Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
De wekelijkse doorgeefvraag: een wetenschapper stelt een vraag aan een collega uit een ander vakgebied. Lonneke Stevens vraagt Jan Teurlings (Geesteswetenschappen UvA, Capaciteitsgroep Media & Cultuur): Het tv-aanbod wordt overspoeld met reality shows waarin gewone mensen gewone dingen doen; bakken, koken of bloembinden. Vaak in een soort competitieverband. Waarom willen mensen dit zien?



Jan Teurlings Jan Teurlings

'Als je het succes van reality tv wil begrijpen, dan is het cruciaal dat je in termen van aanbod denkt, eerder dan de vraag. Reality programmering als Heel Holland Bakt en Hollands Beste Bloemstylist is eenvoudigweg goedkope tv, want dergelijke shows maken gebruik van gratis deelnemers, hebben geen dure studiodecors of sterren, en relatief weinig ontwikkelkosten.



Ter illustratie: Heel Holland Bakt is gebaseerd op The Great British Bake Off, wiens concept en productietechnieken zichzelf al bewezen hebben. In het huidige Nederlandse televisielandschap, met veel commerciële zenders voor een relatief kleine bevolking en een publieke omroep die vanuit de politiek tot besparingen gedwongen werd, kan het belang van dergelijke goedkope producties niet onderschat worden. Een simpel antwoord is: de mensen bekijken deze programma's omdat ze hen aangeboden worden.


Dit alles neemt niet weg dat deze programma's een aantal elementen bevatten die hun succes al bewezen hebben. Reality heeft het altijd al moeten hebben van het tonen van een wereld die we normaal niet te zien krijgen (De Luchthaven, Pop Idol of The X-Factor), en deze recente series beloven ons een blik achter de schermen, en hoe dingen gemaakt worden.


Het competitieve aspect mag ook niet onderschat worden, want het nodigt de kijker uit om een favoriete kandidaat te kiezen en die - of een haatobject, dat -  wekenlang te volgen. Diezelfde competitie heeft als bijkomend voordeel dat bij deelnemers de emoties hoog oplopen, en afgunst en nijd maar ook vreugde en blijheid naar boven komen - allemaal sterke emoties die het ogenschijnlijk saaie onderwerp aanzienlijk interessanter maken dan je op het eerste zicht zou verwachten.'


Teurlings vraagt aan Ewald Engelen (hoogleraar financiële geografie UvA): Sinds de credit crunch van 2008 horen we geregeld over quantitative easing. Indien ik het goed begrijp houdt dat in dat de centrale bank waardepapieren opkoopt, door zelf geld 'te drukken'. Dit zou echter in principe tot inflatie moeten leiden (aangezien er meer geld in omloop wordt gebracht). Maar in Europa zien we net het spook van de deflatie opduiken. Hoe kan dit?


Deze rubriek verschijnt ook in de wetenschapsbijlage van Het Parool.