Foto: office (cc, via Panoramio)
opinie

Aynan | Jij daar

Asis Aynan,
16 mei 2017 - 08:57

Op de dag van de Dodenherdenking nam ik de trein. Mijn achteroom was in het diepst van de nacht heengegaan – de dood had hem veel te vroeg gehaald.

Ik was op weg naar het gebedshuis in Schalkwijk, een Haarlemse wijk.

 

Op de basisschool leerden wij dat het spoor tussen Amsterdam en Haarlem de eerste treinrails van Nederland waren. Dat verhaal is moeilijk te geloven, omdat ons ook het verzinsel werd bijgebracht dat de boekdrukkunst door ene Laurens Janszoon Coster was uitgevonden, maar die man heeft nooit bestaan. Het is daarom niet verwonderlijk dat Haarlem de bakermat is van verhalenbedenkers als Jan Kal en Harry Mulisch. 

Mijn oom werd in het vliegtuig naar Marokko gevlogen en in zijn geboortedorp begraven, alsof hij nooit in Nederland had geleefd

Na de treinreis stapte ik over op de bus. Ik bedacht mij dat het exact twaalf jaar geleden was dat ik bij een moskeedienst was, ook een dodengebed. Dat van mijn vader. 

 

In de moskee baden we eerst het middaggebed voordat de afscheidsrite begon. Ik drukte mijn voorhoofd tegen het tapijt. Het rook naar nieuw. 

 

Na het middaggebed werd de baar met de kist daarop binnengereden. Het was een kist zonder opsmuk, net zo eenvoudig als mijn oom. Hij had twee banen en werkte van de morgen tot de avond als schoonmaker. 

 

De nerveuze imam wijdde een aantal aardige woorden aan mijn vrome oom. Ook waarschuwde hij de toehoorders dat de dood op iedereen wachtte en godsgeloof onze enige toevlucht is. Ik keek naar de sierlijke muren met labyrintpatroon en verdween in de kunst van gips om niet naar de verwijten van de voorganger te luisteren. 

 

Terug in Amsterdam ging ik naar een bundelpresentatie met de titel ik hier jij daar, het moment waarin ik leefde kon niet beter samengevat worden. 

 

De volgende dag werd mijn oom in het vliegtuig naar Marokko gevlogen en in zijn geboortedorp begraven, alsof hij nooit in Nederland had geleefd en het allemaal verzonnen was.