Foto: Martine de Haan (cc, via Wikimedia Commons)
actueel

‘Groeiende ongelijkheid in onderwijs moet wake-up call zijn’

Daan van Acht,
13 april 2016 - 16:25

Kinderen met laagopgeleide ouders stromen minder vaak door naar het hoger onderwijs dan even slimme kinderen met hoogopgeleide ouders. Daardoor groeit de kansenongelijkheid in het hoger onderwijs. Dat blijkt uit een rapport van de Inspectie van het Onderwijs.

Volgens het rapport is de invloed van het opleidingsniveau van ouders op hun kinderen niet uniek voor Nederland, maar is de ongelijkheid tussen leerlingen hier wel groter dan in de meeste landen. Die ongelijkheid ontstaat vaak aan het einde van de basisschool en in het middelbaar onderwijs. Oorzaken hiervan zijn onder meer een toename van categorale scholen die slechts één onderwijsrichting (vwo, havo, vmbo) aanbieden, scholen die strenger selecteren aan de poort en leraren die onbewust meer verwachten van leerlingen van hoger opgeleide ouders en dus sneller een havo- of vwo-advies aan deze leerlingen geven.

 

De selectie aan de poort speelt ook een steeds grotere rol in het hoger onderwijs. Deze treft zowel jongeren uit hoog- en laagopgeleide gezinnen, al worden ook hier kinderen van laagopgeleide ouders het hardst geraakt. De afgelopen jaren daalde daarom het percentage doorstromers van het mbo naar het hbo als van het hbo naar de universiteit flink. Daarnaast ontstaan er grotere verschillen tussen opleidingen die selecteren en opleidingen die dit niet doen. Selecterende opleidingen hebben minder studenten van niet-westerse afkomst, meldt het rapport.

 

‘Gevaarlijke combinatie’

Herman van de Werfhorst, hoogleraar sociologie aan de UvA, zegt dat het speculeren blijft wat betreft de oorzaken voor de toenemende verschillen in het hoger onderwijs. Hij noemt hoogopgeleide ouders die sneller aansturen op een goede opleiding voor hun kind als mogelijke oorzaak. 

De invoering van het leenstelsel is volgens De Nie een drempel om door te studeren, vooral voor ‘de meest kwetsbare groepen’

Linde de Nie, voorzitter van het Interstedelijk Studenten Overleg, vindt de instroomdaling in het hbo en de toenemende selectie in het hoger onderwijs ‘een gevaarlijke combinatie’. De Nie: ‘Scholieren moeten beter begeleid worden in hun weg naar het hoger onderwijs. Het hoger onderwijs en voortgezet onderwijs dienen intensief samen te gaan werken.’ Met het oog op de categorale scholen aan de ene kant en de toename van overgangen en selectiemomenten in het hoger onderwijs aan de andere, hebben doorstromers van het mbo naar het hbo het extra moeilijk. De Nie noemt daarnaast de invoering van het leenstelsel als drempel om door te studeren, vooral voor ‘de meest kwetsbare groepen’.

 

Van de Werfhorst ziet het rapport als een ‘wake-up call’. De nadruk van beleidsmakers ligt volgens hem veel te veel op de autonomie van scholen, waardoor zij hun eigen regels en criteria kunnen bepalen. Dat versterkt volgens hem de ongelijkheid in het onderwijs en daarmee ook in de maatschappij. ‘Er moet vanuit de politiek een duidelijkere visie komen over de veranderingen en ontwikkelingen in het onderwijs. Nu is doorgaans de reactie in Den Haag: scholen zijn zelf verantwoordelijk.’

Lees meer over