Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
De wekelijkse doorgeefvraag: een wetenschapper stelt een vraag aan een collega uit een ander vakgebied. Joyce Goggin vraagt Rachel Esner (universitair docent kunstgeschiedenis aan de UvA): Er wordt steeds meer gesproken over creatieve industrie en het rendabel maken van cultuur. Wat is de toekomst van het museum en de rol van de kunstenaar?

'Ik denk dat cultuur in overgangsfase zit. Lang werd geloofd dat kunst rendabel gemaakt kon worden. Dat is deels waar, als je kijkt naar de uitbreiding van musea en de enorme toeloop als er een blockbuster op het programma staat. Maar ook een tegenbeweging is op gang gekomen: instituties zoeken steeds vaker alternatieven voor schaalvergroting en veranderen hun instellingen van tentoonstellingsmachines in ontmoetingsplekken. En jonge curatoren stichten kleine initiatieven die langzaam aan invloed winnen. Ook hedendaagse kunstenaars zoeken wegen om de macht van de markt te ontlopen.

Dit soort initiatieven hebben naar mijn mening kans van slagen, hoewel men altijd op zijn hoede moet zijn voor de kracht van het kapitalisme. Er zal altijd een (klein) publiek zijn voor dit soort activiteiten. In eerste instantie op het symbolische vlak, maar later kan dit ook tot economisch succes leiden. Dat was in de late negentiende eeuw ook zo. En kijk waar de avant-garde van toen, nu staat: de grootste blockbusterkunstenaars van nu zijn diegenen die in hun eigen tijd verguisd werden en kunst alleen voor een kleine elite produceerden.

Ik zie de toekomst voor de musea en de beeldende kunst dus niet zo somber in: misschien staan we zelfs kort voor een nieuwe revolutie. In momenten van crises waren kunstenaars vaker in staat de wereld te veranderen.'

Rachel Esner vraagt Jan Don (universitair docent Nederlandse taalkunde aan de UvA): Er is veel discussie geweest over het nut van geesteswetenschappen voor de samenleving. Welke visie moeten geesteswetenschappers uitdragen, en hoe kan deze kwestie breder besproken worden?