Drieënhalf jaar geleden moest filmwetenschapper Lesia Kulchynska (41) haar leven in Kiev achterlaten toen de oorlog met Rusland uitbrak. Na omzwervingen doorheen half Europa heeft ze inmiddels een tijdelijke aanstelling aan de UvA, waar ze onderzoek doet naar de visuele aspecten van oorlog en geweld.
Het is 5 uur ’s nachts op 24 februari 2022 wanneer Lesia Kulchynska uit haar slaap wordt opgeschrikt door de eerste explosie. Nog half in slaap probeert ze zichzelf er in eerste instantie van te overtuigen dat het vast niets was, maar wanneer er meer knallen volgen pakt ze snel haar telefoon. Het nieuws checken. Vrienden bellen. Maar informatie blijft lange tijd uit. Sommige vrienden hebben de explosies ook gehoord, anderen niet. Er heerst vooral veel onrust en onduidelijkheid. ‘Toen mij uiteindelijk toch het nieuws bereikte dat de oorlog was begonnen, wist ik dat we meteen weg moesten.’
Kulchynska en haar man wachten die nacht tot hun dochter wakker wordt, en besluiten om direct te vertrekken. ‘We kozen ervoor zo min mogelijk mee te nemen, zodat we niet te zwaar belast waren. We hadden geen auto, dus het enige dat we meenamen was een kleine koffer, met daarin een paar documenten, wat eten uit de vriezer en de Frozen-jurk van onze dochter. We hadden geen enkel plan, maar moesten weg.’ Heel even overweegt ze in allerhaast de enorme tocht richting de grens te voet af te leggen, maar gelukkig blijkt op dat moment de bus naar een dorp aan de Roemeense grens nog te gaan. Zo arriveren Kulchynska en haar gezin 24 uur na de eerste explosie in Boekarest.
Curator
‘Natuurlijk herinner ik mij die periode nog maar al te goed’, vertelt ze, ogenschijnlijk vrij ontspannen, vanuit haar kantoor in het P.C. Hoofthuis. ‘Al een paar dagen voor de Russische inval zong er iets rond in het land, er hing spanning in de lucht. Er waren Russische tanks gezien aan de grens, maar toch geloofde ook een groot deel van de mensen dat er niets zou gebeuren.’
Kulchynska werkte op dat moment – naast haar rol als wetenschapper aan een Oekraïens onderzoeksinstituut – als curator voor het Pinchuk Art Centre in Kiev. ‘We hadden daar een Belgische hoofdcurator, die al een paar dagen voordat de Russen binnenvielen terug naar België was verkast. Dat was duidelijk een slecht voorteken, want hoewel onze overheid ons nog altijd voorhield dat er niets zou gebeuren, zagen ze dat in België blijkbaar anders.’
Boekarest
Eenmaal in Boekarest aangekomen, lijkt Kulchynska haar leven als kunsthistoricus en filmwetenschapper – het vakgebied waarop ze in 2011 promoveerde – achter zich te moeten laten. ‘We hadden echt geen flauw idee hoe de toekomst eruit zou komen te zien. Toen we ons huis verlieten was ik op de ergste scenario’s voorbereid. Ik kwam terecht in een soort tunnelvisie, zonder blik op de toekomst. We zaten in een vacuüm. Alles wat we hadden, hadden we achtergelaten.’
Roemenië gaat nooit echt als een veilig thuis voelen, merkt het gezin al snel. ‘Ik bleef bang dat de oorlog ook daar uit zou breken. We werden vaak midden in de nacht wakker van voorbijrijdende trams. Die maakten zo’n herrie, dat wij dachten dat we explosies hoorden.’
Toch besluit ze in Boekarest weer aan het werk te gaan. ‘Die eerste periode voelde alles irrelevant, ook al kon ik in Roemenië weer als curator aan de slag. Schrijven, werken, zelfs praten lijkt in oorlogstijd onzinnig. Alle woorden die ik in me had had voelde alsof ze er niet meer toe deden. Maar actief bezig zijn met verschillende projecten heeft daar echt tegen geholpen.’
Wetenschapper
Uiteindelijk lukt het Kulchynska ook haar werkzaamheden als wetenschapper nieuw leven in te blazen. Via omzwervingen door Finland en Italië – in dat laatste land kan ze tijdelijk terecht bij de Bibliotheca Hertziana, een kunsthistorisch onderzoeksinstituut in Rome – komt ze in september van 2024 terecht in Amsterdam. Het Nias (Netherlands Institute for Advanced Study), een onderzoeksinstituut dat via het Safe Haven Fellowship gevluchte internationale onderzoekers opvangt biedt, heeft plek voor haar.
Kulchynska werkt er een half jaar aan haar doorlopende onderzoek naar de productie en consumptie van beelden van de Russisch-Oekraïense oorlog, waarna ze in april van 2025 een tijdelijke betrekking aan de UvA als postdoc-onderzoeker krijgt aangeboden. ‘De positie die ik nu heb was in eerste instantie bedoeld voor zes maanden, maar is nu eenmalig verlengd. Door de tijdelijke aard van dit soort aanstellingen kom je in een gekke mindset terecht. Niets voelt helemaal echt. Je bent nu dan wel in een veilige omgeving, maar dat is eindig, en je weet niet wat er hierna komt.’
Verwerken
Om aan dat gevoel van tijdelijkheid te ontsnappen, heeft de Oekraïense één overkoepelend en bovenal stabiel project in haar werkzame leven geïntroduceerd. ‘Waar ik ook ben, ik werk overal aan mijn ene onderzoek, over de visuele aspecten van geweld.’ Al voor de oorlog was Kulchynska bijzonder geïnteresseerd in de hevige reacties die foto’s en afbeeldingen in mensen los kunnen maken. ‘Bepaalde beelden kunnen echt een gevoel van dreiging en onmacht oproepen. Dat heeft er in Oekraïne zelfs wel eens toe geleid dat een tentoonstelling die ik had gecureerd werd gecensureerd. Ik wil begrijpen waar die heftige reactie vandaan komt.’
‘Vooral toen ik tijdens mijn tijd in Rome merkte dat ik nu zélf degene ben die wordt geraakt door het zien van heftige beelden – namelijk die van de oorlog in Oekraïne – ben ik me nog meer in dit onderzoeksveld gaan verdiepen’, legt Kulchynska uit. ‘Wat ik met dit onderzoek, en het boek dat ik erover schrijf, probeer te laten zien, is hoe er een alternatieve werkelijkheid wordt gecreëerd door Rusland. In deze oorlog woedt een strijd waarin beide kanten proberen hun eigen versie van de werkelijkheid te verspreiden. Wanneer zij daar succesvol in zijn, kunnen die fictieve beelden uiteindelijk ook echt een rol in de realiteit gaan spelen, bijvoorbeeld doordat er nóg meer geweld mee op wordt geroepen.’
Dat haar onderzoeksonderwerp zo nadrukkelijk overlapt met haar eigen leven is volgens Kulchynska een manier om de aanhoudende ellende die ze meekrijgt uit Oekraïne te verwerken. ‘Dit onderzoek is mijn coping strategie. Ik ben nu wel in een veilig land, maar ik krijg nog steeds heel veel beelden van de oorlog te zien. Ik ben daar zelf natuurlijk niet, maar tegelijkertijd ook weer wel. Er komen zoveel door Rusland gefabriceerde beelden en nieuwsberichten voorbij, dat heeft veel impact op mij. Door aan mijn onderzoek te werken heb ik een kans dat allemaal te verwerken.’