Foto: Crystal McMichael
wetenschap

‘Toen het één of twéé graden warmer was, liepen hier nijlpaarden en apen’

Sterre van der Hee,
26 september 2018 - 13:00

De Britse paleo-ecoloog en UvA-onderzoeker William Gosling onderzoekt de veranderende plantengroei door opwarming van de aarde. Hoe werkt zo’n onderzoek? En wat betekent de klimaatverandering voor Nederlandse planten en dieren? 

Het publiceren van het onderzoek was ‘a kind of relief’, zegt de Britse paleo-ecoloog en UvA-onderzoeker William Gosling (41). ‘We begonnen in 2011, en in 2013 had het af moeten zijn. De dataverzameling – zo’n vijfhonderd datasets over de hele wereld, dus huge – duurde veel langer dan gedacht. Het is een epic onderzoek geworden.’

 

Gosling werkte samen met zijn collega’s aan een onderzoek naar veranderende plantengroei door klimaatverandering, waarvoor zij samen data verzamelden uit verschillende delen van de wereld. Het onderzoeksartikel, Past and future global transformation of terrestrial ecosystems under climate change, verscheen onlangs in het gerenommeerde wetenschappelijke tijdschrift Science. ‘Elke dataset is een project op zichzelf: een kern sediment die ergens door een wetenschapper uit de grond is geboord en is geïnterpreteerd.’

 

Gosling werkte aan de ‘tropische regio’. Hij pakt twee kaarten erbij, met tientallen kleine vierkantjes erop die de onderzoekslocaties aanduiden. ‘Van al deze plekken zijn de honderden types planten in kaart gebracht. Daarmee willen we een mondiaal beeld schetsen van de vegetatie en de structuur en samenstelling van de grond. Hoe verandert die door de klimaatverandering?’

‘Ruim 20.000 jaar geleden waren er nog poolwoestijnen in Nederland’

Hoe voorspelt u de toekomst van plantengroei?

‘Vorige week gaf ik een veldwerkles in Twente, waarbij ik studenten een sedimentkern van 16.000 jaar oud uit de grond liet boren. Ruim 20.000 jaar geleden waren er nog poolwoestijnen in Nederland – weinig vegetatie dus – en rond 16.000 jaar geleden was dat ijs net aan het smelten. De fossielpollen in dat sediment vertelden de studenten iets over de vegetatie: die pollen komen van planten, dus zo weet je welke planten er groeiden. Zoiets soortgelijks hebben we over de hele wereld gedaan, met verschillende tijdsperiodes en verschillende temperaturen.’

 

Waarom is dat nuttig?

‘Daardoor kunnen we kijken naar hoe de veranderingen in de toekomst gaan zijn. We weten dat de aarde opwarmt, en we moeten met veel mensen op deze planeet wonen. We moeten die veranderingen dus zien te managen, en het is handig om een idee te hebben van hoe deze systemen zouden kunnen plaatsvinden. Zulke veranderingen hebben eerder plaatsgevonden in de wereld, ook in deze mate, maar door toenemende CO2-niveaus is dit wel een verandering die de mensen nog niet eerder hebben beleefd.‘

Foto: Crystal McMichael
Gosling (in rood shirt) tijdens het veldwerk

Hoe weet u dat alléén temperatuurverschillen de oorzaak zijn van verandering in plantengroei? 

‘Dat is tricky, inderdaad. We weten wel dat temperatuurverschillen een grote oorzaak zijn, hoewel de impact per breedtegraad kan verschillen, maar ook seizoenen kunnen effect hebben. Of regenval: het gedrag van wolken is heel lastig te herleiden uit sedimentkernen. Dat zijn onzekerheen bij de data. Volgend jaar komt hier iemand met een Marie Sklodowska Curie Fellowship die zich met regenval gaat bezighouden – ze zit nu nog in de Caraïben.’

 

Maar u hebt wel conclusies getrokken.

‘Ja, bijvoorbeeld dat er grote veranderingen te zien zijn. Een van de opvallende dingen was dat er juist weinig verandering was in vegetatie in de tropen: die regio heeft een grotere buffer, want ook bij een temperatuurdaling van 5 graden blijft het relatief warm, maar het is de eerste keer dat we dat konden bevestigen. Hogere regio’s, zoals in Europa, kennen meer veranderingen in compositie. Nederland heeft zo’n grote verandering gekend: dat was eerst een poolwoestijn, en nu niet meer.’

 

Wat betekent de klimaatverandering voor Nederland? Palmbomen?

‘Om dat te zien kun je het beste teruggaan naar het verleden. Het Nederlandse klimaat was 120.000 jaar geleden zo’n één of twee graden warmer, en daar gaan we weer naartoe. Er waren nijlpaarden, apen, leeuwen en andere dieren die je associeert met tropische klimaten, en dat met slechts twee graden stijging. Wel zijn er nu steden, wegen en andere beperkingen waardoor die dieren hier wellicht niet zullen komen, maar er komen wel andere soorten planten, en muskieten uit zuidelijke landen die hier via vliegtuigen terechtkomen. We hebben trouwens geen palmbomen teruggevonden in het sediment. Het zou leuk zijn, Costa Twente.’

‘Het houdt natuurlijk niet op bij de vegetatie en dieren: Franse champagnewijnbouwers kopen nu al land op in het zuiden van Engeland omdat ze hun druiven moeten laten groeien bij een bepaalde temperatuur. Zo zien we allerlei veranderingen.’

 

Moeten we daar iets mee doen?

‘We moeten kijken: hoe kunnen we ecologische processen het beste faciliteren? Zo’n experiment zie je bij de Oostvaardersplassen: ze stoppen dieren in het landschap waar altijd al dieren waren, voordat de mensen ze doodden en opaten. Daardoor verandert ook het ecosysteem en kun je kijken wat er gebeurt als je de natuurlijke processen hun gang laat gaan.

‘Tegelijkertijd weten we dat alle vegetatie anders en individueel reageert op temperatuurverschillen. Het conserveren van natuurgebieden met speciale soorten, zoals Natura 2000 doet, is dus niet praktisch, want soorten zullen zich verplaatsen in andere richtingen.’

 

(Tekst loopt door onder de tweet)

Waarom bent u zo gepassioneerd over dit onderwerp?

‘Tsja, why do I care? Haha! Ik vind het leuk om te begrijpen hoe dingen werken. Een van de grote uitdagingen in mijn vak, dat van ecologische verandering, is om van die individuele fossielen en plekken naar een schaal te gaan die relevant is voor mensen en de maatschappij. Het is natuurlijk lastig om langetermijnonderzoek te doen naar plantengroei – een lang onderzoek duurt 40 jaar, en een boom groeit alleen al 150 jaar. Hoe moet je dan begrijpen hoe zo’n ecosysteem werkt en verandert? Je moet óf heel lang leven, of je moet naar de fossielen kijken om dingen te weten over eerdere generaties.’

 

U zegt: een boom groeit 150 jaar. U bent zelf 41. Vindt u het niet frustrerend dat die grootse veranderingen zelf niet zult meemaken?

‘Ik ga geen tijdmachine uitvinden en ik verwacht ook niet dat andere mensen dat zullen doen. Door te kijken naar fossielen en door daar informatie uit te halen kom je wel heel dichtbij, dus we gebruiken de tijdmachine van de paleoecologie. Zo krijgen we een idee van de consequenties van klimaatverandering. We kunnen zeggen: prima, dan smelten we Antarctica, en we bouwen extra land om gewassen op te telen. Dat is oké, als we maar een overdachte beslissing maken. Dit soort onderzoek geeft ons context.’