Foto: Directie Voorlichting (cc, via Flickr)
wetenschap

Achterstand vroeggeboren kinderen ook op vijfjarige leeftijd nog zichtbaar

Laura ter Steege,
4 juni 2019 - 13:27

Promovendus Sarit van Veen onderzocht de ontwikkeling van ernstig te vroeg geboren kinderen op de vroege schoolleeftijd. Zij zag dat deze kinderen vaak meer moeite hebben met rekenen en slechter presteren op IQ-testen dan leeftijdsgenoten. Ook laat zij zien dat het belangrijk is om rekening te houden met de thuistalen van deze kinderen bij het interpreteren van testuitslagen. ‘Leerkrachten kunnen denken dat deze kinderen erg achterlopen, terwijl dat in hun moedertaal niet het geval is.’

Kinderen die worden geboren na een zwangerschapsduur van minder dan dertig weken overleven deze vroegtijdige bevallingen steeds vaker. Er was al bekend dat deze kinderen op zeer jonge leeftijd een achterstand hebben ten opzichte van hun leeftijdsgenoten. Van Veen: ‘Je kunt van een kind dat drie maanden in een couveuse heeft gelegen niet verwachten dat hij zich na vier maanden al kan omrollen. Terwijl kinderen die na veertig weken worden geboren dat na vier maanden vaak wel kunnen.’ Van Veen onderzocht of er ook op de vroege schoolleeftijd nog een achterstand zichtbaar is. Hiervoor nam zij bij kinderen van twee, vijf en acht jaar oud verschillende testen af om het IQ en reken- en taalvaardigheid van deze kinderen te bepalen.

‘Het leren van twee talen is wellicht een overvraging voor deze kinderen die vaak al een kwetsbare cognitieve- en taalontwikkeling hebben’

Slechter in voorspellende vaardigheden voor rekenen

In haar onderzoek presteerden ernstig te vroeg geboren kinderen slechter op de Cito-toets Rekenen voor kleuters vergeleken met vijfjarige leeftijdsgenoten. In deze test wordt onder andere gemeten of kinderen in staat zijn om verschillende groottes van elkaar te onderscheiden, en hoe goed ze kunnen tellen. Dit zijn belangrijke vaardigheden die je nodig hebt om later echt te leren rekenen. Van Veen: ‘In dit onderzoek hebben we aangetoond dat ernstig te vroeg geboren kinderen visuele informatie minder goed kunnen verwerken, wat van invloed is op hun rekenvaardigheden.’

 

Het is volgens Van Veen lastig om die visuele vaardigheden echt te trainen. Wel zou het kunnen helpen om ouders en leerkrachten strategieën aan te leren om kinderen te ondersteunen bij visuele opdrachten. ‘Als je een blad vol met opdrachten hebt, kun je bijvoorbeeld overbodige informatie afdekken.’ Op deze manier zullen kinderen zich beter op de opdracht kunnen richten.

Foto: Privéarchief
Sarit van Veen met haar proefschrift

Meertalige opvoeding

Ook onderzocht Van Veen wat het effect van een meertalige opvoeding is op de cognitieve ontwikkeling van ernstig te vroeg geboren kinderen. Hierbij zag ze dat meertalige kinderen vaak slechter presteerden op de IQ-testen ten opzichte van kinderen die Nederlandstalig worden opgevoed. ‘Bij niet te vroeg geboren kinderen wordt er vaak juist gedacht dat een meertalige opvoeding voordelig is voor de cognitieve ontwikkeling, ook al geven onderzoeken hiernaar wisselende resultaten. Voor ernstig te vroeg geboren kinderen ligt dit mogelijk anders. Het leren van twee talen is wellicht een overvraging voor deze kinderen die vaak al een kwetsbare cognitieve- en taalontwikkeling hebben. Dit is bijvoorbeeld te zien aan het feit dat 61 procent van de ernstig te vroeg geboren kinderen in mijn onderzoek op vijfjarige leeftijd extra ondersteuning krijgt op school en/of de gezondheidszorg.’

 

Daarom zou het volgens haar goed kunnen zijn om kinderen eerst één taal te leren. Als dat een andere taal is, is het belangrijk om voorafgaand aan de basisschoolleeftijd ook de Nederlandse taal te gaan stimuleren, zodat deze kinderen optimaal kunnen profiteren van de Nederlandstalige schoolse omgeving. Hiervoor zouden de kinderen volgens Van Veen gebruik kunnen maken van logopedie of de VoorleesExpress, waarbij een vrijwilliger regelmatig langs komt om met een kind te lezen of taalspelletjes te spelen.

Nu worden de leeftijden volgens Van Veen vaak gecorrigeerd tot een leeftijd van drie jaar, maar ook daarna zijn er nog grote verschillen zichtbaar zegt Van Veen

In het onderzoek van Van Veen was 28 procent van de vroeggeboren kinderen meertalig, samen spraken zij 24 verschillende talen. Aangezien er in Nederland steeds meer kinderen meertalig worden opgevoed, is het bij het interpreteren van de IQ-testen volgens haar belangrijk om rekening te houden met de talen die thuis gesproken worden. ‘We zien nu dat de Nederlandse verbale intelligentie van meertalige ernstig te vroeg geboren kinderen een stuk lager ligt ten opzichte van Nederlandstalige kinderen, terwijl de niet-talige intelligentie nauwelijks verschilt.’ Leerkrachten die niet bekend zijn met deze verschillen, zullen de intelligentie van meertalige kinderen volgens Van Veen behoorlijk kunnen onderschatten. ‘Ze denken misschien dat deze kinderen erg achterlopen, terwijl dat in hun moedertaal niet het geval is.’

 

De kinderen die thuis helemaal geen Nederlands krijgen aangeboden scoorden het slechtste op de IQ-testen. Dit zou volgens Van Veen kunnen komen doordat bijna de helft van de IQ-test voor kinderen van vijf jaar bestaat uit taken die de Nederlandse taalvaardigheid meten. Ook de uitleg de taakjes, zoals het maken van een puzzel of het nabouwen van een blokkentoren, aan tweejarige kinderen van gebeurt in het Nederlands. ‘Hierdoor kan het lastig zijn om de opdrachten aan kinderen uit te leggen wanneer deze de Nederlandse taal niet goed beheersen.’

 

Leeftijd corrigeren

Daarnaast zou het volgens Van Veen nuttig kunnen zijn om de leeftijden van vroeggeboren kinderen voor een langere tijd te corrigeren. Naast de standaard kalenderleeftijden wordt er bij vroeggeboren kinderen ook gebruikt gemaakt van een zogeheten gecorrigeerde leeftijd. Dit is de leeftijd die het kind zou hebben gehad, als het wel na veertig weken geboren zou zijn geweest. ‘Door gebruik te maken van deze gecorrigeerde leeftijd, kun je kinderen vergelijken op basis van de hersenrijping.’

 

Nu worden de leeftijden volgens Van Veen vaak gecorrigeerd tot een leeftijd van drie jaar, omdat altijd werd gedacht dat het verschil daarna verwaarloosbaar zou zijn. ‘Mijn promotieonderzoek laat zien dat er ook op een leeftijd van vijf jaar nog grote verschillen zichtbaar zijn tussen de IQ-scores wanneer deze worden gebaseerd op de kalenderleeftijd dan wel de gecorrigeerde leeftijd.’ Daarom denkt ze dat het belangrijk is om in de zorg rekening te houden met welke leeftijd er wordt gebruikt. ‘Enerzijds kan het corrigeren van leeftijden ervoor zorgen dat achterstanden onopgemerkt blijven. Anderzijds kan het niet corrigeren leiden tot een onderschatting van het vermogen van de kinderen en zorgen voor onnodige doorverwijzingen.’

 

Sarit van Veen hoopt woensdag 5 juni om 12.00 te promoveren op haar proefschrift Very preterm children at early school age: Studies into assessment, development and support.