Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
2014 was voor de UvA ook het jaar waarin hoogleraar sociale psychologie - ja, nog één! - Jens Förster onderuit ging. Net toen hij op het punt stond te vertrekken naar de Ruhr-Universität Bochum, alwaar een beurs van 5 miljoen euro op hem wachtte, adviseerde het Landelijk Orgaan Wetenschappelijk Integriteit de UvA in ieder geval één van zijn onderzoeksartikelen terug te trekken. In oktober maakte de universiteit bekend op aandringen van Försters mede-auteurs al het werk dat de psycholoog tussen 2007 en 2014 bij de UvA deed te onderzoeken op fraude, zo meldt NRC. In juni vertrok de beste man bij de UvA en sindsdien is er afgezien van een interview in Psychologie Heute (pag 40) niet meer van hem vernomen.

Complicerende factor bij het beoordelen van het werk van Förster is het feit dat hij geen ruwe data kan aanleveren die zijn gepubliceerde bevindingen onderbouwen. Een verhuizing, nieuwe computer, u kent het wel, aldus Förster in een verweerschrift op de site Retraction Watch.

De afdeling Psychologie trekt lering uit het Förster-verhaal. Vanaf 1 januari zijn alle UvA-psychologen verplicht hun ruwe data binnen een maand na publicatie op te slaan op de

Han van der Maas Han van der Maas

toepasselijk naamgegeven Big Brother Server. Mede-initiatiefnemer en hoofd van de programmagroep Psychologische Methodenleer, Han van der Maas, vindt het een goede ontwikkeling. 'Dit helpt fraude voorkomen. Als je weet dat jouw onderzoek door anderen gecontroleerd kan worden, zonder dat je noodzakelijkerwijs zelf eerst de ruwe data overhandigt, ben je voorzichtiger in het kiezen en uitvoeren van de analyse. Daarnaast maakt de gestandaardiseerde opslag het eenvoudiger onderzoek in te stellen bij vermoedens van fraude.'

Dat blijkt ook uit onderzoek waar psychologe Marjan Bakker dit jaar op promoveerde. Wetenschappers die hun onderzoeksgegevens delen maken minder - al dan niet opzettelijke - fouten bij de analyse van hun onderzoeksgegevens, ontdekte zij.

Maar Van der Maas ziet ook andere voordelen. Dataverzameling kost veel tijd en geld en dus is het goed als gegevens beschikbaar zijn voor andere onderzoekers. De drempel daartoe is lager als het protocol wetenschappers dwingt hun gegevens overzichtelijk te documenteren. 'Het publiek beschikbaar stellen van data is niet verplicht, maar moedigen we wel aan. Dat zorgt ervoor dat men bevindingen opnieuw kan toetsen met nieuw-ontwikkelde statistische methoden en dat men geheel nieuwe inzichten kan verwerven door nieuwe onderzoeksvragen op dezelfde gegevens te testen. Daar heeft de oorspronkelijke auteur ook baat bij, want het zorgt ervoor dat zijn werk vaker wordt geciteerd door collega's en dus onder de aandacht blijft.'

Dat kost wel wat extra werk, erkent ook Van der Maas. Vooral voor psychologen die nu publiceren over onderzoek dat ze al een paar jaar geleden hebben uitgevoerd. 'Dat zal best even slikken zijn, zeker de eerste keer. Maar het zal steeds gemakkelijker gaan, bij nieuw onderzoek kunnen we van meet af aan rekening houden met de opslag-eisen.'

UvA-breed wordt ook gewerkt aan het faciliteren van data-opslag, maar dat heeft nog niet geresulteerd in een universiteitsbreed protocol.

Al met al denkt Van der Maas dat de wetenschap op de goede weg is na alle ophef over publicatiedruk en perverse prikkels. 'Wetenschap is een log, internationaal gevaarte, waar niemand controle over heeft, we zijn er dus nog lang niet, maar ik denk wel dat we stappen in de juiste richting hebben gezet.' Naast het initiatief voor data-opslag van de UvA-psychologen, is er een nieuw framework waarin samenwerkende wetenschappers hun data gemakkelijk delen.  En ook wetenschapstijdschriften zetten stappen: ze zijn eerder bereid replicatie-onderzoek te publiceren, waardoor het aantrekkelijker wordt bevindingen van collega's nog eens tegen het licht te houden. En vakblad PLoS One publiceert alleen nog maar artikelen waarvan de ruwe data vrij beschikbaar zijn. Ten slotte kwam de Vereniging Nederlandse Universiteiten met het nieuwe Standaard Evaluatie Protocol, de lat waar onderzoeksafdelingen eens in de vijf jaar langs worden gelegd om hun functioneren te beoordelen. Daarin ligt de nadruk minder dan in voorgaande jaren op het produceren van zo veel mogelijk publicaties en meer op kwaliteit en op onderwijs en maatschappelijk nut.

Juist omdat niet één persoon, overheid of organisatie controle heeft over het wetenschappelijk systeem, vindt van der Maas het hoopvol dat het systeem op veel verschillende niveaus verandert. 'We hebben de weg omhoog gevonden, in dat opzicht is 2014 een heel goed jaar geweest voor wetenschappelijke integriteit, ondanks de fraudezaken. Ik ben optimistisch over de toekomst.'