Foto: Peter Kwint
wetenschap

Nederlandse jeugd niet bijster geïnteresseerd in democratie

Dirk Wolthekker,
8 november 2017 - 10:30

Nederlandse jongeren weten minder over democratie dan leeftijdsgenoten in vergelijkbare landen. Dat blijkt uit een internationaal onderwijskundig en pedagogisch onderzoek, waarvan het Nederlandse deel door de UvA en het Kohnstamm-Instituut is uitgevoerd.

In de studie International Civic and Citizenship Education Study (ICCS), waaraan ook UvA-collegevoorzitter Geert ten Dam heeft meegewerkt, is onderzoek gedaan naar burgerschap onder bijna drieduizend scholieren in de tweede klas van het voortgezet onderwijs op alle niveaus. Omdat het om een vergelijkende studie gaat zijn ook scholieren in ander landen ondervraagd. In totaal is het onderzoek verricht in 24 landen.

 

Uit het onderzoek blijkt dat de kennis van leerlingen over burgerschap en de democratische rechtsstaat gelijk is aan het internationale gemiddelde, maar lager dan dat van scholieren in landen die op Nederland lijken, zoals België (Vlaanderen) of Denemarken. Ook zijn de verschillen in kennis over burgerschap – gedefinieerd als de manier waarop mensen deel hebben en deelnemen aan de samenleving op politiek, sociaal, cultureel en economisch gebied – onder Nederlandse jongeren groter dan onder jongeren in veel andere landen. Zo heeft één op de drie leerlingen in Nederland veel burgerschapskennis en één op de drie leerlingen juist (heel) weinig burgerschapskennis. Net als in vergelijkbare landen beschikken meisjes over meer burgerschapskennis dan jongens.

Nederlandse jongeren hechten weinig belang aan verkiezingen en geven minder aan te gaan stemmen als ze stemrecht hebben

Weinig interesse in stemrecht

Nederlandse leerlingen blijken relatief minder betrokken bij de politiek dan leerlingen uit andere landen. Ook hechten de Nederlandse jongeren weinig belang aan verkiezingen. Zo zijn ze minder dan in andere landen van plan te gaan stemmen op het moment dat ze stemrecht hebben.

 

Zelfverzekerd en individualistisch, dat zijn de Nederlandse middelbare scholieren: meer dan in veel andere landen, vinden ze ‘het respecteren van het recht op een eigen mening’ het belangrijkste aspect van burgerschap. Opvallend is dat Nederlandse leerlingen gelijke rechten voor de verschillende etnische groepen in een land het minst ondersteunen. Over Europa zijn ze weer relatief positief.

Nederlandse leerlingen ondersteunen gelijke rechten voor verschillende etnische groepen het minst van alle jongeren

Scholen

Dat er zo weinig interesse is voor burgerschap komt misschien ook doordat Nederlandse scholen er relatief weinig aandacht aan schenken. Scholen mogen burgerschapsonderwijs zelf inrichten en doen op verschillende manieren. Een relatief laag percentage Nederlandse leraren voelt zich bekwaam om les te geven over verkiezingen of over de Grondwet. Ze leren hun leerlingen liever kritisch denken.

 

Migratieachtergrond

Tussen leerlingen uit gezinnen met lager en hoger opgeleide ouders bestaan grote verschillen in burgerschapscompetenties. Die verschillen zijn er bij kennis, maar ook bij steun voor gelijke rechten voor mannen en vrouwen, voor gelijke rechten van verschillende etnische groepen en voor Europese samenwerking. Ook de verschillen tussen vmbo-leerlingen en havo/vwo-leerlingen zijn groot.

 

Leerlingen met een migratieachtergrond hebben minder burgerschapskennis dan overige leerlingen, maar dat verschil is in Nederland kleiner dan in andere landen. Wel vinden leerlingen met een migratieachtergrond vaker dat etnische groepen gelijke rechten moeten hebben. In Nederland is ook de maatschappelijke participatie van leerlingen met en zonder migratieachtergrond gelijk, maar leerlingen met een migratieachtergrond hebben minder vertrouwen in maatschappelijke instituties en zijn minder van plan later te stemmen.

 

Vmbo blijft achter

Ook in 2009 werd een burgerschapsonderzoek gehouden. Vergeleken met acht jaar geleden zijn de opvattingen van Nederlandse scholieren over burgerschap weinig veranderd, zo blijkt, al groeit de kennis over burgerschap wel. In Nederland geldt dit echter alleen voor havo- en vwo-leerlingen; het vmbo blijft achter.