Foto: Andi Roth (Pixabay)
opinie

Miero | Aechmea

Moo Miero,
14 november 2017 - 09:07

We lopen elkaar tegen het lijf voor het A-gebouw. Hij is er niet knapper op geworden, maar ook niet lelijker. Zijn haar zit nog hetzelfde als het acht jaar geleden zat en zijn broek hangt nog steeds onder zijn kont, alsof hij niet door heeft dat de tijden zijn veranderd. Alsof hij helemaal niet veranderd is.

Toen we elkaar net kenden konden we uren in de auto zitten en over het water uitkijken, pratend over hoe we het systeem zouden omzeilen en hoe we van leven een sport zouden maken. Thuis luisterden we naar ‘Ah Yeah’ van Robert Glasper Experiment en Musiq Soulchild (I think beauty’s overrated / ‘cause that’s something anyone can be / attraction now that’s something different / and thankfully you’re both to me) en keken gefascineerd naar mijn aechmeaplant, die in bloei stond en daarna langzaam afstierf – om nooit meer opnieuw te bloeien, maar daarmee wel zorgde voor vier nieuwe, aan zijn kern verbonden, scheuten.

Het was een connectie van twee zielen, die als lego­steentjes in elkaar klikten

Het duurde maanden voordat het verder ging dan praten – en als je je afvraagt wat dat ertoe doet, dan zeg ik je dat dat er alles toe doet in een tijd waarin één keer swipen gelijkstaat aan seks. Het was een connectie van twee zielen, die als lego­steentjes in elkaar klikten.

 

‘Je bent niets veranderd,’ zegt hij tegen me, nadat we een tijdje met elkaar gepraat hebben. ‘Ik ben alles veranderd,’ zeg ik dan, wijzend naar mijn kapsel. Hij lacht. ‘Wat doe je tegenwoordig?’ vraagt hij. We hebben jaren geleden besloten dat een relatie een samenwerking is en dat we nog te jong waren om niet egoïstisch te zijn.

 

Ik wil hem vertellen over de foto­shoots die ik heb gedaan, over de missverkiezing waar ik aan meedeed, over alle dingen waar mensen normaal naar vragen als ze onder de indruk van je willen zijn.

 

Maar terwijl ik naar hem kijk hoor ik Musiq weer zingen en weet ik dat als de legosteentjes nog niet vervormd zijn, hij eigenlijk helemaal geen interesse heeft in de feestelijke verpakking en de doos, maar in waar het pakje mee gevuld is; de inhoud van het karton dat na een tijd verkreukeld bij het oud papier zal liggen. ‘Ik probeer van leven een sport te maken en te bloeien als een aechmea. Als ik uiteindelijk uitgebloeid ben, hoop ik dat mijn kern zich ontplooid en ontwikkeld heeft. En daarom ben ik vandaag hier.’