Foto: Jan Rinke
opinie

Op z'n Duits | Een beetje gestolen

Linda Duits,
24 februari 2017 - 07:25

Je kunt niet een beetje zwanger zijn, zei mijn moeder altijd. Je bent het of je bent het niet. Hetzelfde geldt voor diefstal. Je ontvreemdt iets, of niet. Je kan wel iets kleins stelen: een appel gappen vind ik minder erg dan een fiets jatten, maar het is alle twee stelen. Plagiaat is een vorm van diefstal. Wat daar geldt moet ook opgaan voor het woordelijk overnemen van (passages uit) het werk van een ander.

Dit najaar betrapte ik een student op plagiaat. Correctie, ik hoor dit te formuleren als: dit jaar constateerde ik dat het paper van een student opvallende gelijknissen vertoonde met het paper van een student van het jaar ervoor. Het ging om enkele passages uit het theoretisch kader en de conclusie. Een paar zinnen waren letterlijk hetzelfde (waaronder één met dezelfde taalfout), in andere gevallen koos de student net andere woorden. In de conclusie was dit het meest frappant: de laatste alinea begon de student met een reflectie op hoe boeiend hij had het gevonden om dit onderzoek te doen. Dat heb ik in mijn hele onderwijscarrière maar een keer eerder gelezen. Precies, in het paper van die student van vorig jaar: het onderzoek had haar zeer geboeid.

 

Dit is een verdenking van plagiaat. Als docent maak je dan proces-verbaal op en het is vervolgens aan de examencommissie om te oordelen, net zoals de politie bewijsmateriaal verzamelt en de rechter vonnist. De examencommissie sprak met mij en – apart – met de student. De student gaf toe dat hij het paper van de andere student inderdaad had gelezen, maar, zo hield hij vol, dat was slechts ter inspiratie. Hij had geen kwade bedoelingen gehad.

Dus kreeg de student een 7.0 voor een paper met gestolen waar. Diefstal loont

Een paar weken later kwam de uitspraak. Er was, zo stond dikgedrukt in de mail, geen sprake van plagiaat. Daar stond ook een toelichting bij: de examencommissie had geconstateerd “dat het om slechts enkele tekstfragmenten gaat, die niet te maken hebben met de werkelijke inhoud van het paper”. Mijn klomp brak.

 

Hoe kan het letterlijk overnemen van zinnen en het parafraseren van het werk van een ander zonder bronvermelding niet gezien worden als plagiaat? Ik heb nog nooit een definitie van plagiaat gezien waarin dat niet de kern was. En waarom zouden het theoretisch kader en de conclusie geen onderdeel zijn van de ‘werkelijke inhoud’?

 

De examencommissie antwoordde me dat ze eigenlijk ook wel vonden dat er sprake was van plagiaat, maar dat ze het verhaal van de student aannemelijk achtten. Bovendien zaten ze met een minimale strafmaat die ze te hoog vonden voor dit vergrijp, namelijk het ongeldig verklaren van het paper.

 

Je kunt niet een beetje plagiaat plegen. Het is plagiaat, of het is geen plagiaat. Het kan wel klein (een paar zinnen) of groot (driekwart van een paper) zijn, maar Pietje dient in ieder geval schuldig bevonden te worden aan plagiaat. Een veroordeling kan ook gepaard gaan met een lage straf. 

 

Omdat er volgens het vonnis geen sprake was van plagiaat werd mij verzocht het paper alsnog te beoordelen. Mijn wetenschappelijke integriteit stond dat niet toe. Geen probleem, iemand anders liet zich daar niet door hinderen. En dus kreeg de student een 7.0 voor een paper met gestolen waar. Diefstal loont.

 

Examencommissies van verschillende opleidingen en universiteiten kennen allemaal eigen werkwijzen en straffen. Bij UvA Politicologie is de minimale straf voor plagiaat bijvoorbeeld een opdracht waarin de veroordeelde op de juiste plek referenties moet plaatsen. Een perfect educatieve maatregel, gepast voor het gappen van appels. Als we iets willen overhouden van het vertrouwen in wetenschap, lijkt het me verstandig als er een nationaal wetboek van plagiaat komt – opdat de Pietjes van de toekomst hier nooit meer mee wegkomen.

 

Pietje is niet de echte naam van de student

Lees meer over