Niks meer missen?
Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!
Waarom is er zo veel aandacht voor het zinloze web based learning en niet voor lesmethodes die wél effect hebben, vraagt Paul Disco zich af.

Stel, je moet kiezen tussen het bijwonen van een excursie en het volgen van een web based instructie. Waar zou je het meeste van leren? Dat is uitgezocht door John Hattie, onderwijsprofessor aan de Universiteit van Auckland, Nieuw Zeeland. Hij heeft meer dan 50.000 studies over de invloeden op leerprestaties in kaart gebracht. Bij deze onderzoeken waren meer dan 200 miljoen studenten betrokken.

Voor Hattie is enig leereffect niet genoeg, hij corrigeert voor twee effecten: voor hersenontwikkeling die van nature optreedt en voor de extra aandacht die elk onderzoek met zich meebrengt. Daarmee reduceert hij een hele reeks aan onderwijsinspanningen tot niet-relevant voor leren. Zo is er nog geen onderzoeksbewijs dat web based learning nut heeft. Het effect is even klein als dat van een excursie. Het is nog sterker: er is trendmatig geen stijgend leereffect door het gebruik van computers sinds 1970.

Hattie is na vijftien jaar onderzoek stellig over de onderwerpen die het debat over leren beheersen; ze gaan over zaken die totaal niet bijdragen aan leren. Onderwijskundigen doen niet aan evidence based leren en docenten worden dus onvoldoende opgeleid over wat zin heeft en wat niet.

Workshops
Dat brengt mij bij de groots aangepakte Learning Tomorrow-week voor medewerkers van de HvA. ‘Meer dan 30 workshops waarin collega’s laten zien hoe zij met digitale media het leren van studenten versterken’. Het is op zich al een rare instructievorm dat je naar een workshop moet om de kracht van digitaal leren te vinden. Daarnaast is er geen enkele workshop waar men ingaat op aantoonbaar leereffect. En ten slotte gaan alle workshops in op leermiddelen en geen enkele op leerdoelen. Als dit het leren van morgen is, dan is leren vooral onderzoek en gezond verstand vermijden en lekker aanpielemozen. Als dit innovatie is, dan is een grot een laboratorium.

Ik heb aan de HvA Academie digitaal gevraagd (via Twitter) wat er aan gemeten leereffecten bekend is. Geen enkel bewijs gekregen; dat houdt de HvA niet bij. Maar kennelijk zoekt ook niemand naar wat elders in de wereld al is onderzocht. Ik vind dat slecht. Dat moet echt anders.

In de meta-analyse vond Hattie in totaal 138 factoren die een rol spelen, variërend van 19 zeer succesvolle tot 29 rampzalige invloeden. Voorbeelden van toppers zijn leerstrategieën waarbij de docent de verwachting van de lerende peilt en stuurt op het overtreffen van die verwachting, en focus op denkprocessen per leeftijdscategorie in plaats van op resultaten. Ook het geven van feedback verhoogt het leereffect. Minstens zo belangrijk is de feedback die elke student aan de docent geeft. Daarmee ziet de docent hoe een student leert. Zo maak je leren zichtbaar en daarmee heb je ook een logische basis voor volgende stappen.

Geen duidelijke visie
Succesvol is, zo blijkt onomstotelijk uit de meta-analyse van Hattie: een actieve, enthousiaste docent die studenten zelf laat leren en gebruikmaakt van rolwisseling. Een docent die goede feedback geeft, duidelijke en uitdagende doelen stelt, doorgaat tot een student de stof beheerst, daarvoor gebruikmaakt van geregelde toetsing en metacognitieve leerstrategieën aanreikt. Maar docenten die gebruikmaken van web based learning, inductive teaching (jongeren moeten zelf zoeken naar het grote verband), individuele instructie, simulatie en games blijken volgens onderzoek niet effectief les te geven. Het kan efficiënt zijn, maar faciliteren blijkt in het geheel niet zinvol; activeren wel.

Begrijp me goed, ik ben niet tegen verandering en experiment. Ik heb zelf kennisclips online gezet, ik maak online oefentoetsen, ik houd Twitter-spreekuren. Ik pleit alleen voor onderzoek naar wat echt werkt. Waarom focussen we ons niet op de top 10 van de zaken die echt aantoonbaar werken? Waarom beginnen we onderop? Waarom is er geen echt inhoudelijk debat over wat het onderwijs van morgen moet brengen? Waarom is er geen duidelijke visie op welke instructiestrategieën aantoonbaar goed zijn voor jonge mensen, hoe we studenten initiatief laten nemen, hoe we hun doorzettingsvermogen vergroten, of samenwerken niet meer moet zijn dan taken verdelen, en wat het kennisniveau moet zijn? Nederland is een open economie, er is helemaal geen tijd voor lekker aanpielemozen.

Mijn stelling: de HvA en de UvA moeten intensief bijdragen aan de meta-analyse van wat wel en niet werkt in het onderwijs. Laat docenten zinvol lesgeven in plaats van alles doen wat mogelijk is. Het moet echt anders.

Paul Disco is docent media, informatie & communicatie aan de HvA en student onderwijswetenschappen aan de OU.

Deze bijdrage verschijnt ook in Folia Magazine.

Lees meer over