Niet Amsterdam, maar Amstelveen als belangrijke joodse gemeenschap: het kleine broertje van Amsterdam ontwikkelde zich in zo’n honderd jaar tot een unieke voorstad met een bijzondere joodse geschiedenis. Hoogleraar Joodse Studies Bart Wallet schreef er een boek over.
Amstelveen is vandaag de dag, na Amsterdam, de tweede joodse plaats van Nederland. Ondanks dat de joodse gemeenschap nog jong is – ze ontstond in de jaren 30 van de vorige eeuw – geldt ze als een van de belangrijkste joodse gemeenschappen, en bovendien één met een uniek verhaal.
Tijd om uit de schaduw van Amsterdam te komen, vond Bart Wallet, hoogleraar Vroegmoderne en moderne joodse geschiedenis. Hij schreef het boek Hoop en wanhoop, een joodse stadsbiografie van Amstelveen.
Voorstad
Waarom Amstelveen? ‘Ik vond het idee van zo’n voorstad heel interessant,’ zegt Wallet. ‘Een hele jonge joodse Amstelveense gemeenschap, die nu heel snel is uitgegroeid tot één van de grootste joodse gemeenschappen.’ Want waar in Amsterdam al sinds de zeventiende eeuw joodse gemeenschappen ontstaan, begint dat in Amstelveen pas eind jaren dertig van de twintigste eeuw. Voornamelijk joodse Amsterdammers, van de hogere middenklasse, verhuizen naar wat dan nog Nieuwer-Amstel heet om daar een forenzenbestaan op te bouwen. Ook in steden als Londen en New York vormen zich in die tijd Joodse gemeenschappen in voorsteden.
In Amstelveen is dan nog niet van een echte joodse ‘gemeenschap’ te spreken. Er wonen ‘individuele joden van allerlei kleur en achtergronden’, die vaker dan gemiddeld seculier zijn. En gaan ze wel naar de synagoge, dan is dat in Amsterdam. Ook de joodse scholen en koosjere winkels zijn daar te vinden. De joodse Amstelveners en de niet-joodse Amstelveners leven intensief met elkaar samen, met name in de nieuwe forensenwijken. Ze ontmoeten elkaar in ‘onderwijs, sport en het gezelligheidsleven’. Er zijn dan ook veel gemengde huwelijken. Ze weten het dan nog niet, maar die contacten zullen later, in oorlogstijd, van levensbelang blijken.
Duitse joden
Een echte gemeenschap vormt zich in 1938, als de eerste synagoge wordt ingewijd. Dat komt onder andere door de komst van Duitse joden, vertelt Wallet, die vluchten voor Hitlers antisemitische maatregelen. ‘Daarvoor zijn het vooral joodse individuen die in Amstelveen leven. Omdat ze seculier zijn, hoeven ze niet dicht bij een synagoge of andere joodse infrastructuur te wonen.’ Wat bijzonder was voor Amstelveen, was de band tussen de Nederlandse en nieuw gearriveerde, Duitse joden. ‘Die werkten daar echt samen, dat was toen niet gebruikelijk. Het was een veel inclusievere gemeenschap dan op andere plekken, waar je Nederlands moest zijn om bij de gemeenschap te mogen horen.’ Wat ook bijzonder is aan Amstelveen als Joodse gemeenschap, is de focus naast de religie ook nadrukkelijk op joodse cultuur. ‘Via kunst, cultuur, theater, educatie.’
Wie een boek schrijft waarin ook de Holocaust aan bod komt, loopt onbewust het risico vanuit een daderperspectief te gaan vertellen. Veel bronnen uit die tijd zijn ten slotte vanuit het daderperspectief. ‘Joden worden dan vaak gereduceerd tot objecten die gestuurd worden,’ legt Wallet uit. Hij pleit daarom voor een benadering vanuit het concept Jewish agency, ‘hoe joden zelf precies acteerden en reageerden op de discriminatie, uitsluiting, deportatie en genocide.’
In het kader hiervan beschrijft Wallet de zogenaamde moordroutes en routes van overleven van Amstelveense joden. Welke strategieën en manieren zijn er om te ontsnappen, hoe ontwikkelen die zich, welke stappen nemen ze. Deze routes lagen dicht bij elkaar: ‘Veel van de Amstelveense joden die uiteindelijk vermoord zijn, hebben vaak dezelfde routes tot overleven geprobeerd te bewandelen, maar werden het slachtoffer van verraad, waren net te laat met onderduiken of wilden dat wel, maar hadden de juiste connecties niet,’ schrijft Wallet.
Overleven
Zo’n overlevingsroute is het verhaal van Justus Heijmans, ‘ronduit spectaculair’. Direct na de capitulatie vertrekt Heijmans, in het bezit van een vliegbrevet, naar Schiphol. Alle vliegtuigen zijn al onklaar gemaakt, op eentje na. De commandant, die weet dat Heijmans joods is, biedt hem het vliegtuig aan en om 3 uur ’s nachts (zijn specialisme is nachtvliegen) vertrekt Heijmans naar Engeland, waar hij veilig aankomt.
Ondanks dat je zulke routes ook in de rest van het land had, ligt het percentage overlevers in Amstelveen op 56,6 procent (251 van de 448 mensen), terwijl het landelijke percentage op 29,6 procent ligt.
Dat komt door een paar factoren. Zo is dus de ligging van Amstelveen – vlakbij Schiphol, maar ook bij IJmuiden – een belangrijke factor, maar zeker ook de connecties met andere, niet-joodse Amstelveners. Wallet beschrijft het succesvolle onderduiken in Amstelveen, dat vaak mogelijk was omdat joodse inwoners binnen Amstelveen iemand kenden. Het hoge aantal gemengde huwelijken speelde ook een belangrijke rol bij het hogere overlevingspercentage.
Na de oorlog
Het boek stopt niet in 1945, maar vertelt juist ook hoe Amstelveen zich na de oorlogsjaren opwerkte tot een grote joodse gemeenschap. Net als in de jaren dertig is Amstelveen in de jaren vijftig en zestig een groeigemeente. Door de oorlog zijn zoveel joodse gemeenschappen verdwenen, dat wie toegang wil tot joodse voorzieningen, eigenlijk naar Amsterdam moet. ‘Voor veel mensen uit de provincie was dat een te grote stap,’ licht Wallet toe. ‘In Amstelveen was er wel toegang tot de joodse infrastructuur van Amsterdam, maar je woont niet in de grote stad.’
En zo groeit Amstelveen eigenlijk op dezelfde manier als voor de oorlog uit tot een volwaardige joodse gemeenschap: van onderaf, via cultuur, toneel, muziek, dans en educatie. Laagdrempelig en toegankelijk. Daarom wordt de synagoge in 1961 nadrukkelijk niet als synagoge ingewijd, maar als huis, waar religie en cultuur naast elkaar staan: ze zijn even belangrijk en iedereen kan daarin zelf zijn keuze maken.
Bart Wallet, Hoop en wanhoop | Joden in Amstelveen, 1930-1970 [https://wbooks.com/winkel/walburg-aup-boeken/hoop-en-wanhoop/?srsltid=AfmBOopSXY9NaBCVxfPmG0BQH6aWvpFTi-9ytaelal5LNBuZCNsenYr0]