Foto: Lichte 4 zonder
actueel

Jort van Gennep: ‘Die lompe hark ben ik’

Sebastiaan van de Water,
7 juli 2016 - 08:18

In aanloop naar de Olympische Spelen van Rio volgt Folia vijf sportende studenten die hopen op een medaille, of voor wie meedoen al een overwinning is. Deze week de portretten van de vijf. Vandaag: roeier Jort van Gennep.

Geboorteplaats Breda

Woonplaats Amsterdam

Leeftijd 21

Sport Roeien, lichte vier

Studie Politicologie (UvA)

Vereniging Nereus

Rio-ambitie Medaille

 

‘Dom pompen,’ zo beschrijft Jort van Gennep zijn taak als roeier. ‘Als ik er niks naast doe, voel ik mijn hersencellen afsterven.’ En daarom studeert hij gewoon verder. Politicologie. Maar terwijl hij op zijn kamertje rustig de boeken van Machiavelli leest, klopt het grootste evenement uit zijn leven steeds harder op de deur.

 

De meeste toproeiers zijn rond de 28. Jort van Gennep is pas 21. De Olympische Spelen in Rio de Janeiro zullen zijn eerste, maar vermoedelijk niet zijn laatste Spelen zijn. Toch klinkt de jonge roeier soms net als een veteraan, wanneer hem gevraagd wordt naar zijn mooiste tijd als roeier. Hij noemt dan niet die memorabele zomer van 2015 op het Franse meer Aiguebelette, toen hij als rookie een vijfde plek behaalde op het WK. Ook noemt hij niet zijn eerste dagen bij de nationale ploeg, toen hij zijn ogen uitkeek en zich verbaasde over zoveel professionaliteit.

 

Liever denkt Jort van Gennep terug aan zijn juniorentijd. Toen hij nog lid was van een kleine roeiclub in Breda, waar de klok al decennialang stil stond. Hij was veertien jaar en had meer ambitie dan de rest van de club bij elkaar. ‘Ik besloot alles zelf uit te zoeken. Samen met mijn begeleider dook ik de bibliotheek in. We lazen boeken over voeding en trainingsschema’s. We keken bij toproeiers af hoe zij hun boot afstelden. We experimenteerden erop los. En als het goed ging, voelden we een immense trots, want we hadden alles zelf gedaan.’

‘Soms heb ik geen flauw benul wat er allemaal gebeurt in de boot’

Vandaag de dag is Jort een erkend toptalent en staat een heel team specialisten voor hem klaar. Zorgvuldig geselecteerd door de roeibond. Trainers, bewegingswetenschappers, fysiotherapeuten, voedingsdeskundigen. Zij moeten ervoor zorgen dat hij optimaal kan presteren, op weg naar de gehoopte podiumplek in Rio. ‘Alles wordt van bovenaf aangestuurd. Al het denkwerk wordt voor mij gedaan, door anderen,’ stelt de roeier met een zekere spijt. ‘Het enige wat ik moet doen is dom pompen.’

 

Gelukkig is pompen zijn specialiteit. Hij weet dat zijn bootgenoten wel eens lachen om zijn weinig verfijnde stijl. ‘Ik geef toe dat Björn van den Ende bijvoorbeeld veel verder is dan ik. Soms heb ik geen flauw benul wat er allemaal gebeurt in de boot. Als je naar ons kijkt zie je een paar balletdansers die alles op techniek doen, en je ziet één lompe hark. Die hark ben ik.’

 

Een magere hark ook. ‘Wij hebben een handicap in vergelijking met de zware boten. We moeten onder de 70 kilo zijn. Ik moet dus nog zeker vijf kilo kwijt.’ Het overgewicht is hem niet aan te zien, integendeel. Maar lichte roeiers zijn nou eenmaal veroordeeld tot de eeuwige strijd met de weegschaal. Gelukkig beschikken ze over een arsenaal aan trucs. ‘Vlak voor de weging kun je bijvoorbeeld een rondje hardlopen in een dikke winterjas en een pak gemaakt van vuilniszakken. Dan zweet je er zo twee kilo vocht af,’ onthult Jort. ‘Daarna drink je wat bidons leeg en ben je klaar voor de start.’ Hij kijkt nu al uit naar de krachtexplosie die hij in Rio mag leveren. ‘Ik vind het heerlijk om te racen. Zeker in een finale. Ik zie wel eens roeiers die voor de start helemaal wegkwijnen van de stress. Ik leef juist voor die dagen. Je voelt je als een beer die opgesloten zit in een kooi. Je moet jezelf urenlang in toom houden, maar zodra het licht op groen gaat, dan is het alsof de kooi open gaat. Eindelijk kun je los.’