wetenschap

Diederik Stapel preekt: 'Ik geloof in geloven'

Bob van Toor,
11 november 2013 - 12:14
Diederik Stapel zit met zijn armen over elkaar naast de kansel. Hij kijkt strak de volle kerk in. Wat gespannen kijken studenten, journalisten en gedegen, grijze vaste bezoekers van de Doopsgezinde kerk terug. Een groep daklozen, die de liturgie verzorgt, zoekt rumoerig een plek.

Waar het bij de eerdere serie Preek van de Leek draaide om een min of meer seculiere preek van sprekers als Eberhard van der Laan en Lodewijk Asscher, wil de Preek van de Loser de ‘mislukkelingen’ van de samenleving een podium bieden. Organisator Suzan Doodeman (27, literatuurwetenschap, UvA en religiestudies, VU)) vertelt dat de uitnodiging van Stapel veel kritiek opleverde. ‘Belachelijk, schreven mensen. In Trouw, nota bene.’ Juist christelijke groepen verdedigden de keuze.

Narcistisch
Iemand die Stapel geen inkomsten gunde zette Ontsporing, over zijn wetenschapsfraude, in 2012 integraal op internet. Wie mans genoeg was om toe te geven dat hij het had gelezen kraakte het boek doorgaans af als misselijkmakend narcistisch. ‘We hebben lang nagedacht hoe we het zouden aanpakken,’ zegt Doodeman. ‘Uiteindelijk besloten we de roze olifant in de kamer vooral te benoemen’.

Die eer krijgt studentenpastor Jessa van der Vaart: ‘Waarom in Godsnaam iemand op de kansel die heeft gefaald?’ zegt ze in haar welkomstwoord. ‘Wat kan zo iemand ons te vertellen hebben? Als wij hem monddood maken, ontnemen we ons de kans om naar onszelf te kijken. Want wie kan zeggen dat hij nog nooit heeft gelogen?’

Als haar woorden ons niet onze snelle oordelen laten inslikken, doen de volgende sprekers en zangers het wel. De Kantlijn, een schrijfgroep voor dak- en thuislozen, draagt onbevangen gedichten voor; in plaats van psalmen zingt daklozenkoor de Straatklinkers gospels en drinkliederen. Het is rommelig, en de kerk lacht en zingt mee – ook Stapel murmelt mee over de geweldige genade, that saved a wretch like me.

Hun soms clowneske aanwezigheid geeft ook een eendrachtige plechtigheid aan de dienst, die daardoor geen academisch yuppen-uitje wordt. Als Stapel begint te spreken zien we hem niet slechts als een ex-hoogleraar op een schnabbel. Hij leest over Jezus in het badhuis van Bethesda, waar in zijn versie naast ‘misvormden en jammerlijk mislukten’ ook ‘verliefden en bijna-winnaars’ op verlossing wachten.

Circusact
‘Ik geloof niet in God’, zegt Stapel, ‘niet in iets, of niets, of in de kracht van het nu. Ik geloof in geloven: het wrakhout dat we allemaal vastpakken in de koude zee van het realisme. Dat heb ik geleerd, de afgelopen twee jaar’. Hij is vandaag de circusact, geeft hij toe, en het is moeilijk voor hem om belerend te preken.

Jezus (‘misschien wel de beste metafoor ooit’), spreekt een zieke in het badhuis aan. ‘Door hem aandacht te geven, verandert Jezus hem van een karikatuur in een mens. Dat is het wonder.’ Mijn buurvrouw, promovenda, knikt. In de wetenschap zijn er weinig die je opvangen, en veel die je graag zien vallen, zegt ze later.

Na afloop zingt Thomas Maarten van der Zwan het lied John Wayne Gacy Jr. van Sufjan Stevens. Over de beruchte seriemoordenaar – een verzoek van Stapel. We krijgen brood en wijn. Stapel staat op de kansel na te praten met een vrouw, die zijn hand vastpakt. Op een tafeltje bij de uitgang liggen stapels exemplaren van Ontsporing, voor 18,90 euro per stuk.
Lees meer over