Foto: Pexels
wetenschap

‘Mensen belijden zorgen over privacy vooral met de mond’

Dirk Wolthekker,
16 april 2018 - 13:13

Wanneer en waarom delen consumenten hun persoonlijke data? Dat is de belangrijkste vraag die econoom Joris Demmers stelde in zijn proefschrift, waarop hij morgen promoveert. ‘Facebook weet alles van mij en ik niets van hen. Dat houden ze verborgen en dat voelt niet goed.’

Joris, je valt met je neus in de boter: je proefschrift valt naadloos samen met de privacy-rel rond Facebook.

‘Het heeft inderdaad veel raakvlakken met de Facebook-problematiek, maar het is vooral achteraf dat de timing perfect blijkt. Het is verder stomtoevallig, ik heb hier op niet aan gestuurd.’

Foto: FEB
Joris Demmers

Licht eens toe wat je precies hebt onderzocht.

‘Ik heb onderzocht hoe bedrijven online data verzamelen, analyseren en gebruiken om inzichten te krijgen in de voorkeuren en het gedrag van consumenten. Dat is cruciaal in de hedendaagse marketing. Daar staat tegenover dat veel gebruikers van online media mensen zich zorgen maken over hun privacy. Ik heb in mijn onderzoek gekeken hoe consumenten of gebruikers van online bedrijven besluiten nemen over het delen van hun persoonlijke data met bedrijven. Opvallend is dat veel mensen heel goed weten dat hun privacy onder druk kan staan als ze gebruik maken van online bedrijven, maar voor het delen van persoonlijke data geven ze vaak zelf toestemming.’

 

Denk je dat het nog goedkomt met Facebook?

‘Ik denk echt niet dat Facebook ten onder gaat. Mensen zijn nu eventjes verontwaardigd, maar als de boosheid geluwd is gaat iedereen verder met Facebook. Daarvoor vinden veel mensen Facebook te belangrijk. De zogenoemde “privacy-paradox” speelt hierbij een rol: als je het aan hen vraagt zeggen mensen zich zorgen te maken om hun privacy, maar dat belijden ze vooral met de mond. De zorgen rondom privacy zijn vaak abstract en de voordelen concreet, dus gaan mensen er mee door.’

‘Als je het aan hen vraagt zeggen mensen zich zorgen te maken om hun privacy, maar dat belijden ze vooral met de mond’

De focus ligt erg op Facebook, maar hoe staat het met andere (sociale) media?

‘Andere online bedrijven doen feitelijk allemaal hetzelfde. Je wilt niet weten wat Google allemaal van je weet. Het probleem is steeds dat je denkt dat je mogelijkheden onbegrensd zijn, maar in feite nemen je keuzemogelijkheden juist af. Die bedrijven registeren precies bij welke restaurants jij een tafel boekt en vervolgens krijg je advertenties voorgeschoteld van dezelfde soort restaurants. Je verliest een stuk controle over je eigen keuzes.’

 

Deel jij zelf weleens persoonlijke data?

‘Ja hoor. Alles wat ik over andere mensen zeg, geldt in zekere zin ook voor mezelf, al moet ik zeggen dat ik zes jaar geleden mijn Facebook-account heb opgezegd. Dat kwam vooral door de asymmetrische verhouding die je als consument van Facebook hebt met het bedrijf. Facebook weet alles van mij en ik niets van hen. Dat houden ze verborgen en dat voelt niet goed.’

 

Wat moet Facebook doen om te zorgen dat mensen niet weggaan of terugkomen?

‘Er moet veel meer aandacht komen voor het proces van reciprociteit. Facebook moet een open en transparante klantrelatie opbouwen, waarbij van beide kanten duidelijk is wat ieder van elkaar weet. Er zou eigenlijk een mogelijkheid in het programma moeten komen waarbij mensen met één druk op de knop direct kunnen zien wat Facebook van hen weet. Verder denk ik dat Facebook de nadelen van het gebruik veel concreter moet maken en zou het goed zijn het moment naar voren te halen waarop je als consument ergens toestemming voor geeft. Zoals het nu is lijkt het een beetje alsof je aan iemand vraagt of hij een snoepje wil terwijl hij het snoepje al in zijn mond heeft.’

 

Joris Demmers hoopt morgen, dinsdag 17 april, om 10.00 uur in de Agnietenkapel te promoveren op zijn proefschrift Consumers and Their Data: When and Why They Share It.