Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Honderdvijftig jaar geleden werd Tobias Asser, de enige Nederlandse Nobelprijswinnaar voor de Vrede, hoogleraar aan de UvA. Reden voor een feestelijke lezing, vond de universiteit.

Iedere rechtenstudent kent Tobias Asser, maar weinigen weten dat hij begonnen is aan de voorloper van Universiteit van Amsterdam, het Athenaeum Illustre. Honderdvijftig jaar geleden hield de destijds 24-jarige Asser zijn inaugurele rede in de Agnietenkapel. Op dezelfde plek werd hij zaterdag geëerd door de universiteit in het bijzijn van zijn twee achterkleinzoons.

Het initiatief kwam van hoogleraar Ernst Hirsch Ballin, een Tobias Asser-fan. Als hij over de Nobelprijswinnaar spreekt, glimmen zijn ogen. ‘De man had zo goed door wat er speelde in zijn tijd. Hij snapte dat vrede en vrijheid te vinden is zijn in een vrije publieke ruimte waar mensen zich met elkaar kunnen verbinden in plaats van dat mensen vastgesnoerd zijn in hun eigen gemeenschap.’

Internationale betrekkingen
De oud-minister van Justitie, nu hoogleraar mensenrechten aan de UvA, vertaalde voor de gelegenheid de inaugurele rede in het Engels en schreef er een essay bij. Daarin betuigt hij dat het werk van Asser onlosmakelijk verbonden is met zijn Joodse achtergrond. ‘Asser is een zoon van de Joodse emancipatie en de vader van de internationale betrekkingen.’

Asser werd in 1838 geboren, als telg uit een rijk Joods milieu. Zijn voorouders woonden al twee eeuwen in Amsterdam. Zijn familie had zich al voor zijn geboorte ontworsteld aan de gesloten Joodse gemeenschap. Zijn vader en grootvader waren getrouwd met rijke Berlijnse joden waardoor de familie een zeker mate van onafhankelijkheid had van de Joodse gemeenschap en bovendien een internationale inslag had. Maar met gelijke rechten waren ze nog lang niet opgenomen in de Nederlandse samenleving.

Onwelkome joden
De positie van de families als die van Asser in de samenleving moet een balansoefening geweest zijn, aldus Hirsch Ballin. ‘Door zich aan te passen aan een levensstijl die zo anders was dan de Joodse tradities werd een afstand gecreëerd tot hun orthodoxe rabbi’s, maar de samenleving waar ze zich op aangepast hadden bleef hen als onwelkome joden zien.’

In Assers geval leidde dat in 1880 tot een inschrijving in de gereformeerde kerk, destijds de kerk van de Nederlandse elite. Want zonder dat hij zich tot protestant liet dopen, was toetreden tot de raad van bestuur van de Centrale Bank onmogelijk.

De belangstelling van Hirsch Ballin, zelf kind van een Joodse vader en katholieke moeder, is niet alleen wetenschappelijk. De familie Hirsch Ballin, van oorsprong Duitse joden, heeft hetzelfde emancipatiespoor gevolgd als de Assers en waarschijnlijk voor dezelfde dilemma’s gestaan om deel uit te maken van de samenleving.

Achterkleinzoon
Hoewel Asser altijd geassocieerd wordt met Den Haag en zijn werk op het gebied van internationaal recht en vrede was Asser een Amsterdammer in hart en nieren. ‘Hij was dol op Amsterdam,’ zegt zijn achterkleinzoon Daan Asser. ‘Als het had gekund, was hij in Amsterdam blijven wonen, maar zijn werk riep hem naar Den Haag, daar lagen voor hem grote kansen. In die tijd kon je niet op en neer. In Amsterdam kende hij iedereen, daar lagen zijn wortels.’

Hirsch Ballin in zijn rede: ‘Asser voelde zich thuis. Toen hij afscheid nam van de Universiteit van Amsterdam uitte hij nogmaals zijn speciale gevoelens voor de stad die zijn visie op het recht en maatschappij belichaamde.’

Ruim honderd jaar na Asser heeft de EU de prestigieuze vredesprijs gekregen. ‘Hij had het prachtig gevonden,’ aldus zijn achterkleinzoon. ‘Wat je ook zegt over de EU, ze hebben in ieder geval de vrede gehandhaafd. De grote hoeveelheid wetgeving die de EU heeft gemaakt beschermt ons tegen oorlog, maar ook tegen onszelf. Mijn overgrootvader was de prijs zeker gaan ophalen, maar het is natuurlijk wel een vertoning dat ze uitgerekend om wie er naar Oslo gaat ruzie maken.’
Lees meer over