs een rivier in een eeuwenoud landschap, was Amsterdam vroeger niet meer dan een kleine nederzetting in het veen. Het gebied dat we nu Noord-Holland noemen was een ‘nes-achtig’ (nattig) landschap waar enkel kleine dorpjes in gesticht werden. Bewoonbaar was het gebied wel maar er vond veel migratie plaats naar andere delen van Nederland.

 

Toen het gebied tussen 800 en 1100 n.Chr met getijdenwerking te maken kreeg, werd de Amstel gevormd. Met het ontstaan van de Amstel onstond ook de mogelijkheid tot handel over water. Als gevolg daarvan bloeide de kleine nederzetting op. En dat is bijzonder, zegt Gawronski. ‘Waar andere oude Europese steden meestal een agrarische oorsprong hebben, werd Amsterdam al snel urbaan.’ Het versnipperde dorp oud-Amsterdam groeide uit tot de stad die we nu kennen, het nieuwe Amsterdam. Eigenlijk, grapt Gawronski, zou New York dan ook Nieuw-Nieuw-Amsterdam hebben moeten heten.

 
Artefacten

Maar het boorproces bouw levert niet alleen informatie op over de ontstaansgeschiedenis van de stad, het geeft ook inzicht in de natuurrampen waar Amsterdam mee te maken kreeg, zoals een grote overstroming die de nederzetting rond 1520 v.C. teisterde. De objecten die in de grondlaag van die periode werden aangetroffen, waren relatief gaaf en bevatten weinig slijtsporen. Volgens Gawronski duidt dat erop dat de objecten niet aangevoerd zijn over een rivier, maar juist ter plekke werden gebruikt. Na een overstroming werden de artefacten opgeslokt en begraven in de grond. 

 

Wie die artefacten in levenden lijve wil bewonderen, moet alleen wel de opening van de Noord/Zuidlijn afwachten. Op metrostation Rokin zullen grote vitrines geplaatst worden waarin alle objecten die opgegraven zijn tijdens de bouw tentoongesteld zullen worden.

Lees meer over