Foto: Thijs de Goede
wetenschap

‘Bloedvlekken zijn veel moeilijker te analyseren dan verwacht’

Marleen Hoebe,
18 juni 2019 - 07:07

Op een plaats delict kun je veel aanwijzingen vinden voor een misdrijf, maar meestal is het lastig om die aanwijzingen ook echt objectief te gebruiken. UvA’er Thijs de Goede hoopt met zijn fundamentele onderzoek naar bloedsporen forensische onderzoekers een stapje verder op weg te helpen, zodat ze aan de hand van bloedspetters kunnen bepalen of een verdachte liegt of niet. ‘Er blijken veel meer factoren een rol te spelen bij de vorming van bloedvlekken dan verwacht.’

Promovendus Thijs de Goede van het Institute of Physics promoveert op de interactie tussen een vallende druppel en een oppervlak. Hiervoor bekijkt hij met een hogesnelheidscamera hoe druppels op textiel vallen. ‘Normale camera’s maken 24 of 26 foto’s per seconde, maar met een hogesnelheidscamera kun je wel 3.200 foto’s per seconde maken,’ legt hij uit. ‘Zo kunnen we dingen die we niet met het blote oog kunnen zien vastleggen, bijvoorbeeld hoe een druppel die op textiel valt daar doorheen gaat.’

Foto: Privéarchief
Thijs de Goede

Het onderzoek van De Goede begon met de vraag hoe je meetmethoden van forensische onderzoekers kunt verbeteren. Zij onderzoeken op een plaats delict al bloedsporen, ze bekijken hoe de spetters eruitzien, en of ze verschillende richtingen op gaan. Hieruit kunnen ze soms afleiden of de bloedsporen van verschillende bronnen afkomstig zijn.

 

Ook kunnen forensische onderzoekers via bloedsporen bepalen waar het slachtoffer zich op een plaats delict bevond. Hiervoor spannen ze draadjes vanaf de bloedsporen. In de televisieserie Dexter zie je de hoofdpersoon dit ook doen. ‘Je neemt dan alleen aan dat bloed in een rechte lijn valt,’ vertelt De Goede. ‘Dat is niet zo, want zwaartekracht speelt ook een rol. Als iemand één meter van de muur staat en dan wordt vermoord, kun je al niet meer aan de bloedspetters op de muur zien of het slachtoffer stond of lag.’

 

Moeilijk om bloedspetters te onderscheiden

Onderzoek naar bloeddruppels blijkt dus complexer dan verwacht, aldus De Goede. Dit blijkt ook uit een Amerikaanse zaak waarbij een mannelijke verdachte acht verschillende bloedspetters op zijn shirt had. ‘De vrouw en twee kinderen van deze man waren dood in huis aangetroffen. De man zei dat ze al dood waren toen hij ze vond en dat hij niets te maken had met de moord, maar dat hij de verschillende bloedspetters op zijn shirt had gekregen omdat hij zich eerst over zijn zoon boog en via het haar van zijn dochter die ernaast lag bloed op zich kreeg. De bloedspetters zouden dan langzaam op zijn kleding gekomen moeten zijn, maar de rechtbank dacht dat de man de bloedspetters op zijn shirt had gekregen doordat hij zijn vrouw en kinderen had doodgeschoten, dus dat de bloedspetters met een hoge snelheid op hem terecht waren gekomen.’

 

Het is zelfs voor wetenschappers niet gemakkelijk om langzame en snelle bloedspetters van elkaar te onderscheiden, zegt De Goede. ‘Er blijken veel meer factoren een rol te spelen bij de vorming van bloedvlekken dan ik aan het begin van mijn promotieonderzoek had verwacht. Het is lastiger om op te lossen.’

‘Ik hoop dat forensische onderzoekers dankzij mijn onderzoek een accurater beeld kunnen krijgen van wat er nou echt is gebeurd op een crime scene’

Zo hangt het er vanaf op wat voor soort textiel bloed valt. De Goede: ‘Ik kijk nu nog naar simpel textiel, waarin maar een enkele vezel om en om is geweven. In ander textiel kunnen weer meer vezels zitten. Textiel kan door de weving best wel poreus zijn; een druppel kan hier deels doorheen stromen. Dit moet je dus ook in acht nemen als je op een crime scene komt. Daarnaast zit er nog een verschil in of textiel strak gespannen is, of losjes om iemand heen zit. Bij strak gespannen textiel spreidt een druppel zich nog steeds uit, maar minder omdat een deel van de vloeistof zich door het textiel duwt.’

 

Bloed is een ingewikkelde vloeistof

Op een plaats delict kunnen nog allerlei andere factoren invloed hebben op bloedpatronen. De Goede gebruikt in het lab optimale condities, zodat hij goed de fundamentele kant van druppelspreiding kan bekijken. Hierbij doet hij meestal geen onderzoek met echt bloed, maar met water. ‘Bloed splasht en spreidt zich uit over een oppervlak op een soortgelijke manier als water. Dat is interessant, want het is een ingewikkelde vloeistof. Ik vergelijk bloed altijd een beetje met een fles ketchup. Eerst moet je heel veel moeite doen om ketchup uit de fles te krijgen, maar op een gegeven moment loopt het gewoon maar door en zit je bord opeens vol ketchup. Hoe sneller het stroomt, hoe meer de stroperigheid afneemt. Bij water is dat niet zo, dat heeft een constante stroperigheid. Maar wanneer bloed snel stroomt, blijft de stroperigheid van bloed ook nagenoeg constant. Dit gebeurt wanneer een druppel valt. Hierdoor spreidt een druppel bloed op bijna dezelfde manier als een druppel water.’

 

Verder heeft lucht invloed op druppelspreiding. ‘In een vacuümkamer spettert bloed namelijk niet. Alle factoren die ik tegenkom in mijn onderzoek en invloed hebben op druppels die vallen wil ik meenemen in een model voor druppelspreiding. Met mijn onderzoek hoop ik dat ik kan bijdragen aan het verbeteren van de meetmethoden van forensische onderzoekers zodat ze een accurater beeld kunnen krijgen van wat er nou echt is gebeurd op een crime scene.’