Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Studenten met dyslexie zijn meer gebaat bij trainingen die specifiek gericht zijn op het leren leven met dyslexie dan bij extra tentamentijd, betoogt student Vincent de Haan.

De afgelopen weken is er in Folia Magazine een verhit debat gevoerd over de extra tentamentijd voor dyslectici. Han van der Maas pleitte tegen, Peter Starreveld voor. Beide heren, beiden verbonden aan de opleiding psychologie, lijken het voornamelijk oneens over het antwoord op de volgende vraag: moet het tentamen de leessnelheid toetsen? Volgens Van der Maas wel, volgens Starreveld niet.

De argumenten van beide heren lopen echter wat door elkaar omdat zij geen onderscheid maken tussen verschillende soorten tentamens. Een gemiddeld tentamen bij psychologie ziet er als volgt uit: twintig meerkeuzevragen, vijf open vragen, een pen en twee uur de tijd. Wie zich goed heeft voorbereid, is na een half uur of drie kwartier klaar, en alleen de eeuwige twijfelaars blijven tot het einde zitten. Wat dyslectici met extra tijd moeten, is me een raadsel, want zoveel valt er niet te lezen. Zelfs als je een extreem langzame lezer bent, ben je ruimschoots op tijd klaar.

Vincent de Haan Vincent de Haan

Bij rechten ziet een gemiddeld tentamen er heel anders uit: er zijn open vragen, meestal op twee of drie kantjes, en je hebt een wettenbundel à 2000 kantjes en een jurisprudentiebundel à 2000 kantjes bij je. Daarin staat het goede antwoord verborgen. De truc is om het er in drie uur uit te persen. Daar zijn twee strategieën voor: sommige studenten bereiden zich grondig voor, weten het goede antwoord zodra ze de vraag lezen en hoeven het alleen nog maar even voor de zekerheid op te zoeken – en dan weten ze natuurlijk ook precies wáár in hun 4000 kantjes naslagwerken het te vinden is. Andere studenten zijn minder ijverig en beginnen op het tentamen als idioten te bladeren. Wie daar handig in is, kan dan nog een eind komen.

Onredelijk onderscheid
Het lijkt me overduidelijk dat bij een juridisch tentamen een half uurtje extra tijd het tentamen echt makkelijker maakt. Het is ook niet voor niets dat alle studenten - dyslectisch of niet - aan het einde klagen dat het te veel werk in te weinig tijd was. Het antwoord is altijd – en terecht: snel lezen hoort er nu eenmaal bij. En wie niet snel kan lezen, kan dat compenseren door zich grondiger voor te bereiden. In dat geval lijkt het mij volstrekt onredelijk om onderscheid te maken tussen de dyslectici en andere studenten die 'gewoon' langzaam lezen.

Voor een psychologisch tentamen is dit natuurlijk anders. Daar is snel lezen uitdrukkelijk niet onderdeel van de toetsing. De oplossing is daar dan ook eenvoudig: zorg ervoor dat iedereen zó veel tijd heeft, dat tijd gewoon helemaal geen rol speelt. Als tijd niet uitmaakt, zoals Starreveld stelt, worden de 'gewone' langzame lezers namelijk ook niet bevoordeeld als zij ook een half uurtje extra krijgen.

In allebei de gevallen is er geen goede reden om sommige studenten meer tijd te geven dan anderen. Als de universiteit van mening is dat studenten met dyslexie een extra duwtje in de rug moeten hebben, kan zij beter investeren in trainingen die specifiek gericht zijn op het leren leven met dyslexie.

Aan de andere kant zou een training snellezen voor 'gewone' langzame lezers ook helemaal geen slecht idee zijn.

Vincent de Haan studeert rechten en psychologie.
Lees meer over