Sociologen van de UvA en de New York University vergeleken Amsterdam en New York als migrantensteden. Amerikanen hebben vooral meer geduld met integratie, zegt hoogleraar Jan Rath.

Jan Rath Jan Rath

Zowel Amsterdam als New York staat van oudsher bekend als een magneet voor migranten. In een vorige week gepresenteerde bundel leggen sociologen van de Universiteit van Amsterdam en de New York University de twee migrantensteden naast elkaar en stellen ze de vraag: wat kunnen Amsterdam en New York van elkaar leren? Mede-initiatiefnemer en hoogleraar sociologie Jan Rath vertelt.

Het kleine Amsterdam en het reusachtige New York, kun je die wel met elkaar vergelijken?
‘De verschillen zijn op het eerste gezicht inderdaad enorm. De schaal, de sociaaleconomische contrasten en de rol van de staat, dat is in New York allemaal volstrekt anders. Toch leek het ons interessant de twee eens naast elkaar te leggen. Door te vergelijken vallen dingen op die je anders niet zou zien. Een voorbeeld is de economische positie van migranten. In New York zijn de drempels tot de arbeidsmarkt voor nieuwkomers veel lager. Het is daar veel eenvoudiger een eigen onderneming op te zetten of in een laagbetaalde baan te starten. Hier gaat dat veel moeizamer. Maar dat het niet vanzelfsprekend is dat nieuwkomers een slechte positie innemen, toont het New Yorkse voorbeeld aan.’

Is de houding ten opzichte van migratie in beide steden vergelijkbaar?
‘New York ziet zichzelf heel sterk en trots als een migratiestad. Hoewel Amsterdam dat van oudsher ook was, viel de migratiestroom in de eerste helft van de twintigste eeuw stil. Daardoor werd de komst van migranten hier steeds sterker gezien als iets wat tegen de vertrouwde, gewenste situatie inging. Dat leeft nog steeds. Maar de scheidslijn tussen "eigen" en "vreemd" is hier ook allang niet meer te trekken. Een voorbeeld zie je bij eten. Restaurants in Amsterdam zijn hoofdzakelijk Chinees, Turks, Italiaans en maar zelden "Nederlands". Dat zit al zo in de stad ingebakken dat je het niet eens meer ziet. Je kunt niet meer zeggen: dit hoort bij Amsterdam en dit niet.’

Is migratie in New York überhaupt nog een thema?
‘Ja, want het gaat natuurlijk niet met alle migranten goed. En nog steeds heeft New York een continue instroom van nieuwkomers, dus het blijft interessant om die te volgen. Zeker omdat migratie ook creatieve impulsen geeft. Een stad gedijt bij het feit dat er mensen van buiten naartoe komen. Als New York de competitie met andere grote steden wil winnen, is het belangrijk talent te blijven aantrekken.’

Is Amsterdam voor New York ook interessant?
‘In bepaalde opzichten wel. De overheid bemoeit zich hier in Nederland veel meer met integratie. Dat is niet altijd effectief, maar het Nederlandse voorbeeld laat wel zien hoe je met beleid de scherpste contrasten wat kunt verzachten.’

‘We hebben in het onderzoek ook de rol die "ras" in de Amerikaanse samenleving speelt vergeleken met de positie van de islam in Nederland. Bij ons is kleur niet zo'n cruciale kwestie: wij maken eerder het onderscheid op het gebied van levensstijl. Als je je maar gedraagt volgens de burgerlijke norm, dan hoor je erbij. Dat was voor Amerikanen wel verfrissend, dat het niet vanzelfsprekend is dat kleur zo'n relevant onderscheidingscriterium is.’

Wat is het belangrijkste dat we van New York kunnen leren?
‘Vooral de relaxtheid waarmee naar migranten wordt gekeken, bijvoorbeeld als ze in één wijk bij elkaar willen wonen. Laat ze lekker, denken ze daar dan. Hier wordt meteen geroepen dat de integratie dan mislukt is. Het idee dat je geen verschil mag zien, leeft hier sterk. Het is een beetje als in Sesamstraat: alle mensen wonen vrolijk naast elkaar en culturele achtergrond is verworden tot een soort folklore. Maar feit is dat integratie gewoon lang duurt en traag verloopt. In Amerika is men daarin geduldiger. Geef mensen de ruimte en zorg dat ze op eigen benen kunnen staan.’

Dit artikel verscheen eerder in Het Parool.