Foto: Trailer Noordzee Texas (Youtube)
wetenschap

‘Uit de kast komen is geen eenmalige gebeurtenis, het moet continu’

Andrea Huntjens,
21 februari 2019 - 17:05

De Canadese cultuurwetenschapper Paris Cameron-Gardos probeert in zijn onderzoek aan te tonen dat een coming-out geen eenmalige gebeurtenis is. Hiervoor bestudeerde hij drie Europese coming-of-agefilms. ‘Ik ben op veel verschillende momenten, soms tegen mijn wil, uit de kast gekomen.’

Wat heb je onderzocht?

‘Ik heb drie Europese – Duitse, Deense en Vlaamse – films bestudeerd en gekeken naar de manier waarop zij het proces van coming-out behandelen. Zij doen dit namelijk heel anders dan Engelstalige films. Ik wil aantonen dat uit de kast komen geen eenmalige gebeurtenis is. Het is niet zo dat je aan de wereld vertelt dat je homoseksueel bent en vervolgens alles goed is. Het is een continu proces: ik kom iedere keer opnieuw uit de kast, bij nieuwe vrienden, op het werk, tegenover vreemden. Ook wil ik de link tussen seksualiteit en persoonlijke identiteit van elkaar loskoppelen. Mensen zien homoseksualiteit als een proces, waarbij uit de kast komen een niet te missen stap is. Als je dat niet doet, speel je vals en moet je opnieuw beginnen. Terwijl veel homo’s niet uit de kast willen komen en sommige, zoals ik, dat heel vaak moeten doen.’

Foto: Privéarchief
Paris Cameron-Gardos

Waarin verschillen Europese films van Canadese?

‘Het viel mij op dat er in Europese films flexibeler wordt nagedacht over het proces van uit de kast komen. Veel Engelstalige films volgen een traditioneel patroon: een jong persoon, die kampt met zijn seksualiteit, wordt hierdoor erg eenzaam en trekt zich terug. Zodra hij uit de kast komt, is het verhaal klaar. Ofwel hij wordt niet geaccepteerd en pleegt bijvoorbeeld zelfmoord, of hij wordt door de homogemeenschap geaccepteerd en leeft lang en gelukkig. Er wordt in deze films erg gekeken naar een voor en na, terwijl dat in werkelijkheid helemaal niet zo is. Niet ieders verhaal werkt op die manier. Europese films bieden meer ruimte aan nuance. Ook in het dagelijks leven merk ik dat. In Canada werd het als een politieke actie gezien als ik vertelde dat ik een vriend had. Men dacht dat gay zijn verbonden is aan het vechten voor homorechten en betrokken zijn bij de LGBTQ-gemeenschap, terwijl dat niet voor iedereen zo is. Als ik in Amsterdam vertel dat ik – inmiddels – een man heb, reageert men door te zeggen: “Oké, wat leuk. Ik heb een vriendin.” Niemand kijkt er echt van op. Dat verschil dat ik opmerkte tussen beide landen vond ik erg interessant.’

 

Besloot je daarom persoonlijke anekdotes, over je eigen coming-outs, te delen in je proefschrift?

‘Dat heb ik vooral gedaan omdat ik merkte hoe veel verschillende coming-outs ik zelf al beleefd heb. Ik ben op heel veel verschillende momenten in mijn leven, soms tegen mijn wil, uit de kast gekomen. Een van de voorbeelden die ik noem in mijn proefschrift is dat ik jaren geleden met mijn man op vakantie ging naar Amerika met de auto. Toen we bij de Amerikaans-Canadese grens kwamen en de douanier onze paspoorten controleerde, vroeg hij wat onze relatie was. Ik reageerde heel onduidelijk en snel, omdat ik verrast was door de vraag. Achteraf bedacht ik mij dat ik in deze situatie eigenlijk geforceerd was om opnieuw uit de kast te komen. Als we een heterostel waren geweest, had hij waarschijnlijk niet naar onze relatie gevraagd.’

‘In Canada werd het als een politieke actie gezien als ik vertelde dat ik een vriend had’

Is dat zo? Wordt aan twee mensen van hetzelfde geslacht eerder gevraagd naar hun relatie tot elkaar dan naar heterokoppels?

‘Ik weet niet of het ook echt zo is, maar het voelt wel alsof je altijd moet benadrukken dat je partner je man is, en niet je broer of een vriend. Soms roep ik het al voordat iemand ernaar gevraagd heeft, omdat het als een verplichting voelt. De situatie bij de douane als je gaat reizen is sowieso al gespannen en een geforceerde coming-out helpt daar niet bij.’

‘Mensen willen graag weten of je van chocolade- of vanille-ijs houdt’

Gebruik je ook andere voorbeelden in je proefschrift?

‘Jazeker, een daarvan is de coming-out van acteur Kevin Spacey. Toen hij in oktober 2017 beschuldigd werd van seksueel misbruik, werd hij geforceerd om uit de kast te komen. Dat deed hij dan ook. De homogemeenschap zei toen gelijk: “Hij is een monster, dus hij is niet welkom in onze gemeenschap.” Eigenlijk paste hij niet binnen hun waarden van wat een homoman hoort te zijn. Die denkwijze klopt alleen niet. Natuurlijk zijn de daden die Spacey begaan heeft verschrikkelijk, maar hij is nog steeds een onderdeel van de homogemeenschap. Je kunt een monster zijn, maar ook homo zijn. Ik snap de reactie van de gemeenschap heel goed. Vooral in Amerika is de LGBTQ-gemeenschap nog erg bezig om het imago van homoseksualiteit te verbeteren. We kunnen alleen niet naar iemand wijzen en zeggen: “Jij mag geen homo zijn”. Deze hele gemeenschap is ontstaan doordat iedereen ons buitensloot, dus waarom zouden wij zelf mensen buitensluiten? We moeten begrijpen dat individuen verantwoordelijk zijn voor hun eigen acties en dat heeft niks met geaardheid te maken.’

 

Bestaat uit de kast komen over een paar jaar nog wel?

‘De situatie is nu heel anders dan toen ik jong was. Ik ben zelf veertig en ik merk dat jongeren van onder de dertig nu vaak zeggen: “Waarom zou ik uit de kast moeten komen?”. Er is veel meer sprake van flexibiliteit. Je geaardheid hoeft ook niet per se vast te staan. Ik denk dat er altijd een bepaalde vorm van identificatie blijft bestaan, want daar houden mensen gewoon van. Mensen willen graag weten of je van chocolade- of vanille-ijs houdt.’

 

Paris Cameron-Gardos hoopt morgenochtend om 10.00 uur te promoveren op zijn proefschrift Way Out: Re-Iterative Coming Out in Queer European Cinema in de Agnietenkapel. De toegang is gratis.