Foto: UvA
wetenschap

Een manipulatieve chef? Schep op, zegt UvA-hoogleraar Frank Belschak

Sterre van der Hee,
10 oktober 2018 - 14:51

UvA-hoogleraar Frank Belschak (49) doet onderzoek naar de ‘narcistische baas’ op de werkvloer – en wat we eraan moeten doen. ‘Zeg vooral niet: meneer Trump, u hebt ongelijk.’

Een van de grote verschillen tussen Duitsland en Nederland: de ramen. ‘In Duitsland heb je heel kleine raampjes,’ zegt UvA-hoogleraar Frank Belschak (49). ‘Dat heeft te maken met sociale controle. De decoratie is ook altijd naar binnen gericht: je doet dat voor jezelf. In Nederland is het altijd naar buiten gericht, voor de buurt.’

 

Dit voorbeeld raakt misschien meer aan de sociologie, maar in grote lijnen laat het zien wat hij doet, zegt Belschak. De hoogleraar, die al ruim twintig jaar in Nederland woont, maar nog een onmiskenbaar Duitse tongval heeft, bekleedt de leerstoel Leadership & Change aan de Faculteit Economie & Bedrijfskunde. Zijn voornaamste taak is observeren en begrijpen van gedrag: hoe functioneren mensen? Daarbij kijkt hij specifiek naar de werkvloer. ‘Onderwerpen als stress, burn-outs, leiderschap, motivatie,’ zegt hij. ‘Wat maakt je bevlogen en betrokken?’

‘We hebben een maatschappij waarin nu zo’n 10 procent van de mensen narcistische trekken vertoont – dat is de laatste jaren flink toegenomen’
Help! Mijn chef is een narcist

Geen zorgen, zegt Belschak: je hoeft niet meteen ontslag te nemen. Belangrijk is om je op de werkvloer niet te nederig op te stellen – dan denken narcisten dat je niets waard bent. Lever ook geen directe kritiek, want daar kunnen ze slecht tegen. Probeer in plaats daarvan om jezelf te promoten: vertel in de vergadering of tijdens de koffiepauze hoe succesvol je dat laatste project hebt afgerond, of hoe je zojuist die extra bonus hebt binnengehaald. Narcisten kunnen dat wel waarderen, en zo hoef jij niet bang te zijn voor je positie op de werkvloer.

Een van zijn recente thema’s is de chef die narcistische of machiavellistische trekken vertoont, en dus onethisch handelt, werknemers uitbuit en manipulatief kan zijn. ‘Het zijn persoonlijkheidskenmerken, geen psychische stoornissen’, zegt hij. ‘Maar narcisten en machiavellisten kunnen veel problemen opleveren voor een bedrijf: mensen krijgen burn-outs, raken gestresst en gedemotiveerd, en het levert een negatieve sfeer op.’

 

Komt de ‘narcistische leidinggevende’ in elk bedrijf voor?

‘Je kunt het nooit 100 procent zeker weten, maar in het algemeen is een groot bedrijf een weerspiegeling van de maatschappij. We hebben een maatschappij waarin nu zo’n 10 procent van de mensen narcistische trekken vertoont – dat is de laatste jaren flink toegenomen, want we worden nu eenmaal individualistischer. En daarnaast kun je nog zeggen dat het percentage narcisten in leidinggevende posities hoger is dan in andere functies: narcisten denken vaker dat ze gemaakt zijn om leiding te geven.’

 

Hoe onderzoekt u dat?

‘Je verwacht misschien dat ik bij ABN Amro binnenloop met dictafoons, en dat gebeurt ook weleens, maar meestal verstuur ik vragenlijsten op basis van modellen uit de literatuur. Bijvoorbeeld bij Greenpeace, of overheidsorganisaties. Dan vullen werknemers in hoe ze scoren op vragen als “als ik naar huis ga ben ik uitgeput”. Theoretisch gezien verwacht je dan dat leidinggevenden die hoger scoren op narcistische trekken, ook werknemers hebben die zich meer uitgebuit voelen. Overigens zijn niet alle bedrijven blij met dit soort onderzoek: de uitkomsten kunnen erg gevoelig zijn, bijvoorbeeld als eruit komt dat werknemers lijden onder een bepaalde chef.’ 

Kunt u nog genoeg bedrijven vinden die willen meewerken?

‘Het wordt steeds lastiger. Sommige bedrijven vinden het wel interessant om erachter te komen of hun werknemers wel tevreden zijn, zeker als ze goed willen scoren op een great place to work-lijst. Maar andere zeggen inderdaad: ik wil het niet, straks willen mensen hier niet meer werken. Het is natuurlijk ook een kostenpost voor het bedrijf.’

 

(Lees verder onder de afbeelding)

Foto: ryanmcguire (cc,via pixabay)

Dus die narcistische baas kan wel nuttig zijn, zegt u. 

‘Ja, maar bedrijven kunnen wel prikkels in de omgeving zetten om uitbuitersgedrag te voorkomen. De organisatiecultuur heeft daarbij veel invloed: het helpt als de cultuur ondersteunend en ethisch is. Daarnaast is het nuttig als er een ethische leidinggevende aan de top van de organisatie, staat die ethische normen en waarden kan belonen en onethisch gedrag kan straffen. De hr-afdeling kan daar ook op inspelen: het is belangrijk om met narcisten te spreken over het belang van ethisch gedrag. En idealiter zouden managers zich, net als huisartsen, elk jaar moeten laten bijscholen.’

 

U richt zich vooral op het ‘negatieve’ in de mens. Waarom vindt u juist dat interessant?

‘Narcisten en macchiavellisten hebben twee gezichten. Enerzijds zijn ze charismatisch, gedreven, vol zelfvertrouwen, assertief; kenmerken van een geboren leider. Voorbeelden zijn Elon Musk of Steve Jobs. Mensen die onder hen werken zeggen dan vaak: dat is een uitbuiter, hij of zij geeft niet om het individu. Ik vind het leuk om uit te zoeken hoe je die negatieve kanten in een organisatie kunt uitschakelen, en de positieve kant ervan te behouden. Daar ben ik heel nieuwsgierig naar. Denk aan de iPhone: zouden we die wel gehad hebben als Steve Jobs ontslagen was omdat hij zo’n nare baas was?’

‘Er zijn collega’s die het geweldig vinden om interviews te doen, die bellen zelf met tijdschriften en kranten’

Hebt u weleens een narcistische chef gehad?

‘Ja, bij een eerdere werkgever had ik een heel lastige leidinggevende. De functioneringsgesprekken waren demotiverend en denigrerend en heb ik als abusive beleefd. De beste mensen vertrokken toen als eerste, en zelf ben ik uiteindelijk ook weggegaan. Zo’n persoon heeft dus een behoorlijke impact op de organisatie.’

 

U hebt zelf promovendi die onder u werken. Hoe scoort u zelf op de narcistische schaal?

‘Ik ben geweldig, natuurlijk.’ Hij lacht. ‘Ik vind het een beetje lastig: met sommige statements op zo’n vragenlijst ben ik het wel eens, maar ik denk niet dat ik het risico loop op narcisme. Zo zijn er collega’s die het geweldig vinden om interviews te doen, die bellen zelf met tijdschriften en kranten, maar dat doe ik niet. Als niemand mij weet te vinden, vind ik dat eigenlijk prima.’