Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
Foto: Daniël Rommens
actueel

‘De HvA moet vooral een emancipatiemotor zijn’

1 september 2016 - 16:43

‘De start van een nieuw studiejaar is als de start van een nieuwe dag. Ik verheug me er altijd op en vraag me af wat er allemaal gaat gebeuren.’ Zo begon rector Huib de Jong zijn artikel ‘De HvA in cadans’, het officieuze startschot voor het hogeschooljaar, dat vanmiddag feestelijk werd geopend in het Muziekgebouw aan ‘t IJ. De Jong wil meer aandacht van de HvA als emancipatiemotor.

Wie had gedacht dat De Jong uitgebreid vooruit zou lopen op wat de belangrijkste gebeurtenis van het komende jaar kan worden – de mogelijke scheiding tussen UvA en HvA en de consequenties daarvan – kwam bedrogen uit. In een kort inteview probeerde collegevoorzitter Geert ten Dam de gemoederen al te bedaren, voordat volgende week het evaluatierapport wordt gepubliceerd. ‘Ik hoop dat er niemand van wakker ligt,’ zei Ten Dam in gesprek met Rik van de Westelaken. ‘Het is een kwestie van governance, de mensen hier in de zaal zullen er waarschijnlijk niet veel van merken bij hun dagelijkse werkzaamheden.’

 

Top van de arbeidsmarkt

De Jong liet weten te willen stilstaan bij ‘onze voornemens’ voor het nieuwe studiejaar en daar hoort wat de HvA betreft een mogelijke scheiding tussen de hogeschool en de universiteit vooralsnog niet bij. De rector van de HvA vindt dat de HvA vooral zijn waarde heeft als emancipatiemotor van de regio. Daarmee bedoelt De Jong dat hij eerstegeneratiestudenten ‘naar de top van de arbeidsmarkt wil brengen.’

 

In zijn artikel weidt hij daar verder over uit. ‘Als emancipatiemotor van de Metropoolregio Amsterdam is aansluiting binnen de regionale onderwijsketen een voorwaarde voor onze aansluiting op de arbeidsmarkt,‘ schrijft De Jong. ‘Dit levert per definitie een spanning op tussen ons eindniveau en de toegankelijkheid, een spanning die ons al heel lang achtervolgt. Onze emancipatoire functie maken we echter alleen waar als een hoog eindniveau, toegankelijkheid van het onderwijs en toeleiding naar de arbeidsmarkt samen opgaan.’

‘Werkgevers moeten zich commiteren aan het beroepsonderwijs en meedenken over de ontwikkeling’

‘Kunnen gaan studeren, studiesucces ervaren en het vinden van een passende baan in het beroep waarvoor je bent opgeleid, zijn voor ons dan ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. Samen met het regionale mbo zijn we op dit moment bezig de voorbereidende module op het hoger beroepsonderwijs uit te rollen. Een generieke module die past in de keuzeruimte van het curriculum van het mbo die studenten gericht begeleidt naar het entreeniveau van onze opleidingen.’

 

Werkgevers

Dat binnen en buiten de hogeschool de opvattingen over wat goed onderwijs verschillen, vindt De Jong geen probleem. Hij vindt wel dat bedrijven iets terug mogen doen wanneer zij meer eisen stellen aan het beroepsonderwijs. Hij schrijft: ‘Werkgevers verwachten van het hbo dat wij steeds sneller meebewegen met de vragen en uitdagingen van de beroepspraktijk en met de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Als HvA moeten we bijvoorbeeld het traditionele denken in volledige programma’s loslaten en veel meer denken in modules. Maar op hun beurt moeten werkgevers zich committeren aan het beroepsonderwijs en meedenken en sturen aan de ontwikkeling daarvan.’